Nooit klaar

Het lijkt steeds vaker voor te komen: op een rit van A naar B volg ik gedwee de aanwijzingen van Vlaamse Lucy op en neem nietsvermoedend de bocht. Stop. Een wegafzetting wegens werkzaamheden. Hier ook al. Ik was me er niet van bewust dat het plaveisel hier alweer versleten was of het straatmeubilair aan vervanging toe. Maar misschien moest de verantwoordelijke gemeenteambtenaar zijn toegewezen budget opmaken omdat hij anders volgend jaar minder budget toegewezen zou krijgen.

Doeners

Ik denk eerder dat het de menselijke drang tot bouwen is. Mensen zijn Doeners. Net als de bouwvakkertjes uit de jaren tachtig poppenserie ‘De Freggels’ moeten we altijd ergens mee bezig zijn, om het bezig zijn. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’ zeiden onze grootouders, bang dat we uit verveling kattenkwaad zouden gaan uithalen. Het wordt ons met de paplepel ingegoten door Bob de Bouwer en Klus de kabouter en fabrikanten van powertools spelen hier handig op in door speelgoedversies van hun producten op de markt te brengen. Klantenwerving onder het kluskroost, met als motto ‘jong geleerd is oud gedaan’. Alles voor het Hornbach-gevoel (wat dat ook mag zijn). De Nederlandse televisie heeft een continu aanbod van huis-, tuin- en keukenverbouwprogramma’s en volgens de reclamefolders op de mat lijden bouwmarkten chronisch aan ‘spectaculaire klusweken’.

Zelfs als het niets te maken had met inkomen of sociale wetten zouden we werkelozen waarschijnlijk eerder zien als luilakken dan bofkonten. Daarom is het des te vreemder dat spreuken over een leven zonder werk populairder zijn dan kreten als ‘arbeid adelt’. Zo wacht ik stiekem nog steeds op de dag dat mijn werkgever zal zeggen: “Het werk is op, we zijn klaar. Ga lekker naar huis, je bent vrij.”
Kan ik eindelijk al die achterstallige klusjes afmaken.

#waardientdathekjenueigenlijkvoor

Toen de uitvinders van de PTT – het woord ‘telecomprovider’ was nog niet nodig want er bestond er maar één – het nieuwe druktoetstelefoontoestel ontwierpen, zaten ze met een uitdaging van esthetische aard: met tien cijfertoetsen kregen ze het druktoetsenklavier van het toestel niet Feng Shui.
“Dan voegen we toch gewoon twee toetsen toe?” bedachten de zieners van het staatsbedrijf toen. “Die noemen we sterretje en hekje en tegen de tijd dat het internet en de smartphone zijn uitgevonden hebben we er wel een toepassing voor bedacht.”

Hashtag on old phone

Onderweg naar vandaag deden genoemde toetsen nog een blauwe maandag dienst achter een enkele bedrijfstelefooncentrale, maar in het sociale mediatijdperk is met name het hekje pas echt uit de digitale kast gekomen. En hoe.

Ik krijg al virtuele kriebels als ik één hekje in een Facebookbericht zie en bij drie of meer haak ik meteen af. Het is gemakzuchtig en dus niet sociaal om je cybervrienden af te schepen met een soort wetenschappelijke formule. Ergo: dit hoort niet op een sociaal medium thuis. Ik praat niet graag in symbolen of afkortingen, reden waarom twee pogingen tot Twitter bij mij op niets zijn uitgelopen.
De toegevoegde waarde op Facebook die voorstanders van de hesjtek zullen aandragen is twijfelachtig; vaak bieden gehekte woorden toegang tot een soort subcategorie met hooguit twee of drie berichten, van dezelfde aanstichter. Het hekje is dus niet anders dan een digitaal spraakgebrek.

