Ruilhandel

De woudwinkel staat op geen enkele kaart, geen navigatiesysteem ter wereld kent het adres. Na weken zoeken en vragen sta ik eindelijk tussen de toverketels, mantels, spreukenboeken, blikjes salamanderslijm met kikkerogen en magnetronspinnenweb. Mijn blik blijft steken bij een uitzonderlijk exemplaar van een toverstaf, prominent geëtaleerd in een vitrine. Hier ben ik voor gekomen.
De winkelgnoom komt handenwrijvend bij me staan. “Monneer heeft smaak. Dat is de Antheon Hellfire III. Gemaakt uit gecertificeerd spreukenboshout, door zeven dwergen. Dé zeven dwergen. De Hellfire III kan spreuken sneller verwerken dan de gebruiker kan uitspr…”
Ik hef mijn hand. “Ik neem ‘m.”
“En hoe gaat monneer betalen?” Zijn grote zwarte ogen glimmen triomfantelijk.
Ik reik tussen mijn gewaad en haal een boon tevoorschijn. “Deze komt van Sjaak.”
Zijn ogen worden nog groter. “Van de bonenstaak?”
“De enige echte.”
De gnoom deinst terug. “Ik geloof u niet.”
“Oké, dan gaat de koop niet door.” Ik maak aanstalten de winkel te verlaten en kijk nog eenmaal over mijn schouder. “Wil je echt de kans op de kip met de gouden eieren laten schieten?”
“Oké, oké. U wint.”
Gnomen zijn zo heerlijk voorspelbaar.
“Als monneer nog even de disclaimer van 300 pagina’s wil tekenen…”
Zelfs sprookjes zijn niet meer wat ze waren.

Advertenties

Telefonie anno 1982

De half geopende vitrage bood, over de in de vensterbank gerangschikte plantjes heen, een wijds uitzicht over het park. De Friese staartklok tegen het bloemetjesbehang tikte onverdroten door. De geur van koffie vulde het bejaardenflatje.
Anja sopte haar Bastognekoek in haar kopje. “Hoe is het met je reuma, mam?”
“Niet best,” zei Beppie. “Zelfs telefoneren doet pijn.”
“Dan wordt het tijd voor een andere telefoon.”
“Maar ik heb deze al zo lang ik me kan heugen.”
“De PTT heeft pas een paar nieuwe toestellen uitgebracht, oma,” zei Erik. “Met druktoetsen.”
“Toch niet zo’n raar ding als bij Sonja Barend?”
“Da’s de Ericofoon,” wist haar kleinzoon. “Die is juist hartstikke gaaf.”
“Ik ga echt niet met zo’n raar ding zitten bellen,” woof Beppie afkeurend.
“Dat hoeft niet, mam,” zei Anja. “Ze hebben ook andere modellen. Meer iets voor u.”

Beppie had zich laten overhalen tot de aanschaf van een ietwat klassiek ogend druktoetstoestel met een ‘gewone’ hoorn en verkrijgbaar in enkele ingetogen kleuren. Haar vertrouwde T65 toestel was eigendom van PTT en dus diende ze deze in te leveren. Zorgvuldig poetste ze het toestel op en nam het in haar tas mee naar de telefoonwinkel.
“Eén Diavox voor mevrouw. In stemmig beige.” De baliemedewerker riep naar achteren. “Ik heb hier een T65. Wat moet ik daarmee?”
“Achterin het magazijn,” klonk het van achteren. “Donder ‘m maar in het krat.”

Maritiem probleem

Het waterpeil van de sluis was op zijn laagst en wederom had een schipper van de koude grond verzuimd met het dalende water rekening te houden: halverwege de sluis bungelde het bootje aan de touwen waarmee het te strak aan de kade was aangemeerd. Ternauwernood konden beide opvarenden zich op het scheve dek staande houden.
“En wie gaat de schade aan mijn sluis betalen?” bulderde de sluiswachter. “Mag ik de namen van de heren noteren?”
“Tromp,” galmde het tussen de sluiswanden.
“…en De Ruyter,” baste de ander theatraal.
“Mijn god,” mompelde de sluiswachter en wendde zich tot zijn assistent. “Bel de Stichting maar. Iemand heeft de achterdeur van Paviljoen Drie weer open laten staan.”

Jurassic Bank VR

Mijn maag keert zich om als mijn beide reispartners voor mijn ogen door het monster verscheurd en verslonden worden. Wegrennen is zinloos: de Indominus Rex is groter en sneller dan ik.
De enorme muil opent zich om mijn lot te bezegelen. Ik zie bebloede kledingresten tussen de vuistgrote, vlijmscherpe tanden en een misselijkmakende geur van onverteerd mensenvlees dringt mijn luchtwegen binnen. Van pure doodsangst verlies ik controle over mijn blaas en sluitspier en ik voel mijn maag samentrekken.

Hijgend ruk ik mijn VR-masker af en terwijl ik even later de bank schoonmaak twijfel ik of Virtual Reality met geurbeleving wel aan zal slaan.

Jurassic Bank

Jurassic Bank T-rex
“De Velociraptors zijn ontsnapt!” hoor ik Floris roepen.
“De T-Rex komt achter je aan!” Oscar schreeuwt nog harder.
Mijn hart klopt in mijn keel en het angstzweet breekt me uit. Ik wil rennen, zo hard mijn benen mij dragen kunnen, maar ik kom niet vooruit. Terwijl de zware stappen van de Tyrannosaurus via de grond tot in mijn maag doordreunen, sta ik als aan de grond genageld.
Dan donder ik van de bank en besef waar ik ben. Slaapdronken zie ik tussen mijn wimpers door het aftitelscherm van ‘Jurassic Park – The Game’.
Mijn zoons lachen zich een deuk.

Verhalenverteller

Met de door zijn uitgever aan hem opgedrongen laptop in een legergroene pukkel klimt Martin op zijn brommer, voor zijn wekelijkse bezoek aan het dorp. Van de cafébaas mag hij de internetverbinding gebruiken om zijn voltooide werk digitaal naar zijn uitgever te sturen.

Twee maanden later loopt hij langs de etalage van de lokale boekwinkel: ‘Het langverwachte vervolg op Martin Koch’s science fiction bestseller ‘2041’ is uit!’
En de boulevardbladen speculeren over de miljoenen die zijn bestsellers hem hebben opgeleverd. Onmiddellijk verlangt Martin terug naar de rust van zijn bootje in het veen, naar de romantiek van het belletje van zijn Remington.