Date of afspraakje?

“En, hoe ging je date? Vertel.”
“Als je nog eens wat weet. Daten met een oudere man.”
“Was het zo erg?”
“O, hij was wel attent en zo. En hij wist veel. Kon prachtige verhalen vertellen, alsof je er zelf bij was.”
“Dat klinkt niet verkeerd.”
“En hij gebruikte van die grappige woorden. Zoals ‘afspraakje’, ‘een brief sturen’, ‘platenspeler’ en ‘telefoonboek’.”
“Wat ging er dan mis?”
“Hij dacht dat Dropbox een snoeptrommel was, podcast een serviesmeubel en dat streamen met cellulitis te maken had.”
“Tsss.”
“En hij gebruikte zelfs niet eens Tinder, Twitter, of Instagram. Hij was echt oud.”

Advertenties

Vrienden Plus

(een erotisch verhaal)

De begincredits van ‘Ghost’ trokken voorbij op het televisiescherm. Hij zat op de bank, wijn en hapjes stonden op tafel. Zij was in de weer met kaarsen en wierook.
“Wat doe je nu?”
“Gewoon, even gezellig maken.”
“De film begint, kom nu maar zitten. Maar niet te dichtbij, hè?”
“Nee meneer.” Ze stak nog net haar tong niet uit.

Terwijl aan de andere kant van de kamer de jukebox van Sam en Molly naar een nieuw 45-toerenplaatje zocht, zou hij zweren dat ze bij het verzitten dichterbij schoof. ‘Unchained Melody’ klonk als een belofte door de kamer. Zijn reactie peilend keek ze hem aan. Beiden wisten ze wat dit nummer inluidde. Althans, in de film.
“Is er iets?” Zijn mondhoeken gleden omhoog.
“Nee, niks.”
Begeleid door The Righteous Brothers kneedden Molly en Sam met ineengestrengelde vingers de natte pottenbakkersklei tot een mislukte vaas. ‘I’ve hungred for your touch…’
Ze legde haar hand op zijn dijbeen, als iemand die tijdens een gruwelijke horrorscène ongewild een ander begint te knijpen.
“Ik dacht dat we het vriendschappelijk zouden houden?” De opwinding begon zich meester van hem te maken. Ze was immers een begeerlijke vrouw en ze wilde hem. De sfeer deed de rest.
De passie die van het scherm spatte deed zijn werk; hij besloot er aan toe te geven. Zij was al verder. Veel verder. Ze legde haar hand op de bult in zijn broek. “Hm. Doet je niks, hè?”
Hij trok zijn wenkbrauwen op, in een mislukte poging tot onverschilligheid. Maar zijn hart ging tekeer als een gek.
In een mum van tijd had ze haar slipje onder haar rok vandaan gewerkt en zijn mannelijkheid uit zijn jeans bevrijd. En toen ze langzaam over hem heen schoof, bevrijdde ze een lange, bijna onhoorbare zucht. Ze keek hem vol overgave aan, haar vochtige lippen glimmend in het kaarslicht.
“Ik geloof dat we de film een andere keer maar af moeten kijken,” zei hij zwaarademig. “Eerst wil ik jou.”
“Dito,” glimlachte ze geforceerd.
Hij legde zijn handen tegen haar flanken, ging verzitten zodat hij nog verder in haar drong en drukte zijn mond op de hare.
‘I’ll be coming home, wait for me…’ echode door de kamer.

Onderonsje

Het is een zwoele zomeravond. Ik moet naar bed omdat ik morgen weer moet voldoen aan de verplichtingen van een werkgever, maar ik maak deze aardse zaken even ondergeschikt aan het kosmische; ik mág van mezelf de heldere sterrenhemel waar het universum mij vanavond op trakteert niet aan me voorbij laten gaan.
Ik neem plaats in een ligstoel, staar naar het firmament en voel me nietig. Ik dwing mezelf het aardse even te vergeten en probeer mijn persoontje een plaatsje te geven in de weidsheid van de kosmos, maar dat is meer dan een simpele aardbewoner bevatten kan.
Plotseling zie ik hoe twee lichtjes zich losmaken van de rest. Ze bewegen zich anders dan de hemellichamen die onverstoorbaar op hun plek blijven staan glinsteren: doelbewust, volgens een patroon, met plotselinge koersveranderingen, maar los van elkaar. Daar komt snel verandering in. Na een korte, kosmische balletuitvoering lijken de lichtjes zich aan elkaar te koppelen en bewegen perfect synchroon met een vaste tussenafstand sierlijk door het nachtelijk zwerk. Hier moet een vorm van intelligentie achter zitten. Dit is niet willekeurig, geen natuurlijk fenomeen of gezichtsbedrog.
Dan stoppen beide lichtjes recht boven me, gaat een van hen even uit en weer aan, en verdwijnen ze met een duizelingwekkende snelheid uit het zicht. Dit was onmiskenbaar een ‘close encounter of the first kind’. Een knipoog vanuit de ruimte.