Hashtag cartoon

Watjes

Omdat ik uit een warm nest kom en een stabiele, onbezorgde jeugd heb gehad heb ik een stevig fundament. Het gebouw dat Ikke heet staat al zo lang overeind dat de elementen er weinig vat meer op hebben. In tegenstelling tot veel gebouwen van latere datum, die bij het kleinste briesje al schudden op hun grondvesten.
Arie Boomsma zou mij niet over de streep kunnen trekken met een aangepraat trauma: “Hoeveel van jullie hebben hun gum wel eens op de grond laten vallen?” Natuurlijk, ook ik ben gepest op school en ik herinner het me als de dag van gisteren, maar ik heb het afgesloten. Net als andere negatieve momenten in mijn leven heb ik het achter me gelaten. Anders zat ik nu als publiek vermaak te janken bij Patty Brard, John Williams of een van de andere commerciële sentimentgoeroes omdat ik niet klussen kan, mijn financiën vreselijk uit de klauw heb laten lopen of de buren tegen me in het harnas heb gejaagd.

Wattenbolletjes
We zijn watjes aan het worden. Ons land dreigt ten prooi te vallen aan het LOI-syndroom: we denken dat we steeds slimmer worden. Elk schaafwondje en elke bult moet psychologisch worden geanalyseerd om ‘het een plekje te kunnen geven’. Als gevolg van deze vestzakpsychologie begint de mensheid te lijden aan een soort collectief gebrek aan zelfvertrouwen. Het bewijs hiervan zijn de talentenshows die als paddenstoelen uit de grond schieten. Drie rijen dik staan onze kinderen te popelen om voor een semi-deskundige jury de wereld en zichzelf te bewijzen dat ze best wel iets kunnen. De winnaars hebben hun 15 minuten roem (aldus Andy Warhol), maar verdwijnen al gauw achter de verliezers aan in de vergetelheid. En een enkeling zien we bij Wendy van Dijk terug in een poging van zijn/haar obesitas af te komen.

Pleister op knie

Misschien kunnen we in onze hang naar alles wat ‘retro’ is leren van het verleden:
even slikken, een pleister op de wonde en verder met je leven…

Klerenzooi

Ik ben een moderne man. Ik kook zonder de rookmelders af te laten gaan, weet hoe mijn stofzuiger werkt en doe zonder protesteren de afwas, als de vaatwasser om welke reden dan ook zijn werk niet kan doen. En van tijd tot tijd hang ik de was op. En ook al is dit anno 2015 geen wereldklus, mijn hobby zal het nooit worden.
Teil met wasbord

Ik heb geen bijbel nodig om in wonderen te geloven. De wonderbaarlijke wasvermenig-vuldiging openbaart zich gemiddeld eenmaal per week aan mij; als de bodem van mijn portemonnee zo lang uit het zicht bleef als die van mijn wasmand, was er in mijn huis geen sprake van een recessie.
Tijdens het legen van de wasmachine besef ik waarom ‘verloskundige’ nooit een keuzevak van me is geweest. Als bijna al het wasgoed zich in één matrasovertrek heeft teruggetrokken is het nauwelijks anders dan een de bevalling van een baby met een waterhoofd. En als na een flinke krachtsinspanning deze baby wordt gevolgd door een nat katoenen navelstreng en dito nageboorte is de belevenis compleet.
Het ophangen van de was is een groot puzzelfestijn, als je van puzzelen houd. Dat doe ik niet. Tijdens huishoudelijke klusjes als dit wens ik zo weinig mogelijk hersencellen aan te spreken. Omslagdoekachtige dingesen zonder herkenbare in- of uitgang drapeer ik zo snel en kreukvrij mogelijk over het wasrek en ook het memoryspel der duizend sokken kan mij gestolen worden.
En welke fielt van een ontwerper heeft op een gegeven ogenblik zijn hoofd zo hard gestoten dat hij besloot kleding op de markt te brengen met stiknaden en labels aan de buitenkant? Ik heb al meer dan eens een shirt met lange mouwen drie keer achter elkaar binnenstebuiten/buitenstebinnen staan peuteren om tot de conclusie te komen dat ik het bij aanvang al bij het juiste eind had.
Wormhole grafic

En na afloop kan ik niet anders concluderen dat zich ergens in mijn huis een wormgat of tijdkromming moet bevinden, want in de uren dat ik met de was bezig ben geweest, is er elders in huis nog geen uur verstreken…
Conclusie: er zijn leukere manieren om met lingerie bezig te zijn.

