Net niet gedicht

de zon drong krachtig binnen
plaagde mijn gezicht
mijn onzekerheid verdreven
er moest worden gedicht

daadkracht was geboden
mijn verlossing kwam in zicht
te vroeg voor Alabastine
de bouwmarkt was nog dicht

Mensenvriend

Zaterdag is bouwmarktdag. Ook voor mij. Naast mij op het parkeerterrein stopt een grote grijze SUV. Het is hetzelfde bakbeest dat eerder die ochtend twee keer achter elkaar probeerde mij van de weg te drukken, mijn lichtsignalen en claxonneren negerend.
De bestuurder stapt uit, negeert mij nogmaals en verdwijnt in de bouwmarkt. Op de achterbank staat een Rottweiler. Het monster kijkt me vervaarlijk aan en begint te blaffen. Kwijl spat op het raam.
Ik ben niet bang voor het beest; ik werp het de vernietigende blik toe die voor zijn baas bedoeld was. Het kalf reageert onmiddellijk: het zet zijn enorme poten met harde nagels tegen het glas en gromt zijn hoektanden bloot.
Ik zie het interieur van de auto en word blij van al dat fraaie leer. Ik daag de Rottweiler uit, voorbijgangers verklaren mij voor gek. Uitzinnig van woede laat het monster zich gewillig door de auto jagen terwijl ik er met een boog omheen loop. De SUV staat te schudden op zijn enorme wielen. Ik zie het tafereel even geamuseerd aan en loop zelfingenomen de bouwmarkt in. Ik ben geen hondenliefhebber, maar vandaag even wel.

Nooit klaar

Het lijkt steeds vaker voor te komen: op een rit van A naar B volg ik gedwee de aanwijzingen van Vlaamse Lucy op en neem nietsvermoedend de bocht. Stop. Een wegafzetting wegens werkzaamheden. Hier ook al. Ik was me er niet van bewust dat het plaveisel hier alweer versleten was of het straatmeubilair aan vervanging toe. Maar misschien moest de verantwoordelijke gemeenteambtenaar zijn toegewezen budget opmaken omdat hij anders volgend jaar minder budget toegewezen zou krijgen.

Doeners

Ik denk eerder dat het de menselijke drang tot bouwen is. Mensen zijn Doeners. Net als de bouwvakkertjes uit de jaren tachtig poppenserie ‘De Freggels’ moeten we altijd ergens mee bezig zijn, om het bezig zijn. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’ zeiden onze grootouders, bang dat we uit verveling kattenkwaad zouden gaan uithalen. Het wordt ons met de paplepel ingegoten door Bob de Bouwer en Klus de kabouter en fabrikanten van powertools spelen hier handig op in door speelgoedversies van hun producten op de markt te brengen. Klantenwerving onder het kluskroost, met als motto ‘jong geleerd is oud gedaan’. Alles voor het Hornbach-gevoel (wat dat ook mag zijn). De Nederlandse televisie heeft een continu aanbod van huis-, tuin- en keukenverbouwprogramma’s en volgens de reclamefolders op de mat lijden bouwmarkten chronisch aan ‘spectaculaire klusweken’.

Zelfs als het niets te maken had met inkomen of sociale wetten zouden we werkelozen waarschijnlijk eerder zien als luilakken dan bofkonten. Daarom is het des te vreemder dat spreuken over een leven zonder werk populairder zijn dan kreten als ‘arbeid adelt’. Zo wacht ik stiekem nog steeds op de dag dat mijn werkgever zal zeggen: “Het werk is op, we zijn klaar. Ga lekker naar huis, je bent vrij.”
Kan ik eindelijk al die achterstallige klusjes afmaken.