Onderonsje

Het is een zwoele zomeravond. Ik moet naar bed omdat ik morgen weer moet voldoen aan de verplichtingen van een werkgever, maar ik maak deze aardse zaken even ondergeschikt aan het kosmische; ik mág van mezelf de heldere sterrenhemel waar het universum mij vanavond op trakteert niet aan me voorbij laten gaan.
Ik neem plaats in een ligstoel, staar naar het firmament en voel me nietig. Ik dwing mezelf het aardse even te vergeten en probeer mijn persoontje een plaatsje te geven in de weidsheid van de kosmos, maar dat is meer dan een simpele aardbewoner bevatten kan.
Plotseling zie ik hoe twee lichtjes zich losmaken van de rest. Ze bewegen zich anders dan de hemellichamen die onverstoorbaar op hun plek blijven staan glinsteren: doelbewust, volgens een patroon, met plotselinge koersveranderingen, maar los van elkaar. Daar komt snel verandering in. Na een korte, kosmische balletuitvoering lijken de lichtjes zich aan elkaar te koppelen en bewegen perfect synchroon met een vaste tussenafstand sierlijk door het nachtelijk zwerk. Hier moet een vorm van intelligentie achter zitten. Dit is niet willekeurig, geen natuurlijk fenomeen of gezichtsbedrog.
Dan stoppen beide lichtjes recht boven me, gaat een van hen even uit en weer aan, en verdwijnen ze met een duizelingwekkende snelheid uit het zicht. Dit was onmiskenbaar een ‘close encounter of the first kind’. Een knipoog vanuit de ruimte.

Advertenties

Science fiction

Omdat mijn verblijf op de planeet Relatie niet meer gewenst is, besluit ik weer een kijkje te nemen op Venus. Ik ben er wel eens eerder geweest, heel lang geleden. Daar leven bevallige schepsels die zelfs de meest evenwichtige man met een enkel woord, gebaar of glimlach het hoofd op hol kunnen brengen. Die je in een staat van euforie weten te brengen zodat je jezelf dingen ziet doen die je niet voor mogelijk hield. Een ervaring die ik op mijn laatste planeet al lang niet meer heb gehad.
Bijna was ik vergeten hoe gevoelig mijn instrumenten zijn voor de valse signalen die van deze planeet komen, hoe gevaarlijk een wereld als deze kan zijn voor een naïeve sukkelaar als ik.
Gelukkig slaag ik er in mijn koers aan te passen voordat de aantrekkingskracht van deze verraderlijke planeet me in haar greep krijgt. Ik wil immers niet nogmaals landen in het Moeras der Teleurstellingen of het Sleurgebergte, verdwalen in de grotten van Betutteling of op de eindeloze vlakte van de Burgerlijkheid.

Ik vlieg solo verder. Er komt vast wel iets spannends op mijn pad, zelfs in de uitgestrekte ruimte die voor me ligt. Misschien leidt mijn op goed geluk ingelegde koers mij wel naar de planeet waar volgens de overlevering wezens leven als op Venus, maar met eerlijke, ondubbelzinnige bedoelingen. Een planeet waarvan wordt beweerd dat de steden welluidende namen dragen zoals Kameraadschap, Oprechtheid, Optimisme en Vrijheid.

NGC6960 witches broom

Ik maak een tussenstop bij ruimtestation Jupiter om mijn hormonen te laten neutraliseren om onderweg geen last te hebben van stoorsignalen. Omdat niemand de exacte locatie van de mythische planeet kent is het raadzaam om in hibernatie te gaan voor de mogelijk lange reis, maar ik doe het niet. Ik wil niet mijn halve leven wegslapen als er zo veel te ontdekken is. De planeet is niet mijn doel, maar de reis.
Ik wil de ongerepte schoonheid van de kosmos beleven. Genieten van de ruimte, van de duizenden sterren die als hoopgevende lichtjes aan het uitspansel staan en van de kleurrijke planeten en gasnevels. Planeten bezoeken waarvan de atmosfeer aangenaam genoeg is om er enige tijd te willen vertoeven.

En wie weet wip ik onderweg naar dit hemelse lichaam nog even aan bij de planeet Onenightstand. Maar die zal zich waarschijnlijk ook niet in mijn deel van het universum bevinden.