Reis

Na een dag van verantwoordelijkheden en plichtplegingen verlangt hij er naar weer op reis te kunnen. Naar de plaats waar niks moet en alles kan. Alles.
Hij maakt een tussenstop bij zijn slapende prinsen. Hij kust ze op voorhoofd en wang en voor hij de deur achter zich sluit fluistert hij “Ik zie jullie zo aan de andere kant.”
In adamspyjama schuift hij tussen het katoen, kapselt zich in foetushouding in zijn katoenen cocon. Zijn bed is zijn treincoupé, zijn vliegtuigstoel, de mand van zijn luchtballon. Zijn ruimteschip, zijn tijdcapsule. Langzaam sluit hij zijn ogen en vertrekt.