Elevator pitch

Ik ben geen liefhebber van trendy Engelse kreten, zolang onze fraaie taal passende alternatieven te bieden heeft. In de schrijfwereld wordt ook royaal gestrooid met anglicismen, zoals young adult, chicklit en binge watching.
Maar ik probeer met mijn tijd mee te gaan. Zo vind ik ‘elevator pitch’ nu eenmaal leuker klinken dan ‘een beknopte liftpresentatie’. Een elevator pitch is namelijk een samenvatting van je boek in 1 á 2 minuten, zoals je deze zou vertellen aan iemand die je in de lift ontmoet.

Mijn elevator pitch gaat als volgt:

‘Paul Bastiaansens Fantastische Verhalen is een verzameling fantasieverhalen. Verhalen over gewone mensen, die iets onverklaarbaars meemaken. Iets buitenaards, of iets bovenaards. Iets groots, of iets heel kleins. Tijdreizen, leven na de dood, hypnose, reïncarnatie. Fantastische Verhalen dus. Verhalen van en voor de fantasie.’

Advertenties

Veilig

Ik verlang naar het einde van de dag. Naar het moment dat ik alles van me af kan laten glijden. Alle verantwoordelijkheden en verplichtingen, alle negativiteit van de grote boze buitenwereld, alle knellende kleding.
Ik glijd tussen katoen en synthetica, boetseer het nepdons naar de contouren van mijn lichaam en begraaf mijn hoofd in mijn kussen. Mijn oren suizen nog even na van de dag, maar dan is het stil in de slaapkamer, stil in huis, stil in de wereld buiten.
Voordat mijn cocon mijn lichaamswarmte heeft overgenomen neem ik een foetushouding aan en begint mijn hoofd zich te vullen met aangename, inspirerende gedachten.
Het liefste zou ik dit vredige gevoel zo lang mogelijk vasthouden, maar Morpheus’ lokkende armen zijn onweerstaanbaar.
Morgen maar weer eens proberen.

Loterij

“Sinds jaar en dag koop ik loten. Vroeger hele loten, maar nu eenvijfde. Het moet natuurlijk wel leuk blijven. En ja, ik win wel eens wat. Soms een eigen geldje, soms iets meer. Zo werkt dat met een loterij. Je moet het gevoel houden dat je kans maakt op die grote klapper. Maar dat is slechts voor een enkeling weggelegd. Ik ben niet in de wieg gelegd voor miljonair.”
“En hoe is het met de liefde?”
Het was even stil.
“Ik koop geen loten meer.”

Schrijven is vertalen

En dan is je verhaal klaar. Voldaan kijk je naar het resultaat; je bent er wonderwel in geslaagd het verhaal zoals dat in je hoofd zat op papier (of in de pc) te krijgen. Als schrijven voor jezelf je enige drijfveer is, ben je als schrijver geslaagd in je opzet.
Maar de kans is groot dat je zó tevreden bent met je creatie, zó trots op je pasgeborene, dat je deze aan de wereld wil laten zien. Want wat is er mooier dan anderen delen in jouw enthousiasme voor het zojuist geschrevene? Er is immers geen grotere kick voor een schrijver dan het vinden van een schare enthousiaste lezers. Het krijgen van de spreekwoordelijke erkenning.
Of je ego nu je drijfveer is of je enthousiasme om je verhaal te willen delen, nu zal je je verhaal moeten gaan vertalen. Want de gemiddelde lezer zal niet in jouw hoofd kunnen kruipen. Hij of zij kent jouw gedachtengang niet. Dus zal je je verhaal toegankelijker moeten maken. Bedoelingen uitleggen, darlings killen. Zodat de gebeurtenissen die voor jou vanzelfsprekend zijn voor de onwetende lezer ook duidelijk worden.
En jij dacht dat je klaar was.

Engel (een kerstgedachte)

Achter de toonbank stond een engel.
“Wat verkoopt u hier?” Ik keek rond, maar de winkel was leeg.
“Alles wat je maar wilt.” De engel kneep haar ogen iets dicht vanwege het zonlicht dat naar binnen viel. Ze oogde tenger, maar toen ze haar vleugelspieren aanspande zag ik kracht.
“Alles?” zei ik verbaasd.
De engel knikte instemmend.
“In dat geval wil ik…” Ik spreidde mijn handen op de toonbank, haalde diep adem en zei:
“Vrede voor iedereen,
geen honger, kinderarbeid of terrorisme,
geen onbegrip tussen hindoes, christenen en moslims,
geen hebzucht of afgunst,
een huis voor vreemdelingen.
Enne.. kunnen mijn relaties wat beter?”
De engel keek me zwijgzaam maar geduldig aan terwijl ik de winkel nog eens rondkeek. “Maar, waar heb je dat allemaal?”
“Wacht even, je hebt het verkeerd begrepen,” sprak ze zacht en opende haar handen. “We verkopen hier geen vruchten, alleen zaadjes.”

