De duvel is oud

Opschieten zat er niet in. De snelheidslimiet was 50, maar de automobilist voor hem nam het zekere voor het onzekere met een gezapige 49 km/u.
Martin keek nog eens goed door de achterruit van de auto en zag een grijs koppie achter het stuur zitten. “Kom, ouwetje,” dacht hij hardop. “Je wandelt niet met je rollator door de gangen van ‘Huize Avondrood, maar nog niet dood’. Ik wil graag thuis zijn voor ik van ouderdom ben gestorven.”
Op zijn racefiets verwachtte hij nog op te kunnen schieten, maar die illusie werd hem ontnomen door een ouder echtpaar dat de volledige breedte van het fietspad nodig had. Nu begreep hij waarom oude mensjes er verstandig aan deden een fietshelm te dragen; als ze nog langzamer reden, zouden ze hun evenwicht verliezen en omvallen.
Een bezoekje aan de buurtsuper voor wat tussendoorboodschappen stelde zijn geduld verder op de proef: het was alsof de zilverharige dame die voor hem bij de kassa stond voor het eerst van haar leven boodschappen deed in een supermarkt. Artikelen op de band leggen, afrekenen met pinpas, vragen over legeflessenbon, klantenkaart en spaarzegels; niets ging probleemloos.
Eenmaal thuisgekomen zou hij de saaiheid van de dag wel verdrijven door een rocknummer op te zetten of een F1-verslag terug te kijken, maar eerst moest hij de stapel post achter de voordeur te lijf. Hij opende de bovenste envelop, haalde de kaart eruit en sloeg deze open. Terwijl hij ‘Gefeliciteerd, ouwe reus!’ las in Theo’s handschrift, piepte een elektronisch ‘When i’m sixty-four’ door de gang.
Een voor een nam hij de verjaardagskaarten door en bij de laatste durfde hij eindelijk de waarheid een beetje tot zich te laten doordringen. Hij keek in de gangspiegel en haalde zelfverzekerd zijn vingers door zijn weelderige grijze haardos. “Ach, wat. Vierenzestig is het nieuwe dertig.”

Advertenties

Dirk

Dirk

Het is zaterdagmiddag en ik sta bij de buurtsuper de boodschappen in mijn onberispelijke, goudkleurige, bijna dertig jaar oude auto te laden, als ik een vergelijkbare auto in groen over het parkeerterrein zie draaien. Op zich niet zo bijzonder, want ik weet dat dit model niet uit het straatbeeld is weg te roesten. De auto draait met een wijde boog om me heen en komt verderop, vluchtig geparkeerd over drie parkeerplekken, tot stilstand. De man die uitstapt roept onmiddellijk associaties bij me op met Dirk, een van de meest kleurrijke creaties van Wim de Bie; een lijzige figuur met een ongeschoren bakkes in een geruit houthakkershemd schuifelt op me af. Een Joris’ Showroom-type dat ik, als ik leed aan vooroordelen, liever op afstand zou houden. Opnieuw blijkt het voordeel van geen vooroordeel. Terwijl ik bij de kassa stond blijkt ‘Dirk’ zich al te hebben staan verbazen over de onwaarschijnlijk lage kilometerstand van mijn “gouwe ouwe” en voor ik het weet vergelijken we gegevens en ervaringen over onze klassiekers en is Dirk voor mij geen sjofele, zonderlinge vreemdeling, maar een liefhebber, net als ik.

Momentopname

Het is hoogzomer, al doet het weer regelmatig anders vermoeden. Het is de zondag na zwarte zaterdag en half Nederland is onderweg naar de camping in Zuid-Frankrijk. Bij mij in de straat is het nog nooit zo stil geweest. Ook de naaste buren zijn weg, inclusief kinderen en hond. Mijn ex – we wonen nog onder één dak – is met de kinderen een week naar een camping in eigen land.
Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo van de stilte heb genoten, zelfs niet in de tijd voor mijn mislukte huwelijk, toen ik nog vrijgezel was.
Het is begin augustus en eindelijk brandt de zomerzon zoals ie zou moeten branden, maar ik zit in de schaduwrijke luwte van mijn huis bij een uiterst aangename temperatuur van vierentwintig graden. Ik ben dol op muziek, maar besluit dat de radio dit moment van rust niet mag verstoren. Onder het genot van een goedkope wijn van de buurtsuper en wat tortilla chips kijk ik af en toe op van mijn favoriete roman om te genieten van de geurige, met bijen bevolkte lavendelstruiken. Even terug van de besneeuwde vlakte van Isla Desolación, in mijn zonnige, Noord-Hollandse tuin.