Toverwoord

Cauldron witches hands

Er was eens, heel lang geleden, een wereld waar tovenaars, heksen en magiërs de macht hadden om werelden te bewegen met een enkele bezwering, met Het Toverwoord.
Anno 2015 zijn tovenaars verworden tot theater-artiesten, heksen zijn lang geleden op de brandstapel geëindigd en magiërs hebben een alternatieve broodwinning gevonden in het rijk der fantasy-romans.
Maar Het Toverwoord bestaat nog. En dan heb ik het niet over de abracadabra’s en sim sala bim’s waarmee illusionisten Hans K. en Hans K. hun publiek vermaken, maar over Het Toverwoord. De incantatie, die macht kan uitoefenen op een ieder over wie deze bezwering wordt uitgesproken. Dit Toverwoord van de nieuwe tijd is VEILIGHEID.
Sinds dit woord een aantal jaren door iemand over de schutting is gegooid, zijn er hele bedrijfstakken die inmiddels hun brood verdienen met professionele bangmakerij; uit naam van de VEILIGHEID laat de burger zich immers alles aanpraten. En zolang het de economie ten goede komt hoort u mij niet klagen, maar als het dreigt door te schieten naar de verkeerde kant, maak ik mij zorgen.

TESO hekken

Een van de meest schrijnende voorbeelden van die nieuwe VEILIGHEID is te vinden in Den Helder, bij het vertrekpunt van de veerboot naar Texel. Veerbootexploitant TESO is er hier in geslaagd een netwerk van hekken te bouwen dat, ondanks een amusementspark-achtig pastelkleurtje, opkomende gevoelens van claustrofobie niet buiten kunnen houden.
Als je besluit om aan de buitenkant van deze kraal een kijkje te nemen kom je bedrogen uit. Het voetgangersdraaihek blijkt onverbiddelijk; je kunt niet meer langs dezelfde weg terug en bent geïsoleerd van je voertuig. Je bent dus ontsnapt aan je openluchtgevangenis, maar daar heeft de veerboot geen boodschap aan. Die vertrekt gewoon op tijd. Met of zonder jou.
De enige weg om jezelf met je auto te herenigen is via de autokassa’s bij de hoofdingang. En dan mag je hopen dat het kortetermijngeheugen van de kassadame, die jou met je auto nog geen tien minuten geleden heeft doorgelaten, haar nog niet in de steek heeft gelaten.

Nooit eerder heb ik me in de buitenlucht zo opgesloten gevoeld. Niet in Nederland. Wel een keer op een verre vakantiebestemming. In een land dat vele jaren na een oorlog met de buren nog steeds in staat van paraatheid was. Waar men dacht dat ik als toerist nog een bedreiging kon zijn voor hun nationale VEILIGHEID. Alsof ik spionagefoto’s had willen maken van het ouderwetse vliegmaterieel dat daar in krakkemikkige nishutten stond weg te roesten…

Vanwaar deze hekkenmanie? Wil deze veerbootexploitant een trendsetter zijn op beveiligingsgebied of is dit Waddeneiland van strategisch belang voor onze nationale VEILIGHEID? Misschien vreest men voor een terroristische aanval op het juttersmuseum of een gijzeling van de vuurtorenwachter…
Maar het kan natuurlijk ook zijn dat TESO alleen maar een beetje is doorgeschoten in hun pogingen het vakantievee te reguleren en dat ik een oude zeurkous ben. Maar dat is mijn goed recht. We wonen immers in een vrij land. Toch?

Zijn dit nu de indringers die ik moet vrezen of zijn het de mannen die me juist een veilig gevoel zouden moeten geven?

Zijn dit nu de indringers die ik moet vrezen, of zijn het de mannen die me een veilig gevoel moeten geven?

