Telefonie anno 1982

De half geopende vitrage bood, over de in de vensterbank gerangschikte plantjes heen, een wijds uitzicht over het park. De Friese staartklok tegen het bloemetjesbehang tikte onverdroten door. De geur van koffie vulde het bejaardenflatje.
Anja sopte haar Bastognekoek in haar kopje. “Hoe is het met je reuma, mam?”
“Niet best,” zei Beppie. “Zelfs telefoneren doet pijn.”
“Dan wordt het tijd voor een andere telefoon.”
“Maar ik heb deze al zo lang ik me kan heugen.”
“De PTT heeft pas een paar nieuwe toestellen uitgebracht, oma,” zei Erik. “Met druktoetsen.”
“Toch niet zo’n raar ding als bij Sonja Barend?”
“Da’s de Ericofoon,” wist haar kleinzoon. “Die is juist hartstikke gaaf.”
“Ik ga echt niet met zo’n raar ding zitten bellen,” woof Beppie afkeurend.
“Dat hoeft niet, mam,” zei Anja. “Ze hebben ook andere modellen. Meer iets voor u.”

Beppie had zich laten overhalen tot de aanschaf van een ietwat klassiek ogend druktoetstoestel met een ‘gewone’ hoorn en verkrijgbaar in enkele ingetogen kleuren. Haar vertrouwde T65 toestel was eigendom van PTT en dus diende ze deze in te leveren. Zorgvuldig poetste ze het toestel op en nam het in haar tas mee naar de telefoonwinkel.
“Eén Diavox voor mevrouw. In stemmig beige.” De baliemedewerker riep naar achteren. “Ik heb hier een T65. Wat moet ik daarmee?”
“Achterin het magazijn,” klonk het van achteren. “Donder ‘m maar in het krat.”

Advertenties