Maritiem probleem

Het waterpeil van de sluis was op zijn laagst en wederom had een schipper van de koude grond verzuimd met het dalende water rekening te houden: halverwege de sluis bungelde het bootje aan de touwen waarmee het te strak aan de kade was aangemeerd. Ternauwernood konden beide opvarenden zich op het scheve dek staande houden.
“En wie gaat de schade aan mijn sluis betalen?” bulderde de sluiswachter. “Mag ik de namen van de heren noteren?”
“Tromp,” galmde het tussen de sluiswanden.
“…en De Ruyter,” baste de ander theatraal.
“Mijn god,” mompelde de sluiswachter en wendde zich tot zijn assistent. “Bel de Stichting maar. Iemand heeft de achterdeur van Paviljoen Drie weer open laten staan.”

Advertenties

Jurassic Bank VR

Mijn maag keert zich om als mijn beide reispartners voor mijn ogen door het monster verscheurd en verslonden worden. Wegrennen is zinloos: de Indominus Rex is groter en sneller dan ik.
De enorme muil opent zich om mijn lot te bezegelen. Ik zie bebloede kledingresten tussen de vuistgrote, vlijmscherpe tanden en een misselijkmakende geur van onverteerd mensenvlees dringt mijn luchtwegen binnen. Van pure doodsangst verlies ik controle over mijn blaas en sluitspier en ik voel mijn maag samentrekken.

Hijgend ruk ik mijn VR-masker af en terwijl ik even later de bank schoonmaak twijfel ik of Virtual Reality met geurbeleving wel aan zal slaan.

Jurassic Bank

Jurassic Bank T-rex
“De Velociraptors zijn ontsnapt!” hoor ik Floris roepen.
“De T-Rex komt achter je aan!” Oscar schreeuwt nog harder.
Mijn hart klopt in mijn keel en het angstzweet breekt me uit. Ik wil rennen, zo hard mijn benen mij dragen kunnen, maar ik kom niet vooruit. Terwijl de zware stappen van de Tyrannosaurus via de grond tot in mijn maag doordreunen, sta ik als aan de grond genageld.
Dan donder ik van de bank en besef waar ik ben. Slaapdronken zie ik tussen mijn wimpers door het aftitelscherm van ‘Jurassic Park – The Game’.
Mijn zoons lachen zich een deuk.

Verhalenverteller

Met de door zijn uitgever aan hem opgedrongen laptop in een legergroene pukkel klimt Martin op zijn brommer, voor zijn wekelijkse bezoek aan het dorp. Van de cafébaas mag hij de internetverbinding gebruiken om zijn voltooide werk digitaal naar zijn uitgever te sturen.

Twee maanden later loopt hij langs de etalage van de lokale boekwinkel: ‘Het langverwachte vervolg op Martin Koch’s science fiction bestseller ‘2041’ is uit!’
En de boulevardbladen speculeren over de miljoenen die zijn bestsellers hem hebben opgeleverd. Onmiddellijk verlangt Martin terug naar de rust van zijn bootje in het veen, naar de romantiek van het belletje van zijn Remington.

Invasie

Drie dagen wierp het indrukwekkende gevaarte zijn dreigende schaduw over een groot deel van de stad. De inzittenden van het kolossale ruimteschip hadden zich nog niet laten zien, maar de uitgezonden boodschap hield linguïsten, wiskundigen, computerdeskundigen en zelfs antropologen wereldwijd bezig. Dag en nacht werd er gewerkt om de boodschap van de interstellaire bezoekers ontcijferd te krijgen.

Plotseling zwaaide de deur van de tijdelijke commandopost nabij de ‘landingsplek’ open. Met een computeruitdraai in de hand gekneld stormde een van de taalkundigen opgewonden naar binnen. “Ik weet wat de boodschap betekent!”
“Invasie?”
“Nee, ze komen een kopje suiker lenen.”

Genoegdoening

Terwijl zijn bediende een nieuwe kaars aansteekt neemt hij de vers beïnkte ganzenveer ter hand. “Mijn vrees te worden onthoofd is verleden tijd, mijn beste. Catharina heeft mij benoemd tot Raadgever en Buitengewoon Geneesheer van de koning. Ik geniet nu de bescherming van het hof. Als genoegdoening voor alle ongeloof en het verlies van mijn familie ga ik de wereld tot lang na mijn dood verwarren met centuries en kwatrijnen.”
“Maar Michel, denkt ge niet…”
“Mijn beste, ik ben nu een man van aanzien. Ik wens dat ge mij ook als zodanig adresseert.”
“Excusez moi, monsieur Nostredame. Excusez moi…”