Theekransje

Sinds ik mezelf schrijver durf te noemen verbaas ik mij geregeld over de ongelijke verdeling van de seksen in Nederland Schrijversland; vrouwen zijn veruit in de meerderheid. Mijn gevoel zegt dat dat een scheef beeld van de werkelijkheid is, al heb ik nog geen bewijs van het tegendeel kunnen vinden. Zijn vrouwelijke concullega’s op een breder vlak bezig met ‘het schrijver zijn’ of zijn mannelijke schrijvers introverter? Ik vermoed het laatste, al zijn de tekenen van de eerste stelling overduidelijk.
Vrouwelijke schrijvers houden zich in kuddes op en de mannelijke soort is een solitair schrijfdier. Op foto’s van workshops of schrijfretraites schitteren mannen door afwezigheid, waardoor ik mij niet aan een theekransjesgevoel kan onttrekken. Want het is vooral errug gezellig, zo’n schrijfclubje. We publiceren een boek of twee, beginnen een uitgeverijtje en geven een workshopje, waarbij we elkaar feliciteren met het auteursschap.
Nu is de gunfactor bij mij in ruime mate aanwezig, maar ik heb mijn twijfels of de lezer hier van profiteert; de energie die in deze festiviteiten wordt gestoken kan in veel gevallen beter worden gebruikt om de kwaliteit van het geschrevene te verbeteren. Want dat is de kern van schrijven. Toch?

Advertenties

Slecht schrijfwerk inspireert

Als je schrijver wilt worden doe je er goed aan veel te lezen. Tot zover klopt de stelling. Er wordt echter niet bij gezegd dat je werk van goede schrijvers moet lezen. Ik leer namelijk meer van slechte schrijvers: waarom is dit zo slecht om te lezen, wat klopt niet aan dit verhaal, welke fouten worden hier gemaakt die ik niet wil maken?
Ik heb afgelopen week fragmenten van twee onlangs gepubliceerde werken onder ogen gekregen waarbij ik me afvroeg of er überhaupt een proeflezer of redacteur aan te pas was gekomen. Nu heb ik weinig recht van spreken om een oordeel mogen te vellen, maar je hoeft geen literatuurprijswinnaar te zijn om een ‘verhaal’ te herkennen dat in strijd is met een half dozijn schrijfregels.
Het lezen van slecht werk motiveert ook. Als ik twijfel over mijn kunnen, hoef ik maar iets te lezen uit prematuur gepubliceerd werk van een concullega en mijn zelfvertrouwen krijgt weer een stimulans: ik kan en wil beter schrijven dat dit. Een schrijver die zichzelf serieus neemt is verplicht het beste uit zichzelf (en uit zijn verhaal) te halen. Al was het maar uit respect voor de lezer. Deze stelt zijn/haar vertrouwen in jou, steekt tijd in het lezen van je verhalen en mag dus niet worden afgescheept met middelmatigheid, omdat jij denkt dat je de eindstreep al hebt gehaald. Op een goede dag zal deze lezer geld neertellen voor iets wat jij geschreven hebt en dan dienen ze voor hun loyaliteit beloond te worden met kwaliteit.
En daarom duurt het bij mij zo lang voordat mijn debuut het daglicht zal zien. Ik ben niet bezig met een sprint, maar met een marathon.

Schrijven is vertalen

En dan is je verhaal klaar. Voldaan kijk je naar het resultaat; je bent er wonderwel in geslaagd het verhaal zoals dat in je hoofd zat op papier (of in de pc) te krijgen. Als schrijven voor jezelf je enige drijfveer is, ben je als schrijver geslaagd in je opzet.
Maar de kans is groot dat je zó tevreden bent met je creatie, zó trots op je pasgeborene, dat je deze aan de wereld wil laten zien. Want wat is er mooier dan anderen delen in jouw enthousiasme voor het zojuist geschrevene? Er is immers geen grotere kick voor een schrijver dan het vinden van een schare enthousiaste lezers. Het krijgen van de spreekwoordelijke erkenning.
Of je ego nu je drijfveer is of je enthousiasme om je verhaal te willen delen, nu zal je je verhaal moeten gaan vertalen. Want de gemiddelde lezer zal niet in jouw hoofd kunnen kruipen. Hij of zij kent jouw gedachtengang niet. Dus zal je je verhaal toegankelijker moeten maken. Bedoelingen uitleggen, darlings killen. Zodat de gebeurtenissen die voor jou vanzelfsprekend zijn voor de onwetende lezer ook duidelijk worden.
En jij dacht dat je klaar was.

