Kutverhaaltje

“En, hoe was het op je werk, schat?”
“Een enorme kutdag,” antwoordt de porno-acteur.
“Da’s fijn voor je, lieverd.”

#

Advertenties

Vrienden Plus

(een erotisch verhaal)

De begincredits van ‘Ghost’ trokken voorbij op het televisiescherm. Hij zat op de bank, wijn en hapjes stonden op tafel. Zij was in de weer met kaarsen en wierook.
“Wat doe je nu?”
“Gewoon, even gezellig maken.”
“De film begint, kom nu maar zitten. Maar niet te dichtbij, hè?”
“Nee meneer.” Ze stak nog net haar tong niet uit.

Terwijl aan de andere kant van de kamer de jukebox van Sam en Molly naar een nieuw 45-toerenplaatje zocht, zou hij zweren dat ze bij het verzitten dichterbij schoof. ‘Unchained Melody’ klonk als een belofte door de kamer. Zijn reactie peilend keek ze hem aan. Beiden wisten ze wat dit nummer inluidde. Althans, in de film.
“Is er iets?” Zijn mondhoeken gleden omhoog.
“Nee, niks.”
Begeleid door The Righteous Brothers kneedden Molly en Sam met ineengestrengelde vingers de natte pottenbakkersklei tot een mislukte vaas. ‘I’ve hungred for your touch…’
Ze legde haar hand op zijn dijbeen, als iemand die tijdens een gruwelijke horrorscène ongewild een ander begint te knijpen.
“Ik dacht dat we het vriendschappelijk zouden houden?” De opwinding begon zich meester van hem te maken. Ze was immers een begeerlijke vrouw en ze wilde hem. De sfeer deed de rest.
De passie die van het scherm spatte deed zijn werk; hij besloot er aan toe te geven. Zij was al verder. Veel verder. Ze legde haar hand op de bult in zijn broek. “Hm. Doet je niks, hè?”
Hij trok zijn wenkbrauwen op, in een mislukte poging tot onverschilligheid. Maar zijn hart ging tekeer als een gek.
In een mum van tijd had ze haar slipje onder haar rok vandaan gewerkt en zijn mannelijkheid uit zijn jeans bevrijd. En toen ze langzaam over hem heen schoof, bevrijdde ze een lange, bijna onhoorbare zucht. Ze keek hem vol overgave aan, haar vochtige lippen glimmend in het kaarslicht.
“Ik geloof dat we de film een andere keer maar af moeten kijken,” zei hij zwaarademig. “Eerst wil ik jou.”
“Dito,” glimlachte ze geforceerd.
Hij legde zijn handen tegen haar flanken, ging verzitten zodat hij nog verder in haar drong en drukte zijn mond op de hare.
‘I’ll be coming home, wait for me…’ echode door de kamer.

Elevator pitch

Ik ben geen liefhebber van trendy Engelse kreten, zolang onze fraaie taal passende alternatieven te bieden heeft. In de schrijfwereld wordt ook royaal gestrooid met anglicismen, zoals young adult, chicklit en binge watching.
Maar ik probeer met mijn tijd mee te gaan. Zo vind ik ‘elevator pitch’ nu eenmaal leuker klinken dan ‘een beknopte liftpresentatie’. Een elevator pitch is namelijk een samenvatting van je boek in 1 á 2 minuten, zoals je deze zou vertellen aan iemand die je in de lift ontmoet.

Mijn elevator pitch gaat als volgt:

‘Paul Bastiaansens Fantastische Verhalen is een verzameling fantasieverhalen. Verhalen over gewone mensen, die iets onverklaarbaars meemaken. Iets buitenaards, of iets bovenaards. Iets groots, of iets heel kleins. Tijdreizen, leven na de dood, hypnose, reïncarnatie. Fantastische Verhalen dus. Verhalen van en voor de fantasie.’

Vrijgezel

(een erotisch getint kort verhaal)

Eindelijk had hij weer een date, durfde hij de liefde weer in zijn leven toe te laten. Ze was aantrekkelijk, deelde zijn gevoel voor humor, was avontuurlijk én elegant.
Niets liet hij aan het toeval over: hij had zijn appartement aan een extra opruimbeurt onderworpen en diverse culinaire traktaties in huis gehaald, waarvan de helft onaangeroerd in de koelkast bleef staan.
Voor hij het besefte stonden ze onder de douche. Ze zeepten elkaars lichaam in, een ontdekkingstocht van heet water en schuim, dat zijn weg zocht langs al haar zachte welvingen. Intiem en sensueel, maar niet geil.
De geur van patchoeli-wierook hing nog in het appartement toen ze de badkamer verruilden voor de slaapkamer. Hij was in tijden niet zo ontspannen geweest.
Voor het eerst in drie jaar lag er een naakte vrouw met haar warme lichaam tegen het zijne. Haar hoofd lag op zijn schouder, haar blond krullende haar kriebelde in zijn gezicht. Haar slanke hand streelde zijn borstkas, hij voelde zich op en top man.
Terwijl ze elkaar lieve woordjes toefluisterden dwaalde haar hand over zijn buik en vond zijn halfstijve lid.
En toen hadden ze seks.
“Wat zullen we nu krijgen?!” Verbijsterd richtte hij zich op.
“Sorry,” zei De Schrijver. “Verder ben ik nooit gekomen. Je hebt gewoon pech dat je een personage bent van een verstokte vrijgezel.”

