Klaar

Met verzamelde moed en kracht duwde hij de punt van het gekartelde vleesmes tussen zijn ribben. De pijn die zijn borstkas vulde, stond niet in verhouding tot het overweldigende gevoel van opluchting dat hij weldra van alles verlost zou zijn. Verlost van een hoofd vol onrust, van een liefdeloos leven, van een lijf dat nooit had of was bemind.
Vastberaden dreef hij het mes in zijn verdorde hart, een hart waarin hij nooit een vrouw had toegelaten, een hart dat geen ware liefde had gekend.
Hij zeeg ineen op de stoel en met een laatste krachtsinspanning trok hij het mes uit de wond, zodat zijn bloed vrij kon stromen. Als een ultieme aderlating nam het bloed al zijn ellende en liefdeloosheid mee. Eindelijk was hij gelukkig.

Advertenties

Excursie anno 2057

“Toen ik als jochie van amper twintig hier in de Zoo kwam werken heette het nog dierentuin. Toen hadden we nog echte, wilde dieren. Achter hekken of tralies, anders aten ze de bezoekers op.”
“Echt waar?!” De schoolkinderen hangen aan zijn lippen.
“Mijn dag zag er ook heel anders uit. Kilo’s eten verstouwen. Fruit, vlees, vis. En kilo’s poep.”
“Getver!”
“Met de komst van de androïeren, in 2033, heb ik me laten omscholen van verzorger tot engineer. Ik moest met mijn tijd meegaan of ander werk zoeken. Maar ik mocht wel mijn titel houden: Oppasser.” De man laat zijn blik door het park dwalen, waar exotische dieren en bezoekers door elkaar lopen. “Vroeger waren we hier een kapitaal kwijt aan voer en medicijnen, nu aan stroom en software-upgrades.”
“Mist u het wel eens, de echte dieren?” vraagt de juf.
“Ja. Maar ik ben nu 74 en over twee jaar mag ik dus met pensioen. Dan ga ik op reis naar Afrika en Indië. Op zoek naar bloed, poep, gif en veren. Dat lijkt me geweldig.”