Jij en ik

Let op: dit verhaaltje kan erotische fragmenten bevatten. Als ik het goed heb gedaan.

De lucht is bezwangerd van wierook, onze wijnglazen zijn leeg, ‘Put your love in me’ van Hot Chocolate klinkt zacht uit de speakers. Je BH bungelt aan de TV, je slipje is zoek. De rest van je kleren liggen met die van mij om ons heen op de bank.
Je schudt speels met je blonde krullen terwijl je over me heen klimt. Je zoekende hand leidt mijn gezwollen mannelijkheid naar je erogene epicentrum. Ik zie een lichte blos op je wangen. De ondeugende schittering in je blauwe ogen verandert in een blik van overgave; als je over me heen glijdt, laat je een nauwelijks hoorbare zucht ontsnappen. Je zet je handen tegen mijn borstkas, ik voel me op en top man.
Met elke vezel van mijn lijf wil ik jouw lichaam begeren. Ervan genieten, zoals ik jou wil laten genieten van elke aanraking de handen die de welving volgen van je rug, je flanken volgen. Zelden hebben ze iets delicaters mogen ervaren dan jouw zachte, warme huid. In een vederlichte verkenningstocht laat ik mijn vingertoppen de vrije loop; ik voel de rilling die door je heen gaat. Mijn handen dwalen verder af, langs de rondingen van je billen, je dijen.
Je laat je hoofd achterover zakken en kromt je rug. Ik volg de spieren in je hals en bekijk de welvingen die jou vrouw maken; je tepels reiken fier ten hemel. Je bent mijn Venus.
Ik wil dit moment eeuwig laten duren: langzaam laat ik mijn handen langs je buik omhoog glijden, tot ze eindelijk je borsten vinden. Ik voel je harde tepels in mijn handpalmen en neem ze plagend tussen vinger en duim…

De claxon van de auto achter me haalt me uit mijn droom, de file begint op te lossen. Je laatste steelse blik over je schouder verdwijnt tussen je blond krullende haar zoals jouw auto tussen de rest van het blik verdwijnt.
‘Hey, you’re just too funky for me…’ klinkt George Michael door de auto.

Advertenties

Bestemming

De ‘Orinoco’ is het eerste ruimteschip dat is uitgerust met technologie die interstellaire reizen mogelijk maakt. Onze reis is een stoutmoedige: volgens de wetenschappers die thuis veilig achter hun computer zitten is een reis door een wormgat niet alleen ‘veilig’ bevonden, maar ook noodzakelijk om onze reis met vele lichtjaren te verkorten. Maar tijd is een raar ding, zeker in een anomalie. Voor deze stunt moeten we decennia inleveren. Al onze dierbaren zullen dood zijn tegen de tijd dat we thuiskomen.
Het doel van onze reis is een planeet aan de andere kant van een wormgat. Een planeet waar intelligent leven aanwezig is, als we de data van de verkenningssondes juist hebben geïnterpreteerd.
De duizelingen en droge mond van de maandenlange hyperslaap zijn nog niet verdwenen als Shannah, een van de antropologen, me komt halen. “We zijn er.” Ze doet geen moeite haar enthousiasme te verbergen.
Ik voeg me bij de anderen op de brug. In gespannen afwachting zien we hoe de stormluiken van de brugvensters wegdraaien. De brug is onze ereloge bij de voorstelling onder regie van het universum. In de eindeloos zwarte oceaan hangt een blauwwitte parel, omgeven door een lichtblauw aura: een atmosfeer. Het is een bijna exacte kopie van onze thuiswereld.
De stilte van bewondering is bijna voelbaar.
“Hoe zei je dat deze planeet heette?” fluister ik Shannah toe.
“Aarde.”

Mensenvriend

Zaterdag is bouwmarktdag. Ook voor mij. Naast mij op het parkeerterrein stopt een grote grijze SUV. Het is hetzelfde bakbeest dat eerder die ochtend twee keer achter elkaar probeerde mij van de weg te drukken, mijn lichtsignalen en claxonneren negerend.
De bestuurder stapt uit, negeert mij nogmaals en verdwijnt in de bouwmarkt. Op de achterbank staat een Rottweiler. Het monster kijkt me vervaarlijk aan en begint te blaffen. Kwijl spat op het raam.
Ik ben niet bang voor het beest; ik werp het de vernietigende blik toe die voor zijn baas bedoeld was. Het kalf reageert onmiddellijk: het zet zijn enorme poten met harde nagels tegen het glas en gromt zijn hoektanden bloot.
Ik zie het interieur van de auto en word blij van al dat fraaie leer. Ik daag de Rottweiler uit, voorbijgangers verklaren mij voor gek. Uitzinnig van woede laat het monster zich gewillig door de auto jagen terwijl ik er met een boog omheen loop. De SUV staat te schudden op zijn enorme wielen. Ik zie het tafereel even geamuseerd aan en loop zelfingenomen de bouwmarkt in. Ik ben geen hondenliefhebber, maar vandaag even wel.

