Vergeten groep

“Ik ben opgegroeid in een warm nest. Mijn moeder cijferde zichzelf weg om ons een onbezorgde jeugd te geven en mijn vader werkte lange dagen om ervoor te zorgen dat het ons aan niets ontbrak. En tussendoor maakten ze altijd tijd om ons te laten merken dat ze van ons hielden. Ik ben nooit gepest, niet seksueel misbruikt, hoef niet uit de kast te komen en heb zelfs nog nooit een burn-out gehad. Er is dus geen enkele praatgroep waar ik terecht kan.”
“Dus, wat is nu je probleem?”
“Dat ik geen problemen heb.”

Advertenties

Einde

Hij lag op bed, zij lag in peignoir in zijn armen. Hij onderdrukte de pijn van zijn artrose; haar laatste momenten moesten draaglijk zijn.
Buiten op de gang ging het leven door.
Met haar grijsblauwe ogen staarde ze hem aan. “Weet je nog, ons eerste afspraakje? Je keek me diep in mijn ogen en zei…”
“Trouw met me, baar mijn kinderen en laat me in je armen sterven.”
“En je meende het.“
“Nou en of.”
“Het leven heeft een raar gevoel voor humor.” Met een laatste, nauwelijks hoorbare zucht sloot ze haar ogen.

Oom Roel

Een kerstverhaal, geschreven naar aanleiding van een opdracht in de Facebookgroep ‘Korte Verhalen en Gedichten’: schrijf een verhaal van maximaal 700 woorden, over een kerstdiner en een geheim. Het verhaal liet zich echter niet vangen in 700 woorden.

“Dag, meneer de Gier.”
“Jezus.”
“Bijna goed. Ik ben het, Roel.”
Edwin riep de gang in. “Hé Rian, raadt eens wie er op de stoep staat. Mijn broertje.”
“Hij blijft toch wel eten?” klonk vanuit de keuken. “Ik heb toch weer teveel gemaakt.”
“Je vindt het toch niet erg dat ik op eerste Kerstdag onaangekondigd op je stoep sta?” zei Roel.
“Natuurlijk niet, man. Kom binnen.”
Ze liepen de woonkamer in. “Hé jongens, kijk eens wat ik op de stoep gevonden heb.”
“Oom Roel!” Remco en Fleur sprongen op en verwelkomden hem met een dikke knuffel.

Met zijn zilver-met-paarse versiering schitterde de blauwspar op een prominente plaats in de woonkamer en de geur van zijn groen vermengde zich met het aroma van wildbraad, stoofperen en andere kleurige gerechten die de kersttafel sierden.
De kinderen hingen aan Roels lippen terwijl hij verhaalde over de landen waar hij als freelance journalist geweest was: Ivoorkust, Nicaragua, Jemen.
“Jij komt op plaatsen waar mensen nog nooit van gehoord hebben,” zei Edwin.
“Ach, het brengt brood op de plank,” zei Roel. “En het is beter dan vakken vullen bij de buurtsuper.” Met zijn wijnglas in zijn hand wees hij naar zijn broer. “Maar jij beleeft het mooiste avontuur.”
“Ik?” Verbaasd rechtte Edwin zijn rug.
“Het is helemaal niet zo vanzelfsprekend dat je in één mensenleven je zielsverwant al vindt. Veel mensen nemen genoegen met een zeven, omdat ze een solitair bestaan niet aan kunnen. Maar jullie…” vervolgde hij, terwijl hij van Edwin naar Rianne wees, “zijn star crossed souls. Dat voel ik. En daarom hebben jullie zulke mooie kinderen.” Roel zakte achterover in zijn stoel en gaf de kinderen een gulle knipoog.
“Je gaat toch niet sentimenteel worden, hè?” zei Edwin.
“Ik prijs me gelukkig dat ik even bij je gezin mag horen.” Roel hief zijn glas en nam een slok Merlot.

“Je kan blijven slapen, hoor,”zei Edwin, met de deurknop in zijn hand. “Geen probleem.”
“Nee, ik moet weer weg. ‘Roeland, de razende reporter’, hè?”
“Pas goed op jezelf,” zei Edwin met een vermanende wijsvinger.
Roel gaf een knipoog, maakte een pistoolgebaar met wijsvinger en duim en verdween in de nacht.
Toen de kinderen naar bed waren voegde Rianne zich bij Edwin in de keuken. Hij staarde met een lege blik voor zich uit en zijn armen hingen loom langs zijn lichaam. Zijn telefoon plofte op de grond.
“Wat is er?”
“Ik moet naar het ziekenhuis. Roel is dood.” Hij keek haar ontredderd aan. “Hij is vanmorgen vroeg overleden.”