#

Toedeloe

Kleine boodschap Na een Intercity-hobbelrit van vijf kwartier sta ik op Centraal Station Utrecht, waar de kou met behulp van mijn iets te dunne broek besluit mijn blaas verder te bewerken. De bewegwijzering laat mij in het ongewisse over de weg die tot mijn opluchting moet leiden, maar ik weiger de informatiebaliemedewerker lastig te vallen. Hoe moeilijk kan het zijn om een latrine te vinden, ook al ben je tien jaar niet meer in het winkelhart van Utrecht geweest? Gelukkig weet ik dat ‘2theloo’ trendy Engels is voor plee, anders zou het nog een vochtige speurtocht kunnen worden. Maar volgens de plattegrond bevindt het dichtstbijzijnde gemak zich op Paars 25. Om het hoekje. Maar daar zit een filiaal van ABN AMRO, een bank die vast niet zit te wachten op mijn inleg. Volgens een tweede plattegrond bevindt het dichtstbijzijnde privaat zich aan de andere kant van het winkelcentrum. Omdat mijn trein pas over veertig minuten vertrekt en mijn blaasspanning nog geen prostaatbedreigende waardes heeft bereikt, besluit ik de traverse te nemen over de bouwput die Hoog Catharijne heet, op weg naar mijn uiteindelijke verlossing.
Achter de glazen gevel van deze ‘toedeloe’ prijken enkele schappen met souvenirachtige prullaria en achter de kleine kassabalie van het aquarium staat een jongedame in een soort fastfoodrestaurant-outfit. Ik doe twee stappen terug om mezelf ervan te vergewissen dat ik niet zo meteen mijn blaas sta te legen in het verkeerde etablissement en loop vervolgens het souvenirwinkeltje door. Even later sta ik voor de pretparkachtige tourniquetautomaat die de retiradejuffrouw met schoteltje en breiwerkje tot een nostalgisch begrip heeft gedegradeerd. Ik gooi mijn eurodubbeltjes in de toegangsrobot en hoor het hekje ontgrendelen, waarna het apparaat me een kaartje aanbiedt. Vanwaar deze papierverspilling? Zit er binnen een gepensioneerde conducteur te popelen om er een gaatje in te mogen knippen? Is mijn toiletbezoek fiscaal aftrekbaar? Of kan ik op vertoon van dit plaatsbewijs korting krijgen op de prullaria in eerdergenoemde winkel? In een rebelse bui laat ik het kaartje onaangeroerd, in de hoop dat anderen mijn voorbeeld volgen en de machine een verstopping krijgt die met geen laxeermiddel te verhelpen is. Urinoir golfhole De toiletbelevenis is nog niet ten einde. Het urinoir blijkt te zijn voorzien van een in het glazuur meegebakken afbeelding van een golfhole-met-vlag. Midden in de pot. Hier slaan de psychologen van de urinoirfabriek de plank dus finaal mis. Met een afbeelding van een vlieg naast de afvoergaatjes is mijn oerinstinct nog wel uit te lokken tot een gerichte actie, maar bij gebrek aan affiniteit met Tiger Woods’ broodwinning ontbreekt bij mij elke verleiding om te gaan staan figuurplassen. Ik neem dus afscheid van mijn blaaswater op de ouderwetse, knoeivrije manier. Toedeloe.

Karaktertest

Alvorens mij op te maken voor mijn wekelijkse rit op mijn mountainbike raadpleegde ik de sites van buienradar en het KNMI. Er werd een sluier van motregen voorspeld die de hele dag zou blijven hangen, met temperaturen waarbij zelfs een meteorologisch optimist als ik het woord ‘kou’ in de mond durf te nemen. Dit zou geen gebruikelijk pretritje door het bos worden, maar een karaktertest.
Tegengewerkt door nattigheid, modder én kou betrapte ik mezelf meer dan eens op de wens mijn rit vervroegd af te breken; ‘ik zat niet lekker op mijn fiets’. Maar ik zou mezelf tot watje degraderen als ik niet in ieder geval één volledig rondje af zou maken. Ik was immers toch al vies en (licht) gewond. Eenmaal bij de auto veegde ik de lichaamsdelen af die in direct contact met de auto zouden komen, de rest kwam thuis wel. Ik verwachtte onderweg immers geen tussenstops. Maar mijn benzinemeter dacht daar anders over.

Benen Paul modder

“Meneer, weet u dat u een beetje zwart bent?” De medewerkster van het benzinestation keek van achter haar balie verbaasd naar enkele modderspatten op mijn kin.
“O, dat is nog niets.” Ik deed twee stappen terug en toonde haar – en haar al even verbouwereerde medewerker – mijn benen, die zó bemodderd waren dat mijn korte fietsbroek met gemak voor een lange kon worden aangezien. “Ik ben even wezen fietsen in het…”
Mijn toelichting leek niet tot haar door te dringen. Ze nam me in zich op alsof ik een haar onbekende, ernstige aandoening tijdens mijn fietstocht had opgelopen. “Ik wilde ook gaan fietsen, maar daar zie ik maar vanaf.”

