Schrijven is vertalen

En dan is je verhaal klaar. Voldaan kijk je naar het resultaat; je bent er wonderwel in geslaagd het verhaal zoals dat in je hoofd zat op papier (of in de pc) te krijgen. Als schrijven voor jezelf je enige drijfveer is, ben je als schrijver geslaagd in je opzet.
Maar de kans is groot dat je zó tevreden bent met je creatie, zó trots op je pasgeborene, dat je deze aan de wereld wil laten zien. Want wat is er mooier dan anderen delen in jouw enthousiasme voor het zojuist geschrevene? Er is immers geen grotere kick voor een schrijver dan het vinden van een schare enthousiaste lezers. Het krijgen van de spreekwoordelijke erkenning.
Of je ego nu je drijfveer is of je enthousiasme om je verhaal te willen delen, nu zal je je verhaal moeten gaan vertalen. Want de gemiddelde lezer zal niet in jouw hoofd kunnen kruipen. Hij of zij kent jouw gedachtengang niet. Dus zal je je verhaal toegankelijker moeten maken. Bedoelingen uitleggen, darlings killen. Zodat de gebeurtenissen die voor jou vanzelfsprekend zijn voor de onwetende lezer ook duidelijk worden.
En jij dacht dat je klaar was.

Advertenties

2018

18 december 2017. Vanuit de koudste diepte van de kosmos zijn de sondes op onze planeet geland. Te klein en onbetekenend om door spionage- of andere satellieten als bedreiging te worden gezien. Met tussenpozen van uren, soms dagen; een druppel op de gloeiende tijdschaal van het onmetelijke universum.
De landingsplaatsen liggen rond de evenaar: Corcovado in Costa Rica, de Afrikaanse Congo en het tropische regenwoud van Sumatra zijn enkele plaatsen waar de indringer zijn offensief tegen de mens is begonnen. Bestand tegen de weerstand van onze atmosfeer en de harde landing, braken ze open als eierschalen toen hun tijd gekomen was.
Het vinden van voedsel is hun eerste, en op vermenigvuldigen na, enige levensbehoefte. Om zo lang mogelijk onopgemerkt te blijven overweldigen ze dieren in hun slaap. Grote dieren als beren, gorilla’s of olifanten; zolang er maar in korte tijd veel hongerige monden mee gevoed kunnen worden. Bestuurd door een collectief instinct storten ze zich als piranha’s op het droge op hun gastheer en reduceren ze deze in een mum van tijd tot een kaalgevreten karkas; geen stukje vlees gaat verloren.
Als interstellaire sprinkhanen hebben ze al vele werelden onvruchtbaar achtergelaten. Alles wat hun onverzadigbare eetlust enigszins kan voeden moet er aan geloven en niets of niemand kan ze tegenhouden. Resistent geworden tegen alles waarmee het universum ze heeft proberen tegen te houden zijn ze een onuitroeibare soort geworden. Een soort die zich sneller voortplant dan welke diersoort op aarde. Tegen de tijd dat deze roofdieren met hun bijna ondoordringbare chitinepantser de bewoonde wereld bereiken zullen ze niet meer te stoppen zijn. Geen wereldleider of terrorist, huismoeder of ambtenaar zal er aan ontkomen. Er zal niet mee te onderhandelen zijn; voor deze indringer zijn wij geen tegenstander, maar voedsel. Niet meer en niet minder.

Terwijl de Nordmann langzaam zijn naalden begint te verliezen genieten we met een proseccootje in de ene hand en een taaie oliebol in andere van een spetterend vuurwerk en wensen elkaar veel voorspoed en geluk voor het nieuwe jaar. Voor de laatste keer.

Ruilhandel

De woudwinkel staat op geen enkele kaart, geen navigatiesysteem ter wereld kent het adres. Na weken zoeken en vragen sta ik eindelijk tussen de toverketels, mantels, spreukenboeken, blikjes salamanderslijm met kikkerogen en magnetronspinnenweb. Mijn blik blijft steken bij een uitzonderlijk exemplaar van een toverstaf, prominent geëtaleerd in een vitrine. Hier ben ik voor gekomen.
De winkelgnoom komt handenwrijvend bij me staan. “Monneer heeft smaak. Dat is de Antheon Hellfire III. Gemaakt uit gecertificeerd spreukenboshout, door zeven dwergen. Dé zeven dwergen. De Hellfire III kan spreuken sneller verwerken dan de gebruiker kan uitspr…”
Ik hef mijn hand. “Ik neem ‘m.”
“En hoe gaat monneer betalen?” Zijn grote zwarte ogen glimmen triomfantelijk.
Ik reik tussen mijn gewaad en haal een boon tevoorschijn. “Deze komt van Sjaak.”
Zijn ogen worden nog groter. “Van de bonenstaak?”
“De enige echte.”
De gnoom deinst terug. “Ik geloof u niet.”
“Oké, dan gaat de koop niet door.” Ik maak aanstalten de winkel te verlaten en kijk nog eenmaal over mijn schouder. “Wil je echt de kans op de kip met de gouden eieren laten schieten?”
“Oké, oké. U wint.”
Gnomen zijn zo heerlijk voorspelbaar.
“Als monneer nog even de disclaimer van 300 pagina’s wil tekenen…”
Zelfs sprookjes zijn niet meer wat ze waren.

Verhalenverteller

Met de door zijn uitgever aan hem opgedrongen laptop in een legergroene pukkel klimt Martin op zijn brommer, voor zijn wekelijkse bezoek aan het dorp. Van de cafébaas mag hij de internetverbinding gebruiken om zijn voltooide werk digitaal naar zijn uitgever te sturen.

Twee maanden later loopt hij langs de etalage van de lokale boekwinkel: ‘Het langverwachte vervolg op Martin Koch’s science fiction bestseller ‘2041’ is uit!’
En de boulevardbladen speculeren over de miljoenen die zijn bestsellers hem hebben opgeleverd. Onmiddellijk verlangt Martin terug naar de rust van zijn bootje in het veen, naar de romantiek van het belletje van zijn Remington.

Invasie

Drie dagen wierp het indrukwekkende gevaarte zijn dreigende schaduw over een groot deel van de stad. De inzittenden van het kolossale ruimteschip hadden zich nog niet laten zien, maar de uitgezonden boodschap hield linguïsten, wiskundigen, computerdeskundigen en zelfs antropologen wereldwijd bezig. Dag en nacht werd er gewerkt om de boodschap van de interstellaire bezoekers ontcijferd te krijgen.

Plotseling zwaaide de deur van de tijdelijke commandopost nabij de ‘landingsplek’ open. Met een computeruitdraai in de hand gekneld stormde een van de taalkundigen opgewonden naar binnen. “Ik weet wat de boodschap betekent!”
“Invasie?”
“Nee, ze komen een kopje suiker lenen.”

Naaktstrand

Het naaktstrand was nagenoeg verlaten, dus ze hadden vrij spel.
Haar tepels verraadden haar gemoedstoestand en ook zijn lichaam kon de opwinding niet ontkennen. Haar ademhaling werd zwaarder toen hij met zijn vingertoppen de rondingen van haar boezem volgde. Met vochtige ogen keek ze hem verlangend aan. “Mijn lijf tintelt.”
Hij was op de goede weg. Langzaam volgde zijn handpalm de welvingen van haar buik en bekken, op weg naar het beloofde land.
“Ik hoor muziek,” zuchtte ze opgewonden.
Hij staakte zijn ontdekkingstocht en slaakte een zucht. “Je ligt op je telefoon, lieverd.”