IJsgrens

Over een paar maanden zal deze royale tuin en dit huis voor mij verleden tijd zijn en zal ik mijn huiselijke geluk op heel wat minder vierkante meters moeten zien te vinden. Ik plunder wat rijpe bramen uit mijn tuin nu het nog kan; die verdwijnen zo meteen in de yoghurt.
Het is namiddag, maar ik heb geen idee van de exacte tijd. Dat maakt niet uit, want voor het eerst in jaren hoef ik met niemand anders rekening te houden dan mezelf. Als ik pas om half acht met mijn bord op de bank zit, is dat ook prima.

Voordat ik terug ga naar het eiland voor de zuidkust van Chili, op zoek naar Palmer Lloyd’s meteoriet, besef ik de mogelijkheden van mijn nieuwe leven: al zal het even wennen zijn om mijn kinderen niet dagelijks te zien, toch zullen de solitaire avonden op mijn balkonnetje(?) ergens goed voor zijn: ik zal geen excuus meer hebben om mijn boek niet eindelijk te voltooien.

Een beetje kruimig

Omdat het einde van de recessie nog niet in zicht is en we dus nog steeds op de kleintjes moeten letten, doe ik thuis vaak de boodschappen (al is het niet bij Albert Heijn). Ik ben een man en dus niet gevoelig voor aanbiedingen; als ik iets niet nodig heb, koop ik het niet. Ik doe alleen mijn plicht, want boodschappen doen zal nooit mijn hobby worden. Veel te ingewikkeld.
Ik doe mijn boodschappen bij voorkeur bij het kleine, plaatselijke filiaal van de lokale supermarktketen, omdat ik bij de grote broer bij binnenkomst al een gevoel van schaamte krijg bij het zien van zoveel welvaart. ‘Dat moet allemaal poep worden’ hoor ik Fons Janssen dan in gedachten zeggen. En dan heb ik het nog niet eens over de XL-supers, waar ik ook nog word overvallen door een milde vorm van agorafobie.
En dan is er het boodschappenlijstje. De hierop verstrekte informatie dient bij voorkeur niet teveel vragen op te roepen. Dat doet het bij mij dus wel. Gewoon ‘rijst’ kan ik niks mee. Weet u wel hoe veel soorten rijst er zijn? Van verschillende merken. In verschillende verpakkingen.

Omdat ik niet bij elk schap naar huis wil bellen voor verduidelijking – ik heb ook mijn trots –, probeer ik me te redden met mijn gezond verstand, maar dat is onbegonnen werk in deze kakafonie van producten. Ik sta bij de wasverzachter. Geloof ik. Even twijfel ik aan de geaardheid van het product vanwege de poëtische labels die me toezingen. Bijna waan ik me in een kunstgalerij in plaats van de buurtsuper. ‘Creations met hibiscus & kersen’ of ‘Sensations met goudgele iris & vanille’, kwelen de labels me toe. Geruime tijd twijfel ik of dit product bedoeld is voor uitwendige verzorging of voor oraal genoegen. Pas na het raadplegen van het colofon aan de achterzijde van de fles wordt duidelijk dat ‘lavendelgeluk’ een (te) mooie naam is voor wasverzachter. In een opperste staat van verwarring ga ik voor de zekere keus en pak opgelucht een huismerk met de duidelijke naam ‘wasverzachter’ op het etiket.

Beetje Kruimig Potatohead

En net nu ik door heb dat kruimige aardappels thuis de voorkeur genieten, komen de grootgrutters weer met een subcategorie: ‘een beetje kruimig’. Wat is het volgende? Heel erg zoute pinda’s? Halfrechte bananen? Ik word er zelf een beetje kruimig van…