Lullo’s date

Onvast stond Boudewijn in zijn Santoni’s voor ‘De Hipster’. Nuchter zou hij zo’n tent nooit betreden, maar Ilse wilde per se hier afspreken en hij was nu eenmaal knetterverliefd op haar. Vastberaden koerste hij op de bar af, zette zich op een kruk en stelde in het halfdonker zijn blik scherp op zijn Patek Philippe: hij was tien minuten te vroeg. Tijd genoeg om zich meer moed in te drinken. Hij kwakte zijn Bentley-sleutels op de bar en wenkte naar de barkeeper met grootvaderbaard en grootmoederknotje. “Hé, Piggelmee! Schuif de menukaart eens deze kant op, ik wil eens kijken of er wat vloeibaars te kanen valt in dit omgewaaide kippenhok. Ik word een beetje verdrietig van die macrobiotische herrie die hier uit de speakers loopt en van verdriet krijg ik dorst.”
De drankkaart had net zo goed in Sanskriet geschreven kunnen zijn, want het enige dat hij wist te ontcijferen was glutenvrij bier, Basmatiwijn en heel veel 0,0%…
“Hé, tuinkabouter,” wenkte hij de man achter de bar. “Doe mij iets met minstens twintig procent erin.”
De man keek hem schaapachtig aan.
“Alcohol,” benadrukte Boudewijn. “Pretwater. Chop, chop.”
De groene drab die hem werd voorgezet leek op een als smoothie vermomde cocktail, maar had een verrassende ‘bite’. Iets té verrassend, maar godzijdank voor zijn Armani zat hij pal naast de toiletten.
Toen hij twintig minuten later terug bij zijn kruk kwam, zag hij op zijn horloge dat hij een week te vroeg was.
Maar hij had in geen tijden zo goed gekotst.

Advertenties