Tijdreizen BV

Maandenlang heeft weduwe Hasselaer met haar vrouwen de stadsmuren verdedigd tegen Don Frederik en zijn leger Spanjaarden, maar zelfs de aanwezigheid van ons huurlingen kan de val van Haarlem niet voorkomen. En nu zit ik dus verwikkeld in een verloren strijd.

Vorige week nog lag ik bij Kornwerderzand en floten de kogels me om de oren in de Slag om de Afsluitdijk, maar daar hebben we tenminste de Duitsers zurück nach die heimat gestuurd.

Zodra ik terug ben in 3810 laat ik Onderhoud mijn tijdgordel nakijken, of ik vraag overplaatsing aan naar Religie. Da’s minder gevaarlijk.

Tijdreis

Als monteur bezoek ik meerdere adressen per dag. En hoewel in mijn werk nooit sprake is van ‘routineklussen’, was mijn bezoek aan een accountantskantoor in een noord-noordhollands dorp op zijn zachtst gezegd bijzonder. De voordeur van dit kantoor bleek geen gewone voordeur, het was een portaal van een tijdmachine. Alles in het kantoor – en het aangrenzende huis – ademde een jaren ‘70 sfeer. Nou ja, bijna alles. Bruintinten overheersten vanwege het veelvuldig gebruik van hout, grijsbruine vensterbanktegels, bruine kozijnen, houten deuren en traptreden. Ik miste alleen het destijds zo trendy scheepstouw met messing beslag bij wijze van trapleuning. Slechts de overwegend witte keuken viel uit de toon; deze stamde bijna uit de jaren ’90. In tegenstelling tot andere gedateerde interieurs die ik al eens had bezocht was het hier schoon, opgeruimd en goed verlicht, waardoor het niet voelde als een interieur dat schreeuwde om een schoonmaakploeg of een verbouwing. Ook de sfeer – ongetwijfeld een gevolg van de minimale bezetting – ademde een rust die in menig kantoorpand ver te zoeken is.
Het enige dat de illusie van mijn tijdreis verstoorde was de afwezigheid van IBM personal computers; deze hadden inmiddels het veld geruimd ten gunste van zwarte keyboards en flatscreen computermonitoren, al had men – misschien om nostalgische redenen – de elektrische schrijfmachine nog niet tot de gemeentewerf veroordeeld.
Op weg naar de meterkast passeerde ik de open woonkamer en ik kon het niet nalaten hier een blik om het hoekje te wagen. Net als in het kantoor was dit interieur onderworpen aan een extreme vorm van retro-minimalisme: een salontafel zonder omringend zitgerei, een Hubo-wandmeubel met een dertigdelige Winkler Prins encyclopedie en een televisietoestel dat men met enig geluk nog in de plaatselijke kringloopwinkel kan vinden.
Maar wat ik vooral miste was leven. Niets wees erop dat dit huis door mensen werd bewoond: ik miste planten, onderzetters, kleedjes of andere gebruiksvoorwerpen die doorgaans het karakter van de bewoners weerspiegelen. Deze woonkamer leek slechts een decor, een dekmantel voor iets anders. Zoals de woonkamer in de film ‘WarGames’, die als façade diende voor het achterliggende defensiecomplex.
Maar omdat de aanwezigheid van ondergrondse raketsilo’s anno 2014 in dit dorp zeer onwaarschijnlijk leek, betekende dit niet alleen dat mijn fantasie weer eens met me op de loop ging, maar ook dat niet elke consument zich door interieurprogramma’s en Knallende Klusweken van bouwmarkten laat verleiden tot een trendy Ikea-interieur.
Soms is mijn werk geen werk, maar een avontuur.