Het einde van de weg

Ik zit op de achterste rij in de aula. Familieleden en vrienden, verstopt achter hun verdriet, lopen langs zonder mij op te merken. Uit de luidsprekers klinkt ‘Take the long way home’ van Supertramp. Betekent het nummer iets voor me, of herken ik het slechts van de radio? Op de kist staat de obligate portretfoto. Ik herken hem, maar zijn naam wil niet op het puntje van mijn tong landen.
De aula is niet eens halfvol, maar de verslagenheid is groot. Het gemis is tastbaar. Wie op zoveel liefde kan bogen, moet een gelukkig mens zijn en heeft geen onafgemaakte zaken.
Ik ken alle aanwezigen, al ben ik sommige namen vergeten. Ik zie oom Stefan en ik zie de tweeling, Sonja en… Sylvia. Hun onwetendheid is hun zegen.
Ik voel me een buitenstaander omdat ik niet het verdriet kan voelen dat de anderen voelen. Toch moet ik de piëteit opbrengen om deze afscheidsdienst uit te zitten.

Ik schuifel achter de anderen aan over het grindpad. Een schamele herfstzon kleurt het bladerdek in schakeringen van geel, rood en bruin; het is een perfecte dag voor een afscheid. Als er al zoiets bestaat.
Bij het graf prevelt de geestelijke een gebed en na een stilte, slechts doorbroken door vogels die geen besef hebben van verdriet, schuifelen de aanwezigen langs de kist voor een persoonlijk afscheid. Als laatste nemen drie tieners in tranen afscheid van de kist en heel even steekt een intense pijn door mijn hart.
Dan wordt er aan me getrokken. Mijn geheugen klaart op en alles valt op zijn plaats. De kist die langzaam in de grond verdwijnt is mijn afscheid van het aardse bestaan, mijn vertreksignaal. Het is goed zo.

Advertenties

Lotte

Geen ouder zou zijn eigen kind moeten overleven.
Op de kleine kist staat een portretfoto van Lotte, een guit van zes met sproeten en rossige krullen. Naast de foto ligt, tussen de bloemstukjes, haar favoriete knuffel Otsie, een roze pluchen neushoorn. Door de luidsprekers van de aula klinkt haar lievelingsmuziek: de wrange, misplaatste vrolijkheid van K3 kan de sfeer niet verlichten.

De zon gluurt door het kleurige bladerdak en zet de omgeving in een warme herfstgloed als de familieleden en vrienden zich snikkend verzamelen rond het graf. Lotte’s ouders hebben de afgelopen dagen genoeg tranen gelaten.
“Kijk eens,” fluistert Marian als ze tegen Peter aan leunt.
Op een tak boven het open graf is een roodborstje gaan zitten. Het laat zich niet afschrikken door de grafrede van de geestelijke, noch door familie en vrienden die langs het graf schuifelen, waarbij ze elk een bloem op de kist leggen en een afscheidswoordje prevelen.
Pas als de kist in het graf verdwenen is, vliegt het roodborstje weg.
Marian kijkt het beestje na. “Daar gaat ze, mijn lieve schat.”