Veilig

Ik verlang naar het einde van de dag. Naar het moment dat ik alles van me af kan laten glijden. Alle verantwoordelijkheden en verplichtingen, alle negativiteit van de grote boze buitenwereld, alle knellende kleding.
Ik glijd tussen katoen en synthetica, boetseer het nepdons naar de contouren van mijn lichaam en begraaf mijn hoofd in mijn kussen. Mijn oren suizen nog even na van de dag, maar dan is het stil in de slaapkamer, stil in huis, stil in de wereld buiten.
Voordat mijn cocon mijn lichaamswarmte heeft overgenomen neem ik een foetushouding aan en begint mijn hoofd zich te vullen met aangename, inspirerende gedachten.
Het liefste zou ik dit vredige gevoel zo lang mogelijk vasthouden, maar Morpheus’ lokkende armen zijn onweerstaanbaar.
Morgen maar weer eens proberen.

De val

Hij droomde er vroeger wel eens van: vallen. Het gruwelijke besef dat je leven binnen enkele momenten onherroepelijk ten einde zal zijn. Dat laatste moment dat zich in een tergende slow-motion lijkt te voltrekken. Alsof je nog even respijt krijgt om je zonden te overdenken, voor je op pijnlijke wijze uit het leven word weggerukt.
Het is niet langer een droom. Terwijl hij achterwaarts de diepte in tuimelt, besluit hij in een fractie van een seconde dat hij zich niet wil laten overmannen door angst voor de dood. Dat zou pas een verspilling van kostbare tijd zijn. En dus wendt hij al zijn positieve energie aan om het beste uit dit slotakkoord te halen. Zijn tocht naar het onvermijdelijke is immers de ultieme wens van velen: het bevrijdende gevoel van vliegen als een vogel. Als een adelaar zweven op de thermiek tussen de bergen, al is het maar voor even. Maar ook het einde van de val vreest hij niet, dit zal snel en pijnloos zijn. En het is geen einde, maar een voortijdige overstap naar een volgend leven, een nieuw avontuur. En hij is er klaar voor.

Toeval

Het is druk bij de slager van het Limburgse dorp, waarvan de naam meer letters bevat dan aantal bewoners; er staan wel twee klanten in de winkel.
De ene klant staart de andere aan. “Ken ik u ergens van?”
“Nee, ik kom niet uit de buurt. Ik kom uit Exhomra.”
“Exhomra, de hoofdstad van Givah, de vierde planeet in het Vega-stelsel?”
“Zei ik dat? Ik bedoelde natuurlijk Exmorra. In Friesland.”
Het koperen deurbelletje klinkt, een derde vrouw komt binnen.
“Nee hoor. Ik hoorde u duidelijk Exhomra zeggen.”
De derde klant verstijft. “Exhomra? De hoofdstad van Givah, de vierde planeet in het Vega-stelsel?”

Flits!

“Sodeju! Wat was dat?”
“Daar was ik al bang voor. Je kunt niet ongestraft bij volle maan tussen hunebedden door lopen.”
“Waar zijn we?”
“Zo te zien… Stonehenge.”
“In Zuid-Engeland?”
“Weet jij nog een ander?”
“Wauw.”
“De vraag is: hoe komen we terug?”
“Wel eens van Google Maps gehoord?”
Het is even stil.
“Dat bestaat nog niet.”
“Hoe bedoel je, ‘nog niet’?”
“Er is geen toegangsweg naar hier. Er is zelfs nog geen weg. Nog geen tweehonderd meter verderop zou de A303 moeten lopen, de Amesbury Bypass. Maar die ligt er niet. Nog niet.”
“Je bedoelt dat we niet alleen een sprong op de kaart hebben gemaakt, maar ook in de tijd?”
“En er is nog een probleem.”
“Ja, het is koud. Verdomde koud. Filosofeer jij ons hieruit, dan kijk ik intussen wel op mijn telefoon hoe we naar huis kunnen. Hé, waar is mijn telefoon? Waar zijn mijn kleren!?”
“Dat bedoel ik.”