Schrijven 2020

Iedereen is met schrijven bezig
maar zelden meer met de taal
het gaat om de schrijver’s ego
en niet meer om het verhaal.

‘mijn boek ligt al bij Hebban en Bol
ik noem mijzelf alvast auteur
straks staat de straat hier helemaal vol
met fans, drie rijen dik voor mijn deur

ik lig in de winkel, hier in mijn dorp
tussen Slaughter, French en Vermeer
wereldberoemd bij boekhandel Van Gorp
wat wil je als schrijver nog meer?

en ben ik dan als schrijver ‘gearriveerd’
omdat mijn boekverkoop eindelijk loopt
dan geef ik dure retraites in mediterrane sfeer
omdat ‘gezellig samen schrijven’ verkoopt

en na mijn vijftien minuten DWDD-faam
als nieuwe ster aan het schrijffirmament
kent iedereen het smoel bij mijn naam
en zal men weten dat ik schrijver bent.’

Theekransje

Sinds ik mezelf schrijver durf te noemen verbaas ik mij geregeld over de ongelijke verdeling van de seksen in Nederland Schrijversland; vrouwen zijn veruit in de meerderheid. Mijn gevoel zegt dat dat een scheef beeld van de werkelijkheid is, al heb ik nog geen bewijs van het tegendeel kunnen vinden. Zijn vrouwelijke concullega’s op een breder vlak bezig met ‘het schrijver zijn’ of zijn mannelijke schrijvers introverter? Ik vermoed het laatste, al zijn de tekenen van de eerste stelling overduidelijk.
Vrouwelijke schrijvers houden zich in kuddes op en de mannelijke soort is een solitair schrijfdier. Op foto’s van workshops of schrijfretraites schitteren mannen door afwezigheid, waardoor ik mij niet aan een theekransjesgevoel kan onttrekken. Want het is vooral errug gezellig, zo’n schrijfclubje. We publiceren een boek of twee, beginnen een uitgeverijtje en geven een workshopje, waarbij we elkaar feliciteren met het auteursschap.
Nu is de gunfactor bij mij in ruime mate aanwezig, maar ik heb mijn twijfels of de lezer hier van profiteert; de energie die in deze festiviteiten wordt gestoken kan in veel gevallen beter worden gebruikt om de kwaliteit van het geschrevene te verbeteren. Want dat is de kern van schrijven. Toch?