2018

18 december 2017. Vanuit de koudste diepte van de kosmos zijn de sondes op onze planeet geland. Te klein en onbetekenend om door spionage- of andere satellieten als bedreiging te worden gezien. Met tussenpozen van uren, soms dagen; een druppel op de gloeiende tijdschaal van het onmetelijke universum.
De landingsplaatsen liggen rond de evenaar: Corcovado in Costa Rica, de Afrikaanse Congo en het tropische regenwoud van Sumatra zijn enkele plaatsen waar de indringer zijn offensief tegen de mens is begonnen. Bestand tegen de weerstand van onze atmosfeer en de harde landing, braken ze open als eierschalen toen hun tijd gekomen was.
Het vinden van voedsel is hun eerste, en op vermenigvuldigen na, enige levensbehoefte. Om zo lang mogelijk onopgemerkt te blijven overweldigen ze dieren in hun slaap. Grote dieren als beren, gorilla’s of olifanten; zolang er maar in korte tijd veel hongerige monden mee gevoed kunnen worden. Bestuurd door een collectief instinct storten ze zich als piranha’s op het droge op hun gastheer en reduceren ze deze in een mum van tijd tot een kaalgevreten karkas; geen stukje vlees gaat verloren.
Als interstellaire sprinkhanen hebben ze al vele werelden onvruchtbaar achtergelaten. Alles wat hun onverzadigbare eetlust enigszins kan voeden moet er aan geloven en niets of niemand kan ze tegenhouden. Resistent geworden tegen alles waarmee het universum ze heeft proberen tegen te houden zijn ze een onuitroeibare soort geworden. Een soort die zich sneller voortplant dan welke diersoort op aarde. Tegen de tijd dat deze roofdieren met hun bijna ondoordringbare chitinepantser de bewoonde wereld bereiken zullen ze niet meer te stoppen zijn. Geen wereldleider of terrorist, huismoeder of ambtenaar zal er aan ontkomen. Er zal niet mee te onderhandelen zijn; voor deze indringer zijn wij geen tegenstander, maar voedsel. Niet meer en niet minder.

Terwijl de Nordmann langzaam zijn naalden begint te verliezen genieten we met een proseccootje in de ene hand en een taaie oliebol in andere van een spetterend vuurwerk en wensen elkaar veel voorspoed en geluk voor het nieuwe jaar. Voor de laatste keer.

Advertenties

Niet als in de film

Sinds ze de film ‘From Here to Eternity’ hadden gezien, stond het bovenaan hun romantische verlanglijstje: de liefde bedrijven in de branding.
De laatste dagjesmensen verlieten het naakstrand, eindelijk waren ze alleen. Met hun naakte lijven dicht bij elkaar lagen ze op het plaid en fluisterden elkaar ‘sweet nothings’ toe in het licht van de dalende zon. Geholpen door de meegebrachte liflafjes en gekoelde Prosecco kwamen ze al gauw in de stemming. Hand in hand liepen ze naar de waterlijn.

Dat was eens, maar nooit meer. Het zoute water dat zijn maag vulde had de smaak van Prosecco al gauw verdrongen en nadat de krab hem in zijn scrotum had gegrepen kon hij dagenlang niet zitten. Zij had de schelpafdrukken nog dagenlang in haar onderrug staan en liep lange tijd rond met een schrale doos van het zand dat hij bij haar binnen had gebracht.
De volgende keer nemen ze de lift.