Rond de receptiebalie hing een sfeer van dagelijkse bedrijvigheid. Niemand leek Edwins aanwezigheid op te merken, op één vrouw na.
“Meneer de Gier?” Ze stak haar hand uit. “Ik ben Alma Janssen. U had mij aan de telefoon.”
“O, ja.” Verdoofd schudde hij haar hand.
Ze nam hem mee naar een klein kantoor. “Wilt u iets drinken? Koffie, of een glas water?”
“Nee. Het gaat wel. Wat is er gebeurd?”
“Uw broer is overleden aan de gevolgen van een onbekend virus dat hij in het buitenland heeft opgedaan.”
“Een virus?“
“Hij heeft geen pijn geleden.”
“Maar hoe kan hij vanochtend zijn overleden?” Edwin begreep hoe absurd het zou klinken als hij haar probeerde uit te leggen wat hij zelf niet eens begreep.
“Ik begrijp uw verwarring. Dat is heel normaal in zo’n situatie. Wilt u hem nog zien?”
“Ja,” hoorde hij zichzelf zeggen.
“Ik heb nog met uw broer gesproken voor hij stierf,” zei Alma, terwijl ze door de ziekenhuisgangen liepen. “Het was heel opmerkelijk. Veel mensen zijn bang voor de dood, vechten ertegen, maar hij niet. Hij vond dat hij een mooi leven had gehad.”
“Ja, dat klinkt wel als mijn broer.”
“Er was maar één ding dat hij heel graag had willen meemaken.”
“Wat was dat?”
“Deel uitmaken van een liefdevol gezin.”
Het mortuarium was een ruimte die was ingericht op functionaliteit: roestvrijstalen tafels en opbergkasten, tegelwerk en afvoergoten voor zaken waar men liever niet aan wilde denken. In het bleekwitte tl-licht stond een ontleedtafel waarop een lichaam onder een laken lag: Roel.
Edwin had dit tafereel gezien in misdaadseries, maar had nooit verwacht er zelf mee geconfronteerd te worden. De geur van formaldehyde prikkelde zijn neus en teisterde zijn maag terwijl hij schoorvoetend naar de tafel liep.
Naast de tafel wachtte een magere man in een groene labjas. Een type dat Roel gekscherend ‘Magere Hein’ zou hebben genoemd.
Edwin voelde zich zo leeg als het omhulsel dat voor hem lag; de essentie van wat zijn broer was, was al verdwenen. Er restte slechts een tevreden, bijna geruststellende glimlach om de bleke lippen. Het is goed zo.

Vuurwerk

De brand, begonnen in het magazijn aan de achterzijde van het pand, zette de blinde muur van het aangrenzende gebouw in een oranjerode gloed. Oplaaiende vlammen en schaduwen van de bedrijvigheid in de steeg erachter toverden het gebouw om in een psychedelische achtergrondprojectie van een jaren zeventig popgroep.
Staande in de deuropening aan de voorzijde van het pand werd zijn aandacht opgeëist door het schouwspel dat zich binnen afspeelde: langs het plafond dansten kleine vlammen hem in een hypnotiserend ballet enthousiast tegemoet, en dichter bij de grond tuimelden vuurbollen over elkaar heen, op weg naar de zuurstofrijke buitenlucht achter hem. Terwijl het vuur hem begon in te sluiten, de hete lucht aan zijn luchtwegen vrat en zijn ogen brandden van de rook, dwong hij zichzelf nog iets langer van het moment te genieten. Het had hem genoeg moeite gekost dit vurige crescendo te componeren.
Het was een gebruikelijke verzekeringsfraudefik voor een vastgoedbeheerder, al was in dit werk nooit sprake van routine. Een klus die vroeg om maximale schade, met minimale kans op slachtoffers. Hij verstond zijn vak en dus zou ook deze brand op een ongeluk lijken. Hij zou rijkelijk beloond worden van het opgestreken verzekeringsgeld, maar dat was niet zijn drijfveer. Zijn beloning was een zitplaats op de eerste rij van de voorstelling die hijzelf had geregisseerd; een muziekstuk dat alleen voor zijn oren eenmalig werd opgevoerd, een schilderij dat na voltooiing werd vernietigd, zodat geen andere ogen het konden bezoedelen. Hij was de ultieme kunstenaar, en zijn vloek was dat niemand zijn werk ooit op waarde zou schatten.
Plotseling werd hij opgeschrikt uit zijn euforie.
“Verburgt! Sta niet te dromen, man,” brulde zijn commandant. “Pak die spuit en versla dat beest voordat we de hele klerezooi hier op ons kop krijgen.”