(bron onbekend – bewerkt door Paul Bastiaansen)
(afbeelding: Suus Suiker©)

Schrijver of schrijvend?

write

Schrijven is een populaire bezigheid vandaag de dag. Succesvolle auteurs als Stephen King en J.K. Rowling inspireren menigeen tot het plaatsnemen achter een toetsenbord, want…iedereen kan schrijven.
Op jacht naar eeuwige roem gaan veel aspirant-schrijvers al in een vroeg stadium op zoek naar aandacht, vaak nog voor ze iets substantieels hebben geproduceerd. Ze zien alleen de romantiek van het vak en willen het liefst een dagtaak maken van het ‘schrijver zijn’. Druk met sociale media, bloggen (‘Als ik jouw blog like, like jij dan die van mij?’), vloggen, schrijfwedstrijden en dure schrijfretraites in Zuid-Europa. Nu zal je daar niet noodzakelijkerwijs een betere schrijver van worden, maar het versterkt het gevoel tot een elitegroep te behoren, en het vooruitzicht op een mogelijke bestseller werkt nu eenmaal als een afrodisiacum.
Vaak is de schrijver in spe al in een vroeg stadium bezig met het zoeken naar een uitgever, terwijl deze energie beter gestoken kan worden in het verbeteren van het geschreven materiaal. Matig of zelfs slecht geschreven teksten worden afgeschoven op een redacteur, omdat men zich heeft laten wijsmaken dat een schrijver tegenwoordig ook marketingspecialist moet zijn. De commerciële talenten van een schrijver worden belangrijker dan de creatieve, en men is drukker bezig met zelfpromotie dan met het schrijven van teksten.

Slechts een enkele schrijver beseft dat bij het schrijven geen ruimte is voor ego. Een te groot ego staat een goed verhaal in de weg. Het verhaal staat immers voorop, is de hoofdrolspeler. Het verhaal vindt de schrijver. De schrijver staat in dienst van het verhaal, de schrijver is slechts een medium. De schrijver die dat beseft, is op de goede weg.

Theezakjeswijsheid 2.0

Theezakjeswijsheid 2.0

De vraag die het labeltje van mijn theezakje me vanmorgen stelde, “Wat zou je nog heel graag aan iemand willen vragen?”, zou een simpele kunnen zijn, die nog vóór het nemen van de eerste slok Earl Grey beantwoord en vergeten is. Zoals het aan een vriend terugvragen van een uitgeleend boek of de vrijgezelle overbuurvrouw mee uit vragen. Maar ik heb geen boeken uitgeleend – dat ik me kan herinneren – en wie mijn overbuurvrouw kent weet meteen mijn antwoord op de tweede vraag.

Mijn lichaam heeft minstens een ontbijt en twee koppen koffie nodig voor er van ‘wakker’ kan worden gesproken, maar mijn grijze massa heeft aan deze Pickwick-uitdaging genoeg om ‘out of the box’ te springen. Moet die persoon zich per se onder de levenden bevinden?
Nog voor mijn kiezen mijn boterham met marmelade hebben verwerkt draait mijn brein al op volle toeren. Wat zou ik mijn vader, die al bijna dertig jaar aan Gene Zijde verblijft, willen vragen? Een breinbreker van de bovenste plank. Nog voor de koffie presenteer ik mezelf al de meest complexe esoterische, existentialistische of wetenschappelijke vraagstukken. Zou ik vanwege zijn nieuwe hoedanigheid wel met hem kunnen communiceren? Heeft die hogere vorm van bewustzijn überhaupt wel raakvlakken met onze wereld, of is hij ons al lang ‘vergeten’?
Maar voor mijn hersencellen oververhit dreigen te raken schiet de oplossing door me heen in de vorm van ‘Ockam’s Scheermes’: als alle factoren gelijk zijn, verdient de eenvoudigste uitleg de voorkeur. Het antwoord op de vraag, “Wat zou ik mijn vader heel graag willen vragen?” is dus simpel: niets. Ik heb geen onafgemaakte zaken met hem. Hij houdt van mij en ik van hem, tot in de eeuwigheid. Ik wil hem niets vragen, ik wil mijn armen om hem heen slaan, mijn gezicht in zijn regenjas begraven en zijn aftershave ruiken.

Die spreukenbedenkers bij Douwe Egberts moesten eens weten waar ze een mens mee opzadelen op de vroege morgen…