Momentopname

Het is hoogzomer, al doet het weer regelmatig anders vermoeden. Het is de zondag na zwarte zaterdag en half Nederland is onderweg naar de camping in Zuid-Frankrijk. Bij mij in de straat is het nog nooit zo stil geweest. Ook de naaste buren zijn weg, inclusief kinderen en hond. Mijn ex – we wonen nog onder één dak – is met de kinderen een week naar een camping in eigen land.
Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo van de stilte heb genoten, zelfs niet in de tijd voor mijn mislukte huwelijk, toen ik nog vrijgezel was.
Het is begin augustus en eindelijk brandt de zomerzon zoals ie zou moeten branden, maar ik zit in de schaduwrijke luwte van mijn huis bij een uiterst aangename temperatuur van vierentwintig graden. Ik ben dol op muziek, maar besluit dat de radio dit moment van rust niet mag verstoren. Onder het genot van een goedkope wijn van de buurtsuper en wat tortilla chips kijk ik af en toe op van mijn favoriete roman om te genieten van de geurige, met bijen bevolkte lavendelstruiken. Even terug van de besneeuwde vlakte van Isla Desolación, in mijn zonnige, Noord-Hollandse tuin.

IJsgrens

Over een paar maanden zal deze royale tuin en dit huis voor mij verleden tijd zijn en zal ik mijn huiselijke geluk op heel wat minder vierkante meters moeten zien te vinden. Ik plunder wat rijpe bramen uit mijn tuin nu het nog kan; die verdwijnen zo meteen in de yoghurt.
Het is namiddag, maar ik heb geen idee van de exacte tijd. Dat maakt niet uit, want voor het eerst in jaren hoef ik met niemand anders rekening te houden dan mezelf. Als ik pas om half acht met mijn bord op de bank zit, is dat ook prima.

Voordat ik terug ga naar het eiland voor de zuidkust van Chili, op zoek naar Palmer Lloyd’s meteoriet, besef ik de mogelijkheden van mijn nieuwe leven: al zal het even wennen zijn om mijn kinderen niet dagelijks te zien, toch zullen de solitaire avonden op mijn balkonnetje(?) ergens goed voor zijn: ik zal geen excuus meer hebben om mijn boek niet eindelijk te voltooien.