Vrienden Plus

(een erotisch verhaal)

De begincredits van ‘Ghost’ trokken voorbij op het televisiescherm. Hij zat op de bank, wijn en hapjes stonden op tafel. Zij was in de weer met kaarsen en wierook.
“Wat doe je nu?”
“Gewoon, even gezellig maken.”
“De film begint, kom nu maar zitten. Maar niet te dichtbij, hè?”
“Nee meneer.” Ze stak nog net haar tong niet uit.

Terwijl aan de andere kant van de kamer de jukebox van Sam en Molly naar een nieuw 45-toerenplaatje zocht, zou hij zweren dat ze bij het verzitten dichterbij schoof. ‘Unchained Melody’ klonk als een belofte door de kamer. Zijn reactie peilend keek ze hem aan. Beiden wisten ze wat dit nummer inluidde. Althans, in de film.
“Is er iets?” Zijn mondhoeken gleden omhoog.
“Nee, niks.”
Begeleid door The Righteous Brothers kneedden Molly en Sam met ineengestrengelde vingers de natte pottenbakkersklei tot een mislukte vaas. ‘I’ve hungred for your touch…’
Ze legde haar hand op zijn dijbeen, als iemand die tijdens een gruwelijke horrorscène ongewild een ander begint te knijpen.
“Ik dacht dat we het vriendschappelijk zouden houden?” De opwinding begon zich meester van hem te maken. Ze was immers een begeerlijke vrouw en ze wilde hem. De sfeer deed de rest.
De passie die van het scherm spatte deed zijn werk; hij besloot er aan toe te geven. Zij was al verder. Veel verder. Ze legde haar hand op de bult in zijn broek. “Hm. Doet je niks, hè?”
Hij trok zijn wenkbrauwen op, in een mislukte poging tot onverschilligheid. Maar zijn hart ging tekeer als een gek.
In een mum van tijd had ze haar slipje onder haar rok vandaan gewerkt en zijn mannelijkheid uit zijn jeans bevrijd. En toen ze langzaam over hem heen schoof, bevrijdde ze een lange, bijna onhoorbare zucht. Ze keek hem vol overgave aan, haar vochtige lippen glimmend in het kaarslicht.
“Ik geloof dat we de film een andere keer maar af moeten kijken,” zei hij zwaarademig. “Eerst wil ik jou.”
“Dito,” glimlachte ze geforceerd.
Hij legde zijn handen tegen haar flanken, ging verzitten zodat hij nog verder in haar drong en drukte zijn mond op de hare.
‘I’ll be coming home, wait for me…’ echode door de kamer.

Vrijgezel

(een erotisch getint kort verhaal)

Eindelijk had hij weer een date, durfde hij de liefde weer in zijn leven toe te laten. Ze was aantrekkelijk, deelde zijn gevoel voor humor, was avontuurlijk én elegant.
Niets liet hij aan het toeval over: hij had zijn appartement aan een extra opruimbeurt onderworpen en diverse culinaire traktaties in huis gehaald, waarvan de helft onaangeroerd in de koelkast bleef staan.
Voor hij het besefte stonden ze onder de douche. Ze zeepten elkaars lichaam in, een ontdekkingstocht van heet water en schuim, dat zijn weg zocht langs al haar zachte welvingen. Intiem en sensueel, maar niet geil.
De geur van patchoeli-wierook hing nog in het appartement toen ze de badkamer verruilden voor de slaapkamer. Hij was in tijden niet zo ontspannen geweest.
Voor het eerst in drie jaar lag er een naakte vrouw met haar warme lichaam tegen het zijne. Haar hoofd lag op zijn schouder, haar blond krullende haar kriebelde in zijn gezicht. Haar slanke hand streelde zijn borstkas, hij voelde zich op en top man.
Terwijl ze elkaar lieve woordjes toefluisterden dwaalde haar hand over zijn buik en vond zijn halfstijve lid.
En toen hadden ze seks.
“Wat zullen we nu krijgen?!” Verbijsterd richtte hij zich op.
“Sorry,” zei De Schrijver. “Verder ben ik nooit gekomen. Je hebt gewoon pech dat je een personage bent van een verstokte vrijgezel.”