Fanfictie

Ik schrijf en lees al geruime tijd, maar het verschijnsel was mij tot voor kort nog zo onbekend, dat ik niet eens wist dat er een naam voor bestond. Schrijvers in dit subgenre ‘lenen’ bestaande personages om hun eigen verhalen mee te maken, zonder winstoogmerk. Dat mag ik wel hopen, anders is het gewoon jatwerk, in strijd met auteursrechten.
Winstgevend of niet, het is iets dat ik nooit zou kunnen: mooi weer spelen met de creaties van een ander. Niet alleen omdat je vastzit aan de regels die bij een personage horen – je kunt Harry Potter of Miss Marple nu eenmaal geen dingen laten doen die in strijd zijn met hun karakter of omgeving –, maar ook omdat het nooit de voldoening geeft die een eigen creatie kan geven.
Schrijvers zijn eigenwijs en hun ego wil nog wel eens in de weg staan. Ik ben daarin geen haar beter. Toch moet ik nu even hand in eigen boezem steken, want ook ik maak mij – ten dele – schuldig aan deze vorm van leentjebuur spelen.
Mijn verhalen en personages zijn weliswaar zo origineel als ik ze bedenken kan, maar het concept is gebaseerd op Rod Serling’s creatie ‘The Twilight Zone’, mijn grootste inspiriatiebron.
Nu zal dit mij er zeker niet van weerhouden al mijn fantastische ideeën te blijven uitwerken, maar zodra ik ga publiceren (en er dus sprake is van winstoogmerk) zal ik eerst maar even kijken of ik niet tegen auteursrechtelijke schenen aan schop.

Advertenties

Elevator pitch

Ik ben geen liefhebber van trendy Engelse kreten, zolang onze fraaie taal passende alternatieven te bieden heeft. In de schrijfwereld wordt ook royaal gestrooid met anglicismen, zoals young adult, chicklit en binge watching.
Maar ik probeer met mijn tijd mee te gaan. Zo vind ik ‘elevator pitch’ nu eenmaal leuker klinken dan ‘een beknopte liftpresentatie’. Een elevator pitch is namelijk een samenvatting van je boek in 1 á 2 minuten, zoals je deze zou vertellen aan iemand die je in de lift ontmoet.

Mijn elevator pitch gaat als volgt:

‘Paul Bastiaansens Fantastische Verhalen is een verzameling fantasieverhalen. Verhalen over gewone mensen, die iets onverklaarbaars meemaken. Iets buitenaards, of iets bovenaards. Iets groots, of iets heel kleins. Tijdreizen, leven na de dood, hypnose, reïncarnatie. Fantastische Verhalen dus. Verhalen van en voor de fantasie.’

Veilig

Ik verlang naar het einde van de dag. Naar het moment dat ik alles van me af kan laten glijden. Alle verantwoordelijkheden en verplichtingen, alle negativiteit van de grote boze buitenwereld, alle knellende kleding.
Ik glijd tussen katoen en synthetica, boetseer het nepdons naar de contouren van mijn lichaam en begraaf mijn hoofd in mijn kussen. Mijn oren suizen nog even na van de dag, maar dan is het stil in de slaapkamer, stil in huis, stil in de wereld buiten.
Voordat mijn cocon mijn lichaamswarmte heeft overgenomen neem ik een foetushouding aan en begint mijn hoofd zich te vullen met aangename, inspirerende gedachten.
Het liefste zou ik dit vredige gevoel zo lang mogelijk vasthouden, maar Morpheus’ lokkende armen zijn onweerstaanbaar.
Morgen maar weer eens proberen.

