Dode oma

De tijd dat het STER-reclameblok deel uitmaakte van een gezellig avondje voor de buis ligt ver achter ons. Gretig lieten we ons door inventieve reclamemakers trakteren op korte, humoristische avontuurtjes, met slogans die in sommige gevallen zelfs voorgoed in het pretgedeelte van ons brein gegrift zijn blijven staan.

Die tijd van gezelligheid ligt achter ons en de commercie heeft de overhand gekregen. Wham! en Mariah Carey galmen niet drie maal daags uit de SkyRadio luidsprekers voor ons kerstgevoel, maar voor de miljoenen die er door de royalty’s mee gegenereerd worden.
Het kost mij dus geen enkele moeite om feeëriek verlichte Coca Cola trucks met appelwangige kerstmannen af te doen als ‘door reclamemakers opgedrongen oergezelligheid’; de behoefte tot verder zappen is groter dan naar de winkel sprinten voor een fles cola.
Tot zover dus geen probleem. Een kerstcommercial met Beau van erven Dorens schaadt immers niemand, behalve degene die zichzelf toestaat hierdoor af te stompen.

Na drie heerlijk rustige, commercialloze jaren (ik heb geen tv-aansluiting meer), kreeg ik gisteren een nieuwe vorm van consumentenmanipulatie op bioscoopformaat gepresenteerd. ‘Familietradities zijn er om door te geven’ was de boodschap. Een uitermate smaakvol stukje cinematografie over een klein, winters familiedrama, waarbij het uitstellen van de ontknoping de spanningsboog vergrootte. Was het een boodschap geweest van een uitvaartonderneming dan had ik nog waardering voor de boodschap achter dit filmpje op kunnen brengen, maar het verschijnen van het ‘Plus’ logo was een ijskoude douche voor mijn verhitte emoties; het was ‘slechts’ een commercial van een supermarktketen.
De afknapper van de eeuw. In een fractie van een seconde sloeg mijn stemming om van ‘prachtig!’ naar ‘godverdomme’. Milder kan en wil ik het niet maken, want in mijn boekje is dit de meest laag-bij-de-grondse praktijk die men er op na kan houden: mensen in hun ziel raken om hun portemonnee te kunnen legen.
Het zou verboden moeten worden.

De betreffende Plus-commercial is te vinden op YouTube. Niet hier.

Advertenties

Elevator pitch

Ik ben geen liefhebber van trendy Engelse kreten, zolang onze fraaie taal passende alternatieven te bieden heeft. In de schrijfwereld wordt ook royaal gestrooid met anglicismen, zoals young adult, chicklit en binge watching.
Maar ik probeer met mijn tijd mee te gaan. Zo vind ik ‘elevator pitch’ nu eenmaal leuker klinken dan ‘een beknopte liftpresentatie’. Een elevator pitch is namelijk een samenvatting van je boek in 1 á 2 minuten, zoals je deze zou vertellen aan iemand die je in de lift ontmoet.

Mijn elevator pitch gaat als volgt:

‘Paul Bastiaansens Fantastische Verhalen is een verzameling fantasieverhalen. Verhalen over gewone mensen, die iets onverklaarbaars meemaken. Iets buitenaards, of iets bovenaards. Iets groots, of iets heel kleins. Tijdreizen, leven na de dood, hypnose, reïncarnatie. Fantastische Verhalen dus. Verhalen van en voor de fantasie.’

Veilig

Ik verlang naar het einde van de dag. Naar het moment dat ik alles van me af kan laten glijden. Alle verantwoordelijkheden en verplichtingen, alle negativiteit van de grote boze buitenwereld, alle knellende kleding.
Ik glijd tussen katoen en synthetica, boetseer het nepdons naar de contouren van mijn lichaam en begraaf mijn hoofd in mijn kussen. Mijn oren suizen nog even na van de dag, maar dan is het stil in de slaapkamer, stil in huis, stil in de wereld buiten.
Voordat mijn cocon mijn lichaamswarmte heeft overgenomen neem ik een foetushouding aan en begint mijn hoofd zich te vullen met aangename, inspirerende gedachten.
Het liefste zou ik dit vredige gevoel zo lang mogelijk vasthouden, maar Morpheus’ lokkende armen zijn onweerstaanbaar.
Morgen maar weer eens proberen.

Loterij

“Sinds jaar en dag koop ik loten. Vroeger hele loten, maar nu eenvijfde. Het moet natuurlijk wel leuk blijven. En ja, ik win wel eens wat. Soms een eigen geldje, soms iets meer. Zo werkt dat met een loterij. Je moet het gevoel houden dat je kans maakt op die grote klapper. Maar dat is slechts voor een enkeling weggelegd. Ik ben niet in de wieg gelegd voor miljonair.”
“En hoe is het met de liefde?”
Het was even stil.
“Ik koop geen loten meer.”