Later besefte ik pas dat ze waarschijnlijk op dat moment mijn auto-met-mountainbike niet had zien staan. Want dan ze waarschijnlijk begrepen waarom ik mezelf zo bezoedeld had. Of misschien nog steeds niet.

Een beetje kruimig

Omdat het einde van de recessie nog niet in zicht is en we dus nog steeds op de kleintjes moeten letten, doe ik thuis vaak de boodschappen (al is het niet bij Albert Heijn). Ik ben een man en dus niet gevoelig voor aanbiedingen; als ik iets niet nodig heb, koop ik het niet. Ik doe alleen mijn plicht, want boodschappen doen zal nooit mijn hobby worden. Veel te ingewikkeld.
Ik doe mijn boodschappen bij voorkeur bij het kleine, plaatselijke filiaal van de lokale supermarktketen, omdat ik bij de grote broer bij binnenkomst al een gevoel van schaamte krijg bij het zien van zoveel welvaart. ‘Dat moet allemaal poep worden’ hoor ik Fons Janssen dan in gedachten zeggen. En dan heb ik het nog niet eens over de XL-supers, waar ik ook nog word overvallen door een milde vorm van agorafobie.
En dan is er het boodschappenlijstje. De hierop verstrekte informatie dient bij voorkeur niet teveel vragen op te roepen. Dat doet het bij mij dus wel. Gewoon ‘rijst’ kan ik niks mee. Weet u wel hoe veel soorten rijst er zijn? Van verschillende merken. In verschillende verpakkingen.

Omdat ik niet bij elk schap naar huis wil bellen voor verduidelijking – ik heb ook mijn trots –, probeer ik me te redden met mijn gezond verstand, maar dat is onbegonnen werk in deze kakafonie van producten. Ik sta bij de wasverzachter. Geloof ik. Even twijfel ik aan de geaardheid van het product vanwege de poëtische labels die me toezingen. Bijna waan ik me in een kunstgalerij in plaats van de buurtsuper. ‘Creations met hibiscus & kersen’ of ‘Sensations met goudgele iris & vanille’, kwelen de labels me toe. Geruime tijd twijfel ik of dit product bedoeld is voor uitwendige verzorging of voor oraal genoegen. Pas na het raadplegen van het colofon aan de achterzijde van de fles wordt duidelijk dat ‘lavendelgeluk’ een (te) mooie naam is voor wasverzachter. In een opperste staat van verwarring ga ik voor de zekere keus en pak opgelucht een huismerk met de duidelijke naam ‘wasverzachter’ op het etiket.

Beetje Kruimig Potatohead

En net nu ik door heb dat kruimige aardappels thuis de voorkeur genieten, komen de grootgrutters weer met een subcategorie: ‘een beetje kruimig’. Wat is het volgende? Heel erg zoute pinda’s? Halfrechte bananen? Ik word er zelf een beetje kruimig van…

Het nieuwe zwart

Henry Ford

Automobielbouwer Henry Ford (1863-1947) zei over zijn auto’s: “Elke klant kan een auto in elke gewenste kleur hebben zolang het maar zwart is.”
Een leuke anekdote, ware het niet dat er in honderd jaar tijd eigenlijk nauwelijks iets is veranderd. Gelukkig ligt de trend van zwart-witte huiskamerinterieurs (ver) achter ons, maar verder lijken de grauwe dagen van meneer Ford terug te keren: de overheersende onkleur bij de gemiddelde autodealer wordt hoogstens afgewisseld door vijftig tinten grijs of in het gunstigste geval wit. En deze kleurloosheid geldt helaas niet alleen voor de buitenkant. Logisch gevolg is dat je in het hedendaagse verkeer steeds vaker het gevoel hebt dat je per abuis in een begrafenisstoet terecht bent gekomen.
Maar deze rouwstemming zet zich ook al door bij het voetvolk. Hoewel de zomer al enige tijd geleden zijn intrede heeft gedaan, kom ik nog dagelijks in de verleiding om een in het zwart geklede medemens te condoleren met het verlies van zijn/haar gevoel voor kleur.
Nu kan men het de mensen niet helemaal kwalijk nemen, want het is de detailhandel die ons deze grauwe trend opdringt. Oké, men verkoopt ons tablets, smartphones en breedbeeldtelevisies met Full Ultra HD Amoled True Bright Ambilight, Smart View en Auto Depth Enhancer, maar wat de buitenkant betreft houdt het op met de kleuren. Want of het nu gaat om een laptop, een fotocamera, fietshelm of kleding, uiteindelijk is het aan te schaffen product op dat moment niet leverbaar in de door jou gewenste onderscheidende kleurstelling, zodat je je uiteindelijk maar weer naar huis laat sturen met… een zwarte.