De val

Hij droomde er vroeger wel eens van: vallen. Het gruwelijke besef dat je leven binnen enkele momenten onherroepelijk ten einde zal zijn. Dat laatste moment dat zich in een tergende slow-motion lijkt te voltrekken. Alsof je nog even respijt krijgt om je zonden te overdenken, voor je op pijnlijke wijze uit het leven word weggerukt.
Het is niet langer een droom. Terwijl hij achterwaarts de diepte in tuimelt, besluit hij in een fractie van een seconde dat hij zich niet wil laten overmannen door angst voor de dood. Dat zou pas een verspilling van kostbare tijd zijn. En dus wendt hij al zijn positieve energie aan om het beste uit dit slotakkoord te halen. Zijn tocht naar het onvermijdelijke is immers de ultieme wens van velen: het bevrijdende gevoel van vliegen als een vogel. Als een adelaar zweven op de thermiek tussen de bergen, al is het maar voor even. Maar ook het einde van de val vreest hij niet, dit zal snel en pijnloos zijn. En het is geen einde, maar een voortijdige overstap naar een volgend leven, een nieuw avontuur. En hij is er klaar voor.

Loterij

“Sinds jaar en dag koop ik loten. Vroeger hele loten, maar nu eenvijfde. Het moet natuurlijk wel leuk blijven. En ja, ik win wel eens wat. Soms een eigen geldje, soms iets meer. Zo werkt dat met een loterij. Je moet het gevoel houden dat je kans maakt op die grote klapper. Maar dat is slechts voor een enkeling weggelegd. Ik ben niet in de wieg gelegd voor miljonair.”
“En hoe is het met de liefde?”
Het was even stil.
“Ik koop geen loten meer.”

Schrijven is vertalen

En dan is je verhaal klaar. Voldaan kijk je naar het resultaat; je bent er wonderwel in geslaagd het verhaal zoals dat in je hoofd zat op papier (of in de pc) te krijgen. Als schrijven voor jezelf je enige drijfveer is, ben je als schrijver geslaagd in je opzet.
Maar de kans is groot dat je zó tevreden bent met je creatie, zó trots op je pasgeborene, dat je deze aan de wereld wil laten zien. Want wat is er mooier dan anderen delen in jouw enthousiasme voor het zojuist geschrevene? Er is immers geen grotere kick voor een schrijver dan het vinden van een schare enthousiaste lezers. Het krijgen van de spreekwoordelijke erkenning.
Of je ego nu je drijfveer is of je enthousiasme om je verhaal te willen delen, nu zal je je verhaal moeten gaan vertalen. Want de gemiddelde lezer zal niet in jouw hoofd kunnen kruipen. Hij of zij kent jouw gedachtengang niet. Dus zal je je verhaal toegankelijker moeten maken. Bedoelingen uitleggen, darlings killen. Zodat de gebeurtenissen die voor jou vanzelfsprekend zijn voor de onwetende lezer ook duidelijk worden.
En jij dacht dat je klaar was.

Engel (een kerstgedachte)

Achter de toonbank stond een engel.
“Wat verkoopt u hier?” Ik keek rond, maar de winkel was leeg.
“Alles wat je maar wilt.” De engel kneep haar ogen iets dicht vanwege het zonlicht dat naar binnen viel. Ze oogde tenger, maar toen ze haar vleugelspieren aanspande zag ik kracht.
“Alles?” zei ik verbaasd.
De engel knikte instemmend.
“In dat geval wil ik…” Ik spreidde mijn handen op de toonbank, haalde diep adem en zei:
“Vrede voor iedereen,
geen honger, kinderarbeid of terrorisme,
geen onbegrip tussen hindoes, christenen en moslims,
geen hebzucht of afgunst,
een huis voor vreemdelingen.
Enne.. kunnen mijn relaties wat beter?”
De engel keek me zwijgzaam maar geduldig aan terwijl ik de winkel nog eens rondkeek. “Maar, waar heb je dat allemaal?”
“Wacht even, je hebt het verkeerd begrepen,” sprak ze zacht en opende haar handen. “We verkopen hier geen vruchten, alleen zaadjes.”

(bron onbekend – bewerkt door Paul Bastiaansen)
(afbeelding: Suus Suiker©)