Innamegesprek

De man posteert zich achter de computer, zijn vingers zweven boven het toetsenbord. ‘Hoe zei u dat uw naam was?’
‘Jansen,’ antwoordt de kandidaat. ‘Maar dat is ie nog steeds.’
Vingers ratelen er op los. ‘Meneerrr Janse…’
‘Jansen. Met een n. Janse is de arme tak van de familie.’ Hij glimlacht zelfvoldaan. ‘Hoe was uw naam ook alweer?’
‘Janssens. Maar dat is ie nog steeds.’ Zijn gezicht glijdt in een grijns van oor tot oor.

Daphne

(met dank aan Elka Le Mair voor de inspiratie)

Het was lang geleden dat het rond middernacht zo zwoel was in haar achtertuintje. Een nauwelijks verkoelend briesje stak op en speelde teder met haar haar. Daphnes hart glimlachte van herkenning. Was het de roes van de wijn die haar verbeelding op hol bracht, of het boek dat ze net weglegde?
Zachtjes speelde de wind met haar rok, deed deze opbollen. Ze wilde meespelen. Een kriebel plaagde haar onderbuik; vol overgave liet ze hem toe.
Het was alsof ze hem hoorde fluisteren. “Je bent te lang alleen, Daphne…”

Lullo’s date

Onvast stond Boudewijn in zijn Santoni’s voor ‘De Hipster’. Nuchter zou hij zo’n tent nooit betreden, maar Ilse wilde per se hier afspreken en hij was nu eenmaal knetterverliefd op haar. Vastberaden koerste hij op de bar af, zette zich op een kruk en stelde in het halfdonker zijn blik scherp op zijn Patek Philippe: hij was tien minuten te vroeg. Tijd genoeg om zich meer moed in te drinken. Hij kwakte zijn Bentley-sleutels op de bar en wenkte naar de barkeeper met grootvaderbaard en grootmoederknotje. “Hé, Piggelmee! Schuif de menukaart eens deze kant op, ik wil eens kijken of er wat vloeibaars te kanen valt in dit omgewaaide kippenhok. Ik word een beetje verdrietig van die macrobiotische herrie die hier uit de speakers loopt en van verdriet krijg ik dorst.”
De drankkaart had net zo goed in Sanskriet geschreven kunnen zijn, want het enige dat hij wist te ontcijferen was glutenvrij bier, Basmatiwijn en heel veel 0,0%…
“Hé, tuinkabouter,” wenkte hij de man achter de bar. “Doe mij iets met minstens twintig procent erin.”
De man keek hem schaapachtig aan.
“Alcohol,” benadrukte Boudewijn. “Pretwater. Chop, chop.”
De groene drab die hem werd voorgezet leek op een als smoothie vermomde cocktail, maar had een verrassende ‘bite’. Iets té verrassend, maar godzijdank voor zijn Armani zat hij pal naast de toiletten.
Toen hij twintig minuten later terug bij zijn kruk kwam, zag hij op zijn horloge dat hij een week te vroeg was.
Maar hij had in geen tijden zo goed gekotst.

Toeval

Ik loop door de buurtsuper. Bij de groente staat een vrouw van bijna klassieke schoonheid met sluik, donker haar. In haar mandje heeft ze een brood en een fles rode wijn.
Een andere vrouw spreekt haar aan. “Hallo, Maria. Hoe is het met je zoon?”
“Hij groeit als kool,” antwoordt Maria.
Ik wil geen luistervink spelen, maar vang flarden op van een doorsnee moeder-tot-moeder-gesprek.
Onwillekeurig volg ik Maria op haar route door de supermarkt; ik moet dezelfde kant op. Ik zie dat ze een blauwe fles bronwater pakt. Geamuseerd associeer ik Maria met water en wijn en doe het af als een grappig toeval.
Bij de kassa staat ze voor me.
“Hoe is het met uw man? “ vraagt de caissière haar.
“Goed. Jozef heeft eindelijk weer werk.”
Nu valt mijn mond bijna open van verbazing. “Wat doet uw man voor werk, als ik vragen mag?”
“Hij is timmerman.” Onverstoorbaar rekent ze haar boodschappen af.
“Dat is mooi.” Ik probeer mijn verbazing te verbergen. “Er is gelukkig weer vraag naar ambachtslui.”
“Ja, gelukkig wel.” Maria lacht me beleefd toe en doet haar boodschappen in een grote tas. De wijnfles glipt uit haar hand en klettert op de tegelvloer. Ze kijkt naar de ravage, naar de wijnvlekken op haar kleren en vloekt als een bootwerker.
Ik ben weer terug op aarde.