Sterfbed

“Wat was het mooiste moment van je leven, opa?” vroeg Jonas, terwijl ze om hem heen stonden.
Het uitgemergelde lichaam van de oude man ging bijna verloren in het grote ziekenhuisbed. Met zijn vaalgrijze ogen doorzocht hij bijna een eeuw aan herinneringen en er verscheen een blos op zijn gerimpelde wangen. “Je oma was het mooiste meisje dat ik ooit gezien had,” sprak hij, amper hoorbaar. “Een engel op aarde.” Hij haalde langzaam en diep adem. “We waren voor het eerst samen op vakantie. We stonden op een berg die uitzicht bood over half Frankrijk.”
Op dat moment schoot hij in een onbedaarlijke hoestbui. Een verpleegster snelde te hulp.
“Opa heeft rust nodig, Jonas.” José maakte aanstalten tussen haar zoon en het bed te stappen, om de zuster te helpen. Haar vader te helpen.
De oude man herstelde zich en hief zijn knokige hand. “Het is wel goed.” Hij raspte zijn keel en mijmerde verder. “Margje – je oma – maakte haar blonde, golvende haar los en kwam voor me staan. Ik verdronk in haar blauwe ogen. ‘Met jou wil ik heel oud worden, Albert,’ zei ze. Vanaf dat moment was ik de gelukkigste man van de wereld.”
De stilte in de ziekenhuiskamer was voelbaar.
“En nu mag ik weer naar haar toe.”

Schrijver of echtgenoot

Ze was bezig in de keuken en zag hem de trap op gaan. “Wat ga je doen? Het eten is bijna klaar.”
“Even een verhaal uitwerken. Begin maar zonder mij.”
“Een verhaal uitwerken? Bas moet straks naar hockey en Sterre naar ballet. Kan je het niet gewoon opschrijven?”
“Zo werkt het niet. Ik moet dit verhaal nu uitwerken, voor het een andere schrijver vindt. Ik vraag jou toch ook niet te wachten met het kopen van die afgeprijsde schoenen tot mijn salaris gestort is?”
“Dat is anders.”
“Dat is het zeker. Dat zijn maar schoenen. Dit is een verhaal.”

Openbaring

Omdat de storing ook haar provider had getroffen was Mandy drie dagen van de digitale buitenwereld afgesneden geweest. Op zoek naar een verklaring zette ze haar televisie aan en speurde de nieuwszenders af. Alle zenders – niet alleen de Nederlandse – berichtten over het object dat al drie dagen in geduldige afwachting op een hoogte van drieëndertig meter boven de Waalsdorpervlakte hing.

De vlammende hoofdpijnen van de afgelopen dagen flitsten door Mandy heen en de dromen die haar kwelden werden glashelder. De wereld zocht naar een diepere betekenis van het fenomeen, maar voor Mandy was het duidelijk: ze ging naar huis.

Terug op de markt

Ik heb vaak genoeg alleen aan tafel gezeten, in een groot bed geslapen, gejankt voor de spiegel, gelachen om het leven. Ik wil niet alleen sterven.
Ik pak het groots aan, maar zonder succes. Joris’ Showroom vindt mij niet uitzonderlijk genoeg. Dinosaurussen zijn hot, fossielen als ik niet. Ik ben geen boer, en dus niet interessant voor Yvon Jaspers. En bakken kan deze Hollander niet. Kortom, de wereld draait zonder mij ook wel door.
De ware liefde zal nu spoedig mijn pad kruisen. Het kan niet missen. Ik heb me in het wijkcentrum opgegeven voor een paasworkshop ‘hooihazen maken’.’

Karma

(met dank aan Anna-Martine Bangma)

De wrat op mijn neus jeukt; er is storm op komst. Minstens Code Oranje. En dat betekent forse hoofdpijn voor een heks van de Vijfde Heuvel van Mort. Maar wat zou ik voor heks zijn als ik daar zelf geen probaat middel tegen kon brouwen? Met vleermuisoog, paddengif en nog iets. Wat, verklap ik niet. Ik ben een sprookjesfiguur en dus moet het geheimzinnig blijven. Ik heb het ook niet verzonnen.
Een van de cruciale ingrediënten voor mijn drank is op; ik zal dus nog de deur uit moeten. Ik maak gebruik van de stilte voor de storm, stap op mijn bezem en suis dankzij mijn navigatiekraai behendig door het spreukjesbos.
In het struikgewas bespeur ik een paracetamol; zijn staart is wat ik nodig heb. Ik zet in voor een duikvlucht zoals ik die al vele malen succesvol heb uitgevoerd. Mijn bezem, een geïmpregneerde Nimbus 3000 van driemaal gelaagd waaibomenhout, online gekocht bij het Magic Outdoor Center aan het Braamstruikse Binnenpad, is stormbestendig, maar mijn mantel uit de zomeruitverkoop van de Action is dat niet. Een rukwind duikt eronder en brengt me uit balans, mijn Nimbus boort zich in de dichtstbijzijnde eik en even later hang ik tussen hemel en aarde met een boom tussen mijn benen en een forse hoofdpijn. Klotestorm.

