Het Groot Dictee

Zaterdag 2 november is het weer zover. Dan zal bij de ware taalliefhebber de avond niet in de echtelijke sponde worden doorgebracht met coïtale of anderszins seksuele escapades, maar zal de chaise longue in het volledig Feng Shui ingerichte woongebeuren het epicentrum zijn van cunnilinguïstische fijnproeverijen. Gewapend met schrijfaccessoires, al dan niet van elektronische aard, zal menig auteur in spe zich opmaken voor dit taalkundig pièce de résistance. Onder het genot van een cafeïnevrije cappuccino met een froufrou of alcoholvrij gerstenat met glutenvrije kaasovaaltjes zal men met samengeknepen derrière de kennis van etymologie, syntaxis en interpunctie kunnen toetsen, terwijl genderneutrale taalcuriositeiten in een mitrailleurtempo de revue passeren.
Zittend voor de breedbeeldflatscreentelevisie kan het hoofd weer worden gebroken over feeërieke Przewalskipaarden, gestreste penseelstaartbuidelmuizen en gekalligrafeerde blankebabybilletjesprivileges. Dus geen trendy social media anglicismen, maar literaire spitsvondigheden die zich niet in jip-en-janneketaal laten vertalen voor de plaatselijke bibliothecaresse.

Ik doe niet mee, ik heb niets met taal.

Nederland anno 2019

Bron foto: Pixabay

“Toen we het huis kochten was het heel wabi-sabi, en het deurbeslag had een mooie laag patina. Maar we kregen het maar niet Feng Shui. En ik wil natuurlijk wel met een goed gevoel in mijn eigen huis van een Beaujolais en een Wagyu-steak genieten, als je begrijpt wat ik bedoel.”
“Helemaal,” lieg ik.
“Dus toen we met de kids in de SUV naar de KFC gingen voor een spicy chicken wrap en een milk shake, zijn we daarna meteen maar doorgereden naar de woonmall. En daar vonden we dus het antwoord op ons probleem.”
Ik kijk rond en probeer tussen de grijs- en aardetinten wat kleur te ontdekken. Ik zie kiezelstenen, dode Xenos-takken en oubollige spreuken aan de wand. “Dus nu moet je huis Feng Shui zijn?”
“Volgens die verkoper van JYSK wel.”