Ruilhandel

De woudwinkel staat op geen enkele kaart, geen navigatiesysteem ter wereld kent het adres. Na weken zoeken en vragen sta ik eindelijk tussen de toverketels, mantels, spreukenboeken, blikjes salamanderslijm met kikkerogen en magnetronspinnenweb. Mijn blik blijft steken bij een uitzonderlijk exemplaar van een toverstaf, prominent geëtaleerd in een vitrine. Hier ben ik voor gekomen.
De winkelgnoom komt handenwrijvend bij me staan. “Monneer heeft smaak. Dat is de Antheon Hellfire III. Gemaakt uit gecertificeerd spreukenboshout, door zeven dwergen. Dé zeven dwergen. De Hellfire III kan spreuken sneller verwerken dan de gebruiker kan uitspr…”
Ik hef mijn hand. “Ik neem ‘m.”
“En hoe gaat monneer betalen?” Zijn grote zwarte ogen glimmen triomfantelijk.
Ik reik tussen mijn gewaad en haal een boon tevoorschijn. “Deze komt van Sjaak.”
Zijn ogen worden nog groter. “Van de bonenstaak?”
“De enige echte.”
De gnoom deinst terug. “Ik geloof u niet.”
“Oké, dan gaat de koop niet door.” Ik maak aanstalten de winkel te verlaten en kijk nog eenmaal over mijn schouder. “Wil je echt de kans op de kip met de gouden eieren laten schieten?”
“Oké, oké. U wint.”
Gnomen zijn zo heerlijk voorspelbaar.
“Als monneer nog even de disclaimer van 300 pagina’s wil tekenen…”
Zelfs sprookjes zijn niet meer wat ze waren.

Advertenties

Niet als in de film

Sinds ze de film ‘From Here to Eternity’ hadden gezien, stond het bovenaan hun romantische verlanglijstje: de liefde bedrijven in de branding.
De laatste dagjesmensen verlieten het naakstrand, eindelijk waren ze alleen. Met hun naakte lijven dicht bij elkaar lagen ze op het plaid en fluisterden elkaar ‘sweet nothings’ toe in het licht van de dalende zon. Geholpen door de meegebrachte liflafjes en gekoelde Prosecco kwamen ze al gauw in de stemming. Hand in hand liepen ze naar de waterlijn.

Dat was eens, maar nooit meer. Het zoute water dat zijn maag vulde had de smaak van Prosecco al gauw verdrongen en nadat de krab hem in zijn scrotum had gegrepen kon hij dagenlang niet zitten. Zij had de schelpafdrukken nog dagenlang in haar onderrug staan en liep lange tijd rond met een schrale doos van het zand dat hij bij haar binnen had gebracht.
De volgende keer nemen ze de lift.

Het nieuwe potloodventen

Wie had gedacht dat het vrijwilligerswerk, dat ik al jaren met toewijding vervul, op de tocht zou komen te staan? De kille klank van ‘cyber flashing’ mist de romantiek en het avontuur van mijn aloude ambacht. Lafhartig verstopt achterin bus of trein delen deze wannabe exhibitionisten anoniem hun dick pics met nietsvermoedende smartphonebezitsters. Nooit zullen zij de spanning ervaren van de lijfelijke confrontatie, de geshockeerde of geamuseerde, maar altijd verraste reacties bij de onthulling van de pielemoos. Ze zullen de voldoening niet kennen hun clientèle voorgoed van het mannelijk geslacht te hebben ‘genezen’. Dat scheelt immers vele kostbare relatietherapiesessies.

Als deze hype aanslaat, zullen weldra de digitale geslachtsdelen van deze Bluetoothventers draadloos door het openbaar vervoer vliegen en moeten mijn klok-en-hamerspel en ik werkeloos toezien. En mijn oude, vertrouwde jas zal rijp zijn voor Marktplaats.
Gewassen, dat wel.

Flirt

De winkelstraat baadde in een voorzichtig lentezonnetje, maar het pand waar hij zijn werkzaamheden moest verrichten was leeg, donker en afgesloten. De klant was nog onderweg, dus hij vulde zijn tijd met het observeren van mensen. Vogels van diverse pluimage passeerden hem: een grijzend echtpaar, hand in hand als een stel verliefde tieners, enkele giechelende schoolmeisjes en twee mannen in werkkleding.
Zijn blik bleef steken bij een vrouw op de fiets. Ze was van zijn leeftijd. Min of meer. Haar kleding was nogal doorsnee, maar ze had een bijzondere uitstraling. Hij herkende in haar houding de jeugdige onbevangenheid die hij bij zichzelf zo wanhopig koesterde.
Hun blikken kruisten elkaar. Een toevalstreffer, maar wel een die zijn dag boven alle andere dagen uit tilde.
Haar blonde, schouderlang krullende haar deinde speels met haar mee toen ze van haar fiets stapte en deze enigszins onbeholpen het trottoir op hees. En toen ze haar fiets in het rek voor de drogisterij zette, keek ze nog eens in zijn richting. Hij keek terloops om zich heen om vast te stellen of er niet iemand naast of achter hem stond.
Ze hield hem waarschijnlijk voor een ander. Hij lachte haar voorzichtig toe.
Ze zette haar fiets in het rek en keek een derde keer naar hem, nu wat langer. En op haar gezicht verscheen een oprecht vriendelijke lach. Was het het zonlicht dat hem, in de luwte van het portiek, zijn door eenzaamheid verkoelde hart deed ontdooien, of was het haar ontwapenende lach? Zijn hart maakte een voorzichtig vreugdesprongetje toen hij besefte dat een magisch moment als dit hem ook nog kon overkomen.

De wekkerradio klikte aan, halverwege Eric Carmen’s ‘All by myself’. Niet alleen was dat aangenamer wakker worden dan met een verveelde rapper of jolige volkszanger, maar ook nog wonderbaarlijk toepasselijk, gezien de droom die was verstoord.
Een nieuwe werkdag was aangebroken. Misschien wel een werkdag met een klant in een winkelstraat, met een portiek.