bron foto: Noordhollands Dagblad

Schrijven 2020

Iedereen is met schrijven bezig
maar zelden meer met de taal
het gaat om de schrijver’s ego
en niet meer om het verhaal.

‘mijn boek ligt al bij Hebban en Bol
ik noem mijzelf alvast auteur
straks staat de straat hier helemaal vol
met fans, drie rijen dik voor mijn deur

ik lig in de winkel, hier in mijn dorp
tussen Slaughter, French en Vermeer
wereldberoemd bij boekhandel Van Gorp
wat wil je als schrijver nog meer?

en ben ik dan als schrijver ‘gearriveerd’
omdat mijn boekverkoop eindelijk loopt
dan geef ik dure retraites in mediterrane sfeer
omdat ‘gezellig samen schrijven’ verkoopt

en na mijn vijftien minuten DWDD-faam
als nieuwe ster aan het schrijffirmament
kent iedereen het smoel bij mijn naam
en zal men weten dat ik schrijver bent.’

Gandalf

Een opdrachtverhaal voor de Facebookgroep ‘Ultrakorte Verhalen’. De gegeven woorden waren: resten, mond, huid, wind, wijze.

Hard werken maakt hongerig. De schaal met afgekloven botten en onverteerbare vleesrestanten was de stille getuige van een copieuze maaltijd. De wijze grijsaard zette de kelk aan zijn verweerde mond; de godendrank die er naast vloeide, verzachtte de geschroeide huid van zijn bebaarde gelaat. Hij voelde de resten van het eerder genuttigde wildbraad reeds zijn oude darmen passeren.
“You shall not pass!” scandeerde hij met dubbele tong, maar het mocht niet baten. Luid galmend wapperde de holle wind onder zijn mantel vandaan, ricocheerde tussen het houten herbergmeubilair en toeterde door het open venster de vrijheid van Midden Aarde tegemoet.

Poseidons toorn

Opgezweept door de boeg geselden de golven het brugvenster van de ‘Iskander’ en maakten het zicht bijna onmogelijk. Het was midden op de dag, maar de zon was gevlucht voor het geweld dat de weergoden hadden ontketend. In deze hel leek zelfs zwaartekracht geen zeggenschap te hebben. Voordat de Iskander een nieuwe golf in dook, kwam het noodlijdende vrachtschip in zicht, in een felle strijd gewikkeld met de elementen.
“No cure, no pay…” Einar Pettersens gemopper werd overstemd door de bulderende zee, het kraken van het protesterende bergingsschip en de krachttermen van roerganger Jack Harper, die met handen en voeten bezig was de Iskander op koers te houden.
“Als je nog eens wat weet,” schreeuwde Einar hem toe.
“Denk toch eens wat constructiever,” wierp Jack terug. “Als we deze klus klaren zitten we gebeiteld.”
Met moeite slaagde Einar er in zijn lichaam klem te zetten tussen de stalen buitenwand en een tussenschot, zodat hij zijn handen lang genoeg vrij had om de verrekijker aan te leggen. De rest van het brugpersoneel had beduidend meer moeite zich staande te houden en gelijkertijd hun werk te doen. Terwijl de Iskander zich verhief voor een duik in een nieuwe golf en het resterende water van de vorige van het brugvenster droop, kon Einar de naam van het schip lezen: ‘Alva Maria’. Huizenhoge golven met witte schuimkoppen speelden met het majestueuze schip alsof het gewichtloos was. Gelaten keek de Noor toe hoe de laatste bemanningsleden door een kustwachthelikopter van het vrachtschip werden gelicht. “Vergeet het maar, Jack. Ze hebben haar opgegeven.”
“Godverdomme.” Jacks vloek ging bijna verloren in het lawaai. Bijna.
“Dit is de toorn van Poseidon,” brulde Einar. “Of misschien wel van Amphitrite, zijn gade.”
“Lul niet zo stroef, man,” riep Jack. “Wat is nu weer een gade?”
“Zijn vrouw. Die hij dwong tot een huwelijk.”
“Logisch dat ze pissig is.” Jack sjorde onverstoorbaar aan het roer. “Maar waarom reageert dat wijf dat op ons af?”
Onbestuurbaar achtergelaten was de Alva Maria een makkelijke prooi voor de kolkende zee: dood gewicht, verwikkeld in een ongelijke strijd met de godin van de golven. Maar het geweld leek over zijn hoogtepunt heen. Het roofdier had zijn energie opgebruikt aan de jacht en trok zich terug om zijn prooi te verschalken.
Als een laatste stuiptrekking deinde het achtersteven van het vrachtschip omhoog uit de golven, en verdween toen in de diepte. De storm ging liggen, het laatste schuim loste op en luchtbellen werden één met het omringende water. De Alva Maria was niet meer.
De bemanning van de Iskander zweeg, de zee en de wind waren nog in een tweegesprek gewikkeld. Verslagen wachtte de bemanning van het bergingsschip tot de Alva Maria volledig was verdwenen, zoals bezoekers op een begrafenis uit piëteit wachten tot de kist in het graf is afgedaald.
Einar was de eerste die het stilzwijgen verbrak. “We hebben hier niets meer te zoeken. Zet een koers uit, we gaan naar huis.”
“Wacht even!”
Alle blikken waren naar voren gericht. Huizenhoge golven waren gereduceerd tot een speelse deining en het zelfs het zonlicht had weer vrij spel, maar de Alva Maria had de strijd nog niet opgegeven. Het achtersteven rees op en als in een terugspelende film werkte het schip zich omhoog, tot het weer op de golven dreef, zoals een schip op de golven hoort te drijven.
“Krijg nou tieten,” klonk het over de brug. “Wat…”
“Het ziet er naar uit dat Poseidon zijn vrouw terechtgewezen heeft,” zei Jack. “Ik mag die god wel.”
“Hoe dan ook,” zei Einar, “we krijgen een herkansing. Misschien was die ‘no cure, no pay’ toch niet zo’n gek idee.”
Einar was nog niet uitgesproken of de Alva Maria begon weer te zinken. Opnieuw verdween het schip de diepte in, dit keer niet gedwongen door wind of water, maar gedreven door een andere kracht.
Verbouwereerd keek de bemanning van de Iskander toe hoe het tafereel van zinken en herrijzen zich bleef herhalen. Uren verstreken en de verbazing maakte plaats voor irritatie en ongeduld.
William Balder stormde de brug op, gevolgd door een plens zeewater. Hij smeet de stalen deur achter zich dicht. “Als we wachten tot ze echt gezonken is, zijn we hier nog wel even.” Hij haalde een computeruitdraai onder zijn oliejas vandaan en gaf deze aan Jack. “De vrachtlijst van de Alva Maria.”
Jack las de lijst en reikte Einar deze aan. “Vergeet Poseidon en Amphitrite. Ik denk dat Loki hier de hand in heeft.”
“Loki, de god van het onheil. Waarom denk je dat?”
“De Alva Maria kwam uit Taiwan. Ze heeft 300.000 jojo’s aan boord. We zijn hier dus nog wel even.”

Het Groot Dictee

Zaterdag 2 november is het weer zover. Dan zal bij de ware taalliefhebber de avond niet in de echtelijke sponde worden doorgebracht met coïtale of anderszins seksuele escapades, maar zal de chaise longue in het volledig Feng Shui ingerichte woongebeuren het epicentrum zijn van cunnilinguïstische fijnproeverijen. Gewapend met schrijfaccessoires, al dan niet van elektronische aard, zal menig auteur in spe zich opmaken voor dit taalkundig pièce de résistance. Onder het genot van een cafeïnevrije cappuccino met een froufrou of alcoholvrij gerstenat met glutenvrije kaasovaaltjes zal men met samengeknepen derrière de kennis van etymologie, syntaxis en interpunctie kunnen toetsen, terwijl genderneutrale taalcuriositeiten in een mitrailleurtempo de revue passeren.
Zittend voor de breedbeeldflatscreentelevisie kan het hoofd weer worden gebroken over feeërieke Przewalskipaarden, gestreste penseelstaartbuidelmuizen en gekalligrafeerde blankebabybilletjesprivileges. Dus geen trendy social media anglicismen, maar literaire spitsvondigheden die zich niet in jip-en-janneketaal laten vertalen voor de plaatselijke bibliothecaresse.

Ik doe niet mee, ik heb niets met taal.