Vrij

Imagination Einstein

Ik verheug me al enige tijd op een vrije dag – met de nadruk op ‘vrij’ – en dus laat ik een griepje mij op deze frisse, maar zonnige verlofdag de kans niet ontnemen. Ik zou thuis kunnen blijven zitten, mezelf warm inpakken en me ziek gaan zitten voelen, maar ik doe het tegenovergestelde. Omdat ik er van overtuigd ben dat niet de temperatuur, maar een virus de oorzaak is van mijn gesteldheid hoop ik mijn bacillen ervan te overtuigen dat ze in de vrije natuur beter op hun plaats zijn dan in mijn lijf.
In wandelschoenen en bermudashort maar met voldoende aangekleed bovenlijf – ik wil het noodlot niet helemaal tarten – besluit ik een nieuw stuk van het Noord-Hollands duinreservaat te gaan verkennen. Nieuw, bij wijze van spreken, want het lag er waarschijnlijk al voordat ik bestond.
In het gezelschap van een fris zonnetje trek ik met mijn analoge tablet het bos in, hopend op wat inspiratie. Het enige dat ik van mezelf moet, is mijn hoofd leegmaken van elke vorm van verplichting. Het bos blijkt daarvoor een uitstekende plek: opgefokt door een overdaad aan prikkels, als een kind dat stijf staat van de suikers, slaat mijn verbeeldingskracht op hol en krijg ik spontaan schrijfdiarree.
Een Stonehenge-achtige heksenkring van kleine, dorre, boomrestanten en een heidevlakte met hier en daar een boom die de takken laat hangen, nog steeds treurend om het verlies van zijn bladeren. De Serengeti in Noord-Holland.
Ik nader een t-splitsing en loop tussen de bomen vandaan de volle zon in. Ik stop en rits mijn bodywarmer los. Ik absorbeer het weldadige zonlicht zoals Nintendo’s Mario power-ups absorbeert. En net als bij het parmantige loodgietertje zie ik in gedachten mijn energiebalkje aanzwellen naarmate ik langer in het zonlicht vertoef.
Na een kort treffen met een pensionado-echtpaar dat mij vanwege mijn hoed, bodywarmer en schrijfblok houdt voor een medewerker van Staatsbosbeheer ben ik geruime tijd helemaal alleen. Niet verwonderlijk, want met mijn blafhoest jaag ik waarschijnlijk het laatste klein wild weg dat zich nog in mijn gezichtsveld had kunnen ophouden.
Hoewel ik de tijd aan mezelf heb, begin ik toch te twijfelen aan de juiste werking van mijn richtingsgevoel, omdat het me langer kost mijn auto terug te vinden dan ik had verwacht. Maar net voordat ik me zorgen zou kunnen gaan maken merk ik dat ik op de juiste weg terug zit. Eén voor één passeer ik de herkenningspunten die ik op de heenweg al tegenkwam: de sprookjesboom uit de Efteling, het konijnenhol waar Alice en het witte konijn in tuimelden en de omgevallen boom waaronder ik de vergeetput van Antanneke de heks verwachtte aan te treffen.
Wie heeft er nu GPS nodig met zo’n fantasie?

Ik besluit het gevoel van vrijheid nog even vast te houden en ga langs de buurtsuper, om thuis onder het genot van een microgolfmaaltijd de opgeschreven flarden van dit stukje tot een leesbaar geheel te breien. Want dat moet ik wel.

Stiekem vooruitzien

Zolang je je boek aan het schrijven bent, is alles veilig. Je bent alleen met je computer en hebt alles onder controle. Je bepaalt zelf hoe je je verhaal schrijft, wanneer je schrijft en hoe snel. Alleen je verhaal telt. Als je boek klaar is, zal dat anders zijn. Dan moet je bezig gaan houden met de keerzijde van het schrijven: op welke manier ga ik mijn product aan de wereld presenteren? Een boek uitgeven is immers niet de grootste drempel die je anno 2015 als debuterend schrijver hoeft te nemen. Daarvoor ben je niet meer afhankelijk van de grillen van een uitgever.
De grootste uitdaging zal liggen in het promoten van je boek: hoe bereik je je doelgroep, hoe laat je de wereld weten dat je iets geschreven hebt dat de moeite van het lezen waard is?

Voorlopig liggen deze obstakels nog te ver op mijn weg om me nu al druk over te maken. Waar ik stiekem wel mijn gedachten over laat gaan is de vormgeving: hoe gaat mijn boek er straks uitzien? Welke omslag – en vooral welke titel – moet bij mijn doelgroep de juiste snaar raken?
Omdat mijn korte verhalen allen een mysterie als thema hebben, wilde ik aanvankelijk een titel die dit mysterie moest uitstralen. Maar titels als ‘de anomalie’ of ‘Geestkracht 11’ zullen waarschijnlijk weinig aantrekkingskracht uitoefenen op de potentiële lezer. En omdat je, commercieel gezien, moet schreeuwen om gehoord te worden, besloot ik mijn gedachtengang een draai te geven. Dus, zoals Steven Spielberg deed met zijn ‘Amazing Stories’, heb ik nu een andere (werk-)titel voor mijn debuutbundel. Subtiliteit heeft plaats gemaakt voor duidelijkheid.

PB FV omslag logo