Het Groot Dictee

Zaterdag 2 november is het weer zover. Dan zal bij de ware taalliefhebber de avond niet in de echtelijke sponde worden doorgebracht met coïtale of anderszins seksuele escapades, maar zal de chaise longue in het volledig Feng Shui ingerichte woongebeuren het epicentrum zijn van cunnilinguïstische fijnproeverijen. Gewapend met schrijfaccessoires, al dan niet van elektronische aard, zal menig auteur in spe zich opmaken voor dit taalkundig pièce de résistance. Onder het genot van een cafeïnevrije cappuccino met een froufrou of alcoholvrij gerstenat met glutenvrije kaasovaaltjes zal men met samengeknepen derrière de kennis van etymologie, syntaxis en interpunctie kunnen toetsen, terwijl genderneutrale taalcuriositeiten in een mitrailleurtempo de revue passeren.
Zittend voor de breedbeeldflatscreentelevisie kan het hoofd weer worden gebroken over feeërieke Przewalskipaarden, gestreste penseelstaartbuidelmuizen en gekalligrafeerde blankebabybilletjesprivileges. Dus geen trendy social media anglicismen, maar literaire spitsvondigheden die zich niet in jip-en-janneketaal laten vertalen voor de plaatselijke bibliothecaresse.

Ik doe niet mee, ik heb niets met taal.

#waardientdathekjenueigenlijkvoor

Toen de uitvinders van de PTT – het woord ‘telecomprovider’ was nog niet nodig want er bestond er maar één – het nieuwe druktoetstelefoontoestel ontwierpen, zaten ze met een uitdaging van esthetische aard: met tien cijfertoetsen kregen ze het druktoetsenklavier van het toestel niet Feng Shui.
“Dan voegen we toch gewoon twee toetsen toe?” bedachten de zieners van het staatsbedrijf toen. “Die noemen we sterretje en hekje en tegen de tijd dat het internet en de smartphone zijn uitgevonden hebben we er wel een toepassing voor bedacht.”

Hashtag on old phone

Onderweg naar vandaag deden genoemde toetsen nog een blauwe maandag dienst achter een enkele bedrijfstelefooncentrale, maar in het sociale mediatijdperk is met name het hekje pas echt uit de digitale kast gekomen. En hoe.

Ik krijg al virtuele kriebels als ik één hekje in een Facebookbericht zie en bij drie of meer haak ik meteen af. Het is gemakzuchtig en dus niet sociaal om je cybervrienden af te schepen met een soort wetenschappelijke formule. Ergo: dit hoort niet op een sociaal medium thuis. Ik praat niet graag in symbolen of afkortingen, reden waarom twee pogingen tot Twitter bij mij op niets zijn uitgelopen.
De toegevoegde waarde op Facebook die voorstanders van de hesjtek zullen aandragen is twijfelachtig; vaak bieden gehekte woorden toegang tot een soort subcategorie met hooguit twee of drie berichten, van dezelfde aanstichter. Het hekje is dus niet anders dan een digitaal spraakgebrek.

Hashtag cartoon