Dode oma

De tijd dat het STER-reclameblok deel uitmaakte van een gezellig avondje voor de buis ligt ver achter ons. Gretig lieten we ons door inventieve reclamemakers trakteren op korte, humoristische avontuurtjes, met slogans die in sommige gevallen zelfs voorgoed in het pretgedeelte van ons brein gegrift zijn blijven staan.

Die tijd van gezelligheid ligt achter ons en de commercie heeft de overhand gekregen. Wham! en Mariah Carey galmen niet drie maal daags uit de SkyRadio luidsprekers voor ons kerstgevoel, maar voor de miljoenen die er door de royalty’s mee gegenereerd worden.
Het kost mij dus geen enkele moeite om feeëriek verlichte Coca Cola trucks met appelwangige kerstmannen af te doen als ‘door reclamemakers opgedrongen oergezelligheid’; de behoefte tot verder zappen is groter dan naar de winkel sprinten voor een fles cola.
Tot zover dus geen probleem. Een kerstcommercial met Beau van erven Dorens schaadt immers niemand, behalve degene die zichzelf toestaat hierdoor af te stompen.

Na drie heerlijk rustige, commercialloze jaren (ik heb geen tv-aansluiting meer), kreeg ik gisteren een nieuwe vorm van consumentenmanipulatie op bioscoopformaat gepresenteerd. ‘Familietradities zijn er om door te geven’ was de boodschap. Een uitermate smaakvol stukje cinematografie over een klein, winters familiedrama, waarbij het uitstellen van de ontknoping de spanningsboog vergrootte. Was het een boodschap geweest van een uitvaartonderneming dan had ik nog waardering voor de boodschap achter dit filmpje op kunnen brengen, maar het verschijnen van het ‘Plus’ logo was een ijskoude douche voor mijn verhitte emoties; het was ‘slechts’ een commercial van een supermarktketen.
De afknapper van de eeuw. In een fractie van een seconde sloeg mijn stemming om van ‘prachtig!’ naar ‘godverdomme’. Milder kan en wil ik het niet maken, want in mijn boekje is dit de meest laag-bij-de-grondse praktijk die men er op na kan houden: mensen in hun ziel raken om hun portemonnee te kunnen legen.
Het zou verboden moeten worden.

De betreffende Plus-commercial is te vinden op YouTube. Niet hier.

Advertenties

2019

Overvolle parkeerterreinen bij winkels en tuincentra, eindejaarsloterijen beloven prijzen waar de gewone burger zich geen raad mee zou weten en miljoenen euro’s worden de lucht in geschoten in een poging de geesten van de onvrede in onszelf te verdrijven; de laatste maand van het jaar is niet de tijd van reflectie en bezinning die het zou moeten zijn.
Hier zou de bezem wel eens doorheen mogen.

10 december 2018. Vanuit de koudste diepte van de kosmos zijn ze op onze planeet geland. Te klein en onbetekenend om door spionagesatellieten als bedreiging te worden gezien. Met tussenpozen van uren, dagen; een druppel op de gloeiende tijdschaal van het universum.
De landingsplaatsen liggen rond de evenaar: dunbevolkte gebieden met een hoge omgevingstemperatuur. In het tropische regenwoud van Sumatra, de Afrikaanse Congo en Corcovado National Park in Costa Rica is de indringer zijn offensief tegen de mens reeds begonnen. Bestand tegen de weerstand van onze atmosfeer en de harde landing, braken hun schalen open toen hun tijd gekomen was.
Om zo lang mogelijk onopgemerkt te blijven overvallen ze plaatselijk groot wild in hun slaap. Beren, gorilla’s of olifanten; zolang er maar in korte tijd veel hongerige monden mee gevoed kunnen worden. Bestuurd door een collectief instinct storten ze zich als piranha’s op hun gastheer en reduceren deze in een mum van tijd tot een kaalgevreten karkas. Geen stukje vlees gaat verloren.
Als interstellaire sprinkhanen hebben ze al vele werelden onvruchtbaar achtergelaten, ze hebben geen boodschap aan ecosystemen of natuurlijk evenwicht. Ze moeten vreten en voortplanten. Resistent geworden tegen alles waarmee het universum ze heeft proberen te remmen zijn ze een onuitroeibare soort geworden. Een onherstelbare fout van Moeder Natuur.
Tegen de tijd dat deze meedogenloze monstermassa de bewoonde wereld bereikt zal ze niet meer te stoppen zijn. Geen wereldleider of terrorist, huisvrouw of ambtenaar zal er aan kunnen ontkomen. Er zal niet mee te onderhandelen zijn, voor deze indringer zijn wij voedsel. Niet meer en niet minder.

Terwijl de Nordmann langzaam zijn naalden begint te verliezen genieten we met een proseccootje in de ene hand en een taaie oliebol in de andere van een spetterend vuurwerk en wensen elkaar veel voorspoed en geluk voor het nieuwe jaar.
Het zal de laatste keer zijn.

Reïncarnatie

Ik sta met mijn rug tegen de muur, mijn handen bijeengebonden op mijn rug. Touw snijdt in mijn polsen, maar dat deert me niet. Ik heb hevigere pijnen gekend. De klinkers aan mijn voeten zien rood van geronnen bloed van geëxecuteerden die mij voorgingen. Voor me staan vijf mannen in militair uniform, hun musket in de aanslag.
De vuile, bebloede vodden die aan mijn lijf hangen staan in schril contrast met het imposante kuras dat ik ooit droeg. Mijn leven stond in dienst van de keizer, ik genoot aanzien van al mijn dorpsgenoten en de loyaliteit van mijn mede-samoerai vergezelde mij tot op het slagveld. Discipline was mijn levenswijze, pijn was mijn metgezel.
Zelfs met mijn Wakizashi, mijn bijzwaard, zou ik deze vijf stumpers van het leven kunnen beroven voor ze wisten wat hen overkwam. Maar dat is niet mijn rol in dit leven.
Ik ben vogelvrij verklaard door hen die mij terecht stellen, om als voorbeeld te dienen voor het gepeupel. Ik heb mij gevangen laten nemen opdat mijn kameraden vogelvrij kunnen blijven en hun strijd tegen het onrecht kunnen blijven voeren.
Als piloot in Afrika heb ik in een ander leven volop van mijn vrijheid mogen genieten, dus een paar weken in een vochtige kerker was nauwelijks een beproeving. Ik voel geen angst want ik weet dat de bevrijding nabij is. Als straks het verlossende ‘Feu!’ over de binnenplaats galmt, zal ik dood zijn voor het lawaai van de vuurwapens mijn oren bereikt. En de pijn zal snel plaats maken voor de vertrouwde toestand van gewichtsloosheid, de warmte en gedempte geluiden van de baarmoeder. Ik heb het eerder meegemaakt.
Er is slechts één onzekerheid die me teistert: welke beproevingen moet ik nog doorstaan en hoeveel levens moet ik nog leiden voor ik er klaar voor ben? Klaar voor mijn laatste leven als Cicerone, gids voor anderen.

Vuurwerk

De brand, begonnen in het magazijn aan de achterzijde van het pand, zette de blinde muur van het aangrenzende gebouw in een oranjerode gloed. Oplaaiende vlammen en schaduwen van de bedrijvigheid in de steeg erachter toverden het gebouw om in een psychedelische achtergrondprojectie van een jaren zeventig popgroep.
Staande in de deuropