Virtual Reality

“Het was zó cool. Mijn hart ging tekeer als een jokko toen ik voetje voor voetje naar het randje liep. Het angstzweet brak me uit toen ik de diepte in keek. Ik voelde de aders van mijn slapen kloppen. En de adrenalinekick die ik kreeg toen ik naar beneden flikkerde, ook al duurde het maar een paar seconden, daar kan geen bungeejump tegenop.”
Ik kijk toe hoe de verpleegster zijn gips controleert en zijn monitor bijstelt. “Jammer dat je VR–bril nog niet aan stond, hè?”

Advertenties

Katinka

Een voorzichtig zonnetje verdrijft de ochtendkou. De kermis in de stad is nog niet op gang, het carillon doet zijn best de sfeer in de winkelstraat op gang te brengen. Ik zit bij een tafeltje aan mijn cappuccino en gun een brutale duif kruimels van mijn homp appeltaart. Het leven is goed.
Ik hoor hakken en draai mijn hoofd. De gelijkenis en het leeftijdsverschil zijn duidelijk: dit zijn moeder en dochter. Dochter loopt op laarsjes met verhoogde hak, moeder niet. Dochter doet moeite onverschillig te kijken, moeder niet. Dochter kijkt me voorbij, moeder niet.
Ik zing in mijn hoofd. “Hakjes tik tak op de stoep. Korte rok, met nauwe coupe. En haar blik verraadt geen nee of ja, daarom zingen alle jongens haar verlangend na: kleine kokette Katinka…”
Moeder kijkt om, ik vang nogmaals haar blik.
Ze is niet klein, niet koket, maar even is zij mijn Katinka.

De opa-app

“Hé, opa,” hoor ik mijn dochter door de kamer roepen. “Heb je een nieuwe telefoon?”
Ik kijk op en zie mijn ouweheer zowaar met een smartphone in zijn handen zitten. En geen kleintje ook.
“Wat is dat nu, pa?” reageer ik verwonderd. “Ik dacht dat jij een hekel had aan moderne techniek?”
“Je moeder had mijn oude toestelletje met de witte was mee gewassen, dus ik moest wel een nieuwe kopen,” legt hij uit. “Maar de jongeman in de winkel wist precies wat ik wilde. Hij noemde het de opa-app, of zoiets.”
“De opa-app?” nieuwsgierig pak ik het toestel uit zijn handen en staar tot mijn verbazing naar een virtuele Nokia 3310, maar dan een grotere versie. “Ha!” lach ik verrast.
Op dat moment begint het ding te piepen; verrast door de schelle, monofone beltoon met onuitroeibaar Nokia-deuntje laat ik het toestel bijna uit mijn handen vallen. Ik zie ‘Danielle’ in het kleurloze schermpje verschijnen en aan de andere kant van de kamer heeft mijn dochter de grootste schik.
“En wat doe je nu met internet, pa?”
“Hoe bedoel je, internet?”

Het nieuwe bedelen

Op zaterdag wordt het meest strategische punt van de oude winkelstraat ingenomen door de orgeldraaier die het winkelende publiek trakteert op een riedeltje Hazes, Conny Vandenbos of ander oubollig jolijt.
Aan weerszijden van het draaiorgel blokkeren de orgelmannen de doorloop; er is geen ontkomen aan hun rammelende koperen centenbakje.
“Sorry, maar ik heb geen contant geld bij me,” verontschuldig ik me voor mijn gierigheid. “Het pin-tijdperk, hé?”
Het voelt als een geldige smoes, dus kan ik de beste man zonder enig schuldgevoel achter me laten.
Later kom ik een zwerver tegen. Althans, hij ziet er uit als een zwerver: sjofele kleren, ongewassen tronie, onverzorgde haardracht. Maar onder de viezigheid zit een vriendelijk gezicht. Ik gun hem het voordeel van de twijfel en hoor hem aan. In drie minuten vertelt hij me zijn verhaal, zonder omwegen, zonder onnodig drama. Hij is dakloos en platzak en wil van mij een kleine bijdrage.
Met iets meer tegenzin dan bij de orgeldraaier beroep ik mij op hetzelfde excuus. “Sorry, maar ik heb geen contant geld bij me.”
“O, maar dat is geen probleem.” Met een nonchalant gebaar tovert de man een pin-automaat tevoorschijn die er uit ziet alsof ie beter tussen het huisvuil had kunnen blijven liggen.
Ik geef me gewonnen en met een licht opkomende smetvrees pin ik middels de vieze toetsen een paar euro naar zijn bankrekening. Uiteindelijk heeft hij het verdiend. Vanwege zijn vindingrijkheid. Vanwege zijn voorsprong op de orgeldraaier.

Nieuwsbericht anno 2028

In een Center Parcs bungalow in Noord-Brabant zijn bij een inval een man en een vrouw in hechtenis genomen voor het overtreden van 10 brandveiligheids-, gezondheids- en milieuwetten. Tevens is hen bezit van geestverruimende middelen ten laste gelegd.
Het paar werd aangetroffen bij een houtgestookte open haard en in vrijwel de gehele bungalow brandden kaarsen. De man rookte een tabakssigaret en de vrouw deed zich te goed aan alcoholhoudende wijn. Bovendien waren ze in het bezit van een royale hoeveelheid Chinese en Indische wierook.
Het paar beweerde slechts een romantische avond voor ogen te hebben gehad.