Over kraamtranen, knalweëen en tepelhoedjes

Het leven kan rare streken met je uithalen. Het ene moment ben je een verstokte vrijgezel van bijna veertig, en voor je het weet heb je een vrouw, drie katten, en ben je je aan het voorbereiden op het vaderschap. En als je je dan afvraagt waar je de controle over je leven bent kwijtgeraakt, besef je dat je er elk moment met je volle verstand bij bent geweest.

De verwekking van een kind mag dan een gezamenlijke prestatie zijn, het bouwen aan de baby is een taak voor de toekomstige moeder; tot het moment van de bevalling sta je als vader-in-spé machteloos langs de zijlijn toe te kijken. Slechts een enkeling stort zich vanaf het moment van de positief uitgevallen zwangerschapstest vol overgave op allerlei internetworkshops in een poging zich zo goed mogelijk voor te bereiden op het ouderschap. Het merendeel heeft doorgaans minder inlevingsvermogen, simpelweg door een gebrek aan bewijs. Immers, de enige tekenen van leven zijn de bewegingen in de groeiende buik van je partner en de zwart/wit close-ups van je nazaat op de pret-echo in de zesde maand. Niet zo verwonderlijk dus dat veel mannen tot de dag van de geboorte nog kampen met hevig sluimerende vadergevoelens. En zelfs tijdens de bevalling kan je als man weinig meer doen dan een rots in de branding zijn voor je partner.

Maar op het moment dat je je eigen kind voor het eerst in je handen houdt, vallen alle onzekerheden van je af, en heb je er alles voor over om dat miniatuurmensje een goed leven te geven. Bovendien besef je dan dat het maar goed is dat vrouwen van nature zijn uitgerust met een overredingskracht die de man tot het vaderschap kan brengen. Immers, als het aan het instinct van de gemiddelde man lag was het snel afgelopen met het voortbestaan van de soort.
Ook komen er op B-day verborgen talenten naar boven: die van vader-in-de-dop. Als was het een taak waar ik mijn hele leven op wachtte, pakte ik mijn kind meteen vol zelfvertrouwen en met een bijna aangeboren behendigheid op; dit geheel in tegenstelling tot een half jaar eerder, toen ik de kleine meid van de buren nog optilde alsof het een porseleinen popje was.
Baby cartoon crying
Er gaat een hele nieuwe wereld voor je open als je vader bent geworden. Een wereld, die zich korte tijd beperkt tot slaap-, bad- en kinderkamer, bezaaid met een hoeveelheid medische verzorgingsproducten waar een kleine, Midden-Afrikaanse kliniek met gemak een jaar op zou kunnen draaien. Maar ook in de rest van je huis vind je volop baby-hard- en software. En je vocabulaire wordt in korte tijd verrijkt met een reeks begrippen waarvan je nog nooit had gehoord.
En dan is er de kraamvisite. Iemand met een beetje familie- en kennissenkring moet toch gedurende een week of twee rekenen op een vrijwel aaneengesloten reeks bezoekjes waarbij men je overstelpt met allerlei goedbedoelde – maar soms tegenstrijdige – adviezen, waaronder de wijze raad je niet te laten verwarren door al die adviezen en vooral je eigen gevoel te laten spreken.
Maar als de golf van kraamvisite eindelijk voorbij is, en de kraamhulp haar werk erop zit, val je pardoes van je roze wolk; vanaf dat moment moet je het met z’n drietjes zien te redden. Dat betekent dat je allereerst kennis moet gaan maken met je eigen kind en moet leren wat zijn favoriete volgorde is van eten, poepen, slapen en tutten. Dan pas kan je je dagelijks gaan verbazen over de ontwapeningskracht van dat kleine koppie met z’n duizend-en-een gelaatsuitdrukkingen, die onmiddellijk alle poepluiers en middernachtelijke huilbuien kunnen doen vergeten.