Schrijven is vertalen

En dan is je verhaal klaar. Voldaan kijk je naar het resultaat; je bent er wonderwel in geslaagd het verhaal zoals dat in je hoofd zat op papier (of in de pc) te krijgen. Als schrijven voor jezelf je enige drijfveer is, ben je als schrijver geslaagd in je opzet.
Maar de kans is groot dat je zó tevreden bent met je creatie, zó trots op je pasgeborene, dat je deze aan de wereld wil laten zien. Want wat is er mooier dan anderen delen in jouw enthousiasme voor het zojuist geschrevene? Er is immers geen grotere kick voor een schrijver dan het vinden van een schare enthousiaste lezers. Het krijgen van de spreekwoordelijke erkenning.
Of je ego nu je drijfveer is of je enthousiasme om je verhaal te willen delen, nu zal je je verhaal moeten gaan vertalen. Want de gemiddelde lezer zal niet in jouw hoofd kunnen kruipen. Hij of zij kent jouw gedachtengang niet. Dus zal je je verhaal toegankelijker moeten maken. Bedoelingen uitleggen, darlings killen. Zodat de gebeurtenissen die voor jou vanzelfsprekend zijn voor de onwetende lezer ook duidelijk worden.
En jij dacht dat je klaar was.

Theezakjeswijsheid 2.0

Theezakjeswijsheid 2.0

De vraag die het labeltje van mijn theezakje me vanmorgen stelde, “Wat zou je nog heel graag aan iemand willen vragen?”, zou een simpele kunnen zijn, die nog vóór het nemen van de eerste slok Earl Grey beantwoord en vergeten is. Zoals het aan een vriend terugvragen van een uitgeleend boek of de vrijgezelle overbuurvrouw mee uit vragen. Maar ik heb geen boeken uitgeleend – dat ik me kan herinneren – en wie mijn overbuurvrouw kent weet meteen mijn antwoord op de tweede vraag.

Mijn lichaam heeft minstens een ontbijt en twee koppen koffie nodig voor er van ‘wakker’ kan worden gesproken, maar mijn grijze massa heeft aan deze Pickwick-uitdaging genoeg om ‘out of the box’ te springen. Moet die persoon zich per se onder de levenden bevinden?
Nog voor mijn kiezen mijn boterham met marmelade hebben verwerkt draait mijn brein al op volle toeren. Wat zou ik mijn vader, die al bijna dertig jaar aan Gene Zijde verblijft, willen vragen? Een breinbreker van de bovenste plank. Nog voor de koffie presenteer ik mezelf al de meest complexe esoterische, existentialistische of wetenschappelijke vraagstukken. Zou ik vanwege zijn nieuwe hoedanigheid wel met hem kunnen communiceren? Heeft die hogere vorm van bewustzijn überhaupt wel raakvlakken met onze wereld, of is hij ons al lang ‘vergeten’?
Maar voor mijn hersencellen oververhit dreigen te raken schiet de oplossing door me heen in de vorm van ‘Ockam’s Scheermes’: als alle factoren gelijk zijn, verdient de eenvoudigste uitleg de voorkeur. Het antwoord op de vraag, “Wat zou ik mijn vader heel graag willen vragen?” is dus simpel: niets. Ik heb geen onafgemaakte zaken met hem. Hij houdt van mij en ik van hem, tot in de eeuwigheid. Ik wil hem niets vragen, ik wil mijn armen om hem heen slaan, mijn gezicht in zijn regenjas begraven en zijn aftershave ruiken.

Die spreukenbedenkers bij Douwe Egberts moesten eens weten waar ze een mens mee opzadelen op de vroege morgen…

Theezakjeswijsheid

Theezakjeswijsheid

Hoewel ik op de kleintjes moet letten, noopt het aanbod van mijn buurtsuper mij soms tot de aanschaf van merkproducten. Het gevolg hiervan is dat ik nu elke morgen mijn dag begin met een levenswijsheid van Pickwick. Deze ochtend vroeg het theezakjeslabel me wat ik zou doen als ik terug in de tijd kon gaan…

Mijn eerste gedachte was: teruggaan naar de tweesprong in mijn leven waar ik koos voor mijn inmiddels gewezen partner en niet voor de vrouw waar ik, zoals men het in het Engels zo mooi kan zeggen, ‘nog steeds een toorts voor draag’. Maar nog voordat ik durf weg te dromen bij deze alternatieve toekomst besef ik de ingrijpende, onherroepelijke gevolgen van die keus. Want al heeft mijn huwelijk niet geleid tot ‘zij leefden nog lang en gelukkig’, toch zou ik deze twintig jaar voor geen goud willen uitwissen. Vooral omdat hier twee fantastische kinderen uit zijn voortgekomen, die, zonder het te beseffen, mijn belangrijkste drijfveer zijn geworden. Hun bestaan uitwissen zou dus de ultieme daad zijn van egoïsme.

Ik doop de Ceylon melange achtereenvolgens in drie mokken, gooi het kleffe zakje met een besmuikte glimlach in de afvalbak en breng mijn jongens, die al in pyjama achter de spelcomputer zitten, hun ontbijt.
Ik hoop dat tijdreizen nooit realiteit wordt.