Schrijven is vertalen

En dan is je verhaal klaar. Voldaan kijk je naar het resultaat; je bent er wonderwel in geslaagd het verhaal zoals dat in je hoofd zat op papier (of in de pc) te krijgen. Als schrijven voor jezelf je enige drijfveer is, ben je als schrijver geslaagd in je opzet.
Maar de kans is groot dat je zó tevreden bent met je creatie, zó trots op je pasgeborene, dat je deze aan de wereld wil laten zien. Want wat is er mooier dan anderen delen in jouw enthousiasme voor het zojuist geschrevene? Er is immers geen grotere kick voor een schrijver dan het vinden van een schare enthousiaste lezers. Het krijgen van de spreekwoordelijke erkenning.
Of je ego nu je drijfveer is of je enthousiasme om je verhaal te willen delen, nu zal je je verhaal moeten gaan vertalen. Want de gemiddelde lezer zal niet in jouw hoofd kunnen kruipen. Hij of zij kent jouw gedachtengang niet. Dus zal je je verhaal toegankelijker moeten maken. Bedoelingen uitleggen, darlings killen. Zodat de gebeurtenissen die voor jou vanzelfsprekend zijn voor de onwetende lezer ook duidelijk worden.
En jij dacht dat je klaar was.

2018

18 december 2017. Vanuit de koudste diepte van de kosmos zijn de sondes op onze planeet geland. Te klein en onbetekenend om door spionage- of andere satellieten als bedreiging te worden gezien. Met tussenpozen van uren, soms dagen; een druppel op de gloeiende tijdschaal van het onmetelijke universum.
De landingsplaatsen liggen rond de evenaar: Corcovado in Costa Rica, de Afrikaanse Congo en het tropische regenwoud van Sumatra zijn enkele plaatsen waar de indringer zijn offensief tegen de mens is begonnen. Bestand tegen de weerstand van onze atmosfeer en de harde landing, braken ze open als eierschalen toen hun tijd gekomen was.
Het vinden van voedsel is hun eerste, en op vermenigvuldigen na, enige levensbehoefte. Om zo lang mogelijk onopgemerkt te blijven overweldigen ze dieren in hun slaap. Grote dieren als beren, gorilla’s of olifanten; zolang er maar in korte tijd veel hongerige monden mee gevoed kunnen worden. Bestuurd door een collectief instinct storten ze zich als piranha’s op het droge op hun gastheer en reduceren ze deze in een mum van tijd tot een kaalgevreten karkas; geen stukje vlees gaat verloren.
Als interstellaire sprinkhanen hebben ze al vele werelden onvruchtbaar achtergelaten. Alles wat hun onverzadigbare eetlust enigszins kan voeden moet er aan geloven en niets of niemand kan ze tegenhouden. Resistent geworden tegen alles waarmee het universum ze heeft proberen tegen te houden zijn ze een onuitroeibare soort geworden. Een soort die zich sneller voortplant dan welke diersoort op aarde. Tegen de tijd dat deze roofdieren met hun bijna ondoordringbare chitinepantser de bewoonde wereld bereiken zullen ze niet meer te stoppen zijn. Geen wereldleider of terrorist, huismoeder of ambtenaar zal er aan ontkomen. Er zal niet mee te onderhandelen zijn; voor deze indringer zijn wij geen tegenstander, maar voedsel. Niet meer en niet minder.

Terwijl de Nordmann langzaam zijn naalden begint te verliezen genieten we met een proseccootje in de ene hand en een taaie oliebol in andere van een spetterend vuurwerk en wensen elkaar veel voorspoed en geluk voor het nieuwe jaar. Voor de laatste keer.

Ruilhandel

De woudwinkel staat op geen enkele kaart, geen navigatiesysteem ter wereld kent het adres. Na weken zoeken en vragen sta ik eindelijk tussen de toverketels, mantels, spreukenboeken, blikjes salamanderslijm met kikkerogen en magnetronspinnenweb. Mijn blik blijft steken bij een uitzonderlijk exemplaar van een toverstaf, prominent geëtaleerd in een vitrine. Hier ben ik voor gekomen.
De winkelgnoom komt handenwrijvend bij me staan. “Monneer heeft smaak. Dat is de Antheon Hellfire III. Gemaakt uit gecertificeerd spreukenboshout, door zeven dwergen. Dé zeven dwergen. De Hellfire III kan spreuken sneller verwerken dan de gebruiker kan uitspr…”
Ik hef mijn hand. “Ik neem ‘m.”
“En hoe gaat monneer betalen?” Zijn grote zwarte ogen glimmen triomfantelijk.
Ik reik tussen mijn gewaad en haal een boon tevoorschijn. “Deze komt van Sjaak.”
Zijn ogen worden nog groter. “Van de bonenstaak?”
“De enige echte.”
De gnoom deinst terug. “Ik geloof u niet.”
“Oké, dan gaat de koop niet door.” Ik maak aanstalten de winkel te verlaten en kijk nog eenmaal over mijn schouder. “Wil je echt de kans op de kip met de gouden eieren laten schieten?”
“Oké, oké. U wint.”
Gnomen zijn zo heerlijk voorspelbaar.
“Als monneer nog even de disclaimer van 300 pagina’s wil tekenen…”
Zelfs sprookjes zijn niet meer wat ze waren.