Niet geschoten…

Normaal gesproken doe ik niet aan schrijfwedstrijden mee. Het schrijven van een verhaal dat moet imponeren kost tijd, vooral als dat een ander genre is dan waar mijn hart ligt. Dus als ik een serieuze poging zou wagen in bijvoorbeeld het thriller- of horrorgenre, zou ik waarschijnlijk de uiterste inzenddatum niet halen. Bovendien steek ik die tijd en energie liever in mijn debuutbundel.
En wat levert het me op als ik de eerste, tweede of derde plaats bereik in de gemiddelde schrijfwedstrijd? Erkenning voor mijn schrijfkwaliteiten en een beetje naamsbekendheid.

LS schrijfwedstrijd 2016

Het wordt natuurlijk anders als het gaat om een verhalenwedstrijd op niveau in het genre ‘magisch realisme’, fantasy-, science fiction- en horrorverhalen. Zoals de Harland Awards, waarvoor ik zonder lang nadenken mijn eerste twee voltooide verhalen ‘Alles op zijn tijd’ en ‘Het doet maar even pijn’ heb ingezonden.
In afwachting van de uitslag van deze wedstrijd kreeg ik een tip van medeschrijver Bianca Toebak. Het was de aankondiging van verhalenwedstrijd ‘Elfia Haarzuilens 2016′, uitgeschreven door Luitingh-Sijthoff, ’s lands bekendste uitgeverij in het genre. Luitingh-Sijthoff geeft onder andere romans uit van Stephen King en Preston & Child. Need I say more?
Ik zou dus gek zijn als ik deze kans liet liggen.
Nu rijst de vraag: welk verhaal stuur ik in? ‘Alles op zijn tijd’ (over een truckchauffeur die terugreist in de tijd en zijn eigen bestaan in gevaar brengt) is een leuk verhaal, maar niet indrukwekkend genoeg voor dit doel. En ‘Het doet maar even pijn’ (over een man die zijn angst voor de tandarts te lijf gaat met zelfhypnose) is tegen de regels, want ik heb het al ingezonden voor een andere wedstrijd.
Dus zit er niets anders op mijn derde verhaal, ‘De held’, eindelijk eens af te maken en in te zenden vóór 28 maart. Het is weliswaar mijn beste verhaal tot op heden, maar voldoet (misschien) niet aan het thema van deze wedstrijd: ‘Time & Space’. Toch zal mij dat niet weerhouden van inzending, want mijn doel is niet in de eerste plaats het winnen van deze wedstrijd, maar de aandacht op mijn werk vestigen. Want dan kan mijn schrijfcarrière wel eens in de broodnodige stroomversnelling terecht komen. Het zou de stok achter de deur kunnen zijn die ik nodig heb om mijn productiviteit op te schroeven.

“Als je meedoet aan deze wedstrijd, ben je bereid een (optie)contract te sluiten met uitgeverij Luitingh-Sijthoff voor de eventuele publicatie van het werk.”

Toverwoord

Cauldron witches hands

Er was eens, heel lang geleden, een wereld waar tovenaars, heksen en magiërs de macht hadden om werelden te bewegen met een enkele bezwering, met Het Toverwoord.
Anno 2015 zijn tovenaars verworden tot theater-artiesten, heksen zijn lang geleden op de brandstapel geëindigd en magiërs hebben een alternatieve broodwinning gevonden in het rijk der fantasy-romans.
Maar Het Toverwoord bestaat nog. En dan heb ik het niet over de abracadabra’s en sim sala bim’s waarmee illusionisten Hans K. en Hans K. hun publiek vermaken, maar over Het Toverwoord. De incantatie, die macht kan uitoefenen op een ieder over wie deze bezwering wordt uitgesproken. Dit Toverwoord van de nieuwe tijd is VEILIGHEID.
Sinds dit woord een aantal jaren door iemand over de schutting is gegooid, zijn er hele bedrijfstakken die inmiddels hun brood verdienen met professionele bangmakerij; uit naam van de VEILIGHEID laat de burger zich immers alles aanpraten. En zolang het de economie ten goede komt hoort u mij niet klagen, maar als het dreigt door te schieten naar de verkeerde kant, maak ik mij zorgen.

TESO hekken

Een van de meest schrijnende voorbeelden van die nieuwe VEILIGHEID is te vinden in Den Helder, bij het vertrekpunt van de veerboot naar Texel. Veerbootexploitant TESO is er hier in geslaagd een netwerk van hekken te bouwen dat, ondanks een amusementspark-achtig pastelkleurtje, opkomende gevoelens van claustrofobie niet buiten kunnen houden.
Als je besluit om aan de buitenkant van deze kraal een kijkje te nemen kom je bedrogen uit. Het voetgangersdraaihek blijkt onverbiddelijk; je kunt niet meer langs dezelfde weg terug en bent geïsoleerd van je voertuig. Je bent dus ontsnapt aan je openluchtgevangenis, maar daar heeft de veerboot geen boodschap aan. Die vertrekt gewoon op tijd. Met of zonder jou.
De enige weg om jezelf met je auto te herenigen is via de autokassa’s bij de hoofdingang. En dan mag je hopen dat het kortetermijngeheugen van de kassadame, die jou met je auto nog geen tien minuten geleden heeft doorgelaten, haar nog niet in de steek heeft gelaten.

Nooit eerder heb ik me in de buitenlucht zo opgesloten gevoeld. Niet in Nederland. Wel een keer op een verre vakantiebestemming. In een land dat vele jaren na een oorlog met de buren nog steeds in staat van paraatheid was. Waar men dacht dat ik als toerist nog een bedreiging kon zijn voor hun nationale VEILIGHEID. Alsof ik spionagefoto’s had willen maken van het ouderwetse vliegmaterieel dat daar in krakkemikkige nishutten stond weg te roesten…

Vanwaar deze hekkenmanie? Wil deze veerbootexploitant een trendsetter zijn op beveiligingsgebied of is dit Waddeneiland van strategisch belang voor onze nationale VEILIGHEID? Misschien vreest men voor een terroristische aanval op het juttersmuseum of een gijzeling van de vuurtorenwachter…
Maar het kan natuurlijk ook zijn dat TESO alleen maar een beetje is doorgeschoten in hun pogingen het vakantievee te reguleren en dat ik een oude zeurkous ben. Maar dat is mijn goed recht. We wonen immers in een vrij land. Toch?

Zijn dit nu de indringers die ik moet vrezen of zijn het de mannen die me juist een veilig gevoel zouden moeten geven?

Zijn dit nu de indringers die ik moet vrezen, of zijn het de mannen die me een veilig gevoel moeten geven?

#