De techniek staat (er) voor niets

Mijn plaatselijke supermarkt heeft een muntgeldautomaat bij de kassa: aan de bovenkant gaat muntgeld erin en aan de onderkant komt het eruit. Omdat ik altijd met plastic betaal heb ik nooit langer dan vijf seconden stilgestaan bij de functie – of het nut – van deze contraptie. Is dit nu een geldtelmachine, een muntjesreiniger of is het klinkende munt brakende ding een poging van de supermarktketen om in dit dorp op zondag leven in de brouwerij te brengen?
Ondanks dat er nog zelden harde valuta door mijn handen gaat, is mijn portemonnee als gevolg van een wonderbaarlijke muntvermenigvuldiging gezwollen tot onpraktische proporties.
Eenmaal bij de kassa krijg ik een epifanie: zou dit apparaat mij de verlossing kunnen brengen waarnaar ik zo naarstig op zoek ben? Mag ik eindelijk begrijpen waarom deze schepping op aarde is gezet? Hoopvol en opgelucht neem ik bij het afrekenen van mijn boodschappen afscheid van het kleingeld dat zo lang mijn kontzak heeft geteisterd. Het leven heeft weer zin. Mijn portemonnee is dunner, past weer achterin mijn strakke jeans. Zou technologie dan toch ons leven aangenamer kunnen maken?
Als ik het eindbedrag wil pinnen, klinkt het RATEL, RATEL–DE–RATEL. Als een grote, smalende grimas presenteert het bakje van de automaat mij het muntgeld waarvan ik dacht te zijn verlost. Tot op de stuiver. Lekker puh.

Ik staar naar de handvol munten; gooi ik onder luid gegodver de nog geen anderhalve euro aan messing en koper zo ver mogelijk de winkel in of stop ik het terug waar het vandaan komt? Gelaten druip ik af met dezelfde bult in mijn achterzak als waar ik mee binnenkwam. Nog steeds weet ik niet waar het apparaat voor dient.
Ik kijk nog even om; ik zou zweren dat het ding zijn tong naar me uitstak.

Toeval

Ik loop door de buurtsuper. Bij de groente staat een vrouw van bijna klassieke schoonheid met sluik, donker haar. In haar mandje heeft ze een brood en een fles rode wijn.
Een andere vrouw spreekt haar aan. “Hallo, Maria. Hoe is het met je zoon?”
“Hij groeit als kool,” antwoordt Maria.
Ik wil geen luistervink spelen, maar vang flarden op van een doorsnee moeder-tot-moeder-gesprek.
Onwillekeurig volg ik Maria op haar route door de supermarkt; ik moet dezelfde kant op. Ik zie dat ze een blauwe fles bronwater pakt. Geamuseerd associeer ik Maria met water en wijn en doe het af als een grappig toeval.
Bij de kassa staat ze voor me.
“Hoe is het met uw man? “ vraagt de caissière haar.
“Goed. Jozef heeft eindelijk weer werk.”
Nu valt mijn mond bijna open van verbazing. “Wat doet uw man voor werk, als ik vragen mag?”
“Hij is timmerman.” Onverstoorbaar rekent ze haar boodschappen af.
“Dat is mooi.” Ik probeer mijn verbazing te verbergen. “Er is gelukkig weer vraag naar ambachtslui.”
“Ja, gelukkig wel.” Maria lacht me beleefd toe en doet haar boodschappen in een grote tas. De wijnfles glipt uit haar hand en klettert op de tegelvloer. Ze kijkt naar de ravage, naar de wijnvlekken op haar kleren en vloekt als een bootwerker.
Ik ben weer terug op aarde.

Dirk

Dirk

Het is zaterdagmiddag en ik sta bij de buurtsuper de boodschappen in mijn onberispelijke, goudkleurige, bijna dertig jaar oude auto te laden, als ik een vergelijkbare auto in groen over het parkeerterrein zie draaien. Op zich niet zo bijzonder, want ik weet dat dit model niet uit het straatbeeld is weg te roesten. De auto draait met een wijde boog om me heen en komt verderop, vluchtig geparkeerd over drie parkeerplekken, tot stilstand. De man die uitstapt roept onmiddellijk associaties bij me op met Dirk, een van de meest kleurrijke creaties van Wim de Bie; een lijzige figuur met een ongeschoren bakkes in een geruit houthakkershemd schuifelt op me af. Een Joris’ Showroom-type dat ik, als ik leed aan vooroordelen, liever op afstand zou houden. Opnieuw blijkt het voordeel van geen vooroordeel. Terwijl ik bij de kassa stond blijkt ‘Dirk’ zich al te hebben staan verbazen over de onwaarschijnlijk lage kilometerstand van mijn “gouwe ouwe” en voor ik het weet vergelijken we gegevens en ervaringen over onze klassiekers en is Dirk voor mij geen sjofele, zonderlinge vreemdeling, maar een liefhebber, net als ik.

Een beetje kruimig

Omdat het einde van de recessie nog niet in zicht is en we dus nog steeds op de kleintjes moeten letten, doe ik thuis vaak de boodschappen (al is het niet bij Albert Heijn). Ik ben een man en dus niet gevoelig voor aanbiedingen; als ik iets niet nodig heb, koop ik het niet. Ik doe alleen mijn plicht, want boodschappen doen zal nooit mijn hobby worden. Veel te ingewikkeld.
Ik doe mijn boodschappen bij voorkeur bij het kleine, plaatselijke filiaal van de lokale supermarktketen, omdat ik bij de grote broer bij binnenkomst al een gevoel van schaamte krijg bij het zien van zoveel welvaart. ‘Dat moet allemaal poep worden’ hoor ik Fons Janssen dan in gedachten zeggen. En dan heb ik het nog niet eens over de XL-supers, waar ik ook nog word overvallen door een milde vorm van agorafobie.
En dan is er het boodschappenlijstje. De hierop verstrekte informatie dient bij voorkeur niet teveel vragen op te roepen. Dat doet het bij mij dus wel. Gewoon ‘rijst’ kan ik niks mee. Weet u wel hoe veel soorten rijst er zijn? Van verschillende merken. In verschillende verpakkingen.

Omdat ik niet bij elk schap naar huis wil bellen voor verduidelijking – ik heb ook mijn trots –, probeer ik me te redden met mijn gezond verstand, maar dat is onbegonnen werk in deze kakafonie van producten. Ik sta bij de wasverzachter. Geloof ik. Even twijfel ik aan de geaardheid van het product vanwege de poëtische labels die me toezingen. Bijna waan ik me in een kunstgalerij in plaats van de buurtsuper. ‘Creations met hibiscus & kersen’ of ‘Sensations met goudgele iris & vanille’, kwelen de labels me toe. Geruime tijd twijfel ik of dit product bedoeld is voor uitwendige verzorging of voor oraal genoegen. Pas na het raadplegen van het colofon aan de achterzijde van de fles wordt duidelijk dat ‘lavendelgeluk’ een (te) mooie naam is voor wasverzachter. In een opperste staat van verwarring ga ik voor de zekere keus en pak opgelucht een huismerk met de duidelijke naam ‘wasverzachter’ op het etiket.

Beetje Kruimig Potatohead

En net nu ik door heb dat kruimige aardappels thuis de voorkeur genieten, komen de grootgrutters weer met een subcategorie: ‘een beetje kruimig’. Wat is het volgende? Heel erg zoute pinda’s? Halfrechte bananen? Ik word er zelf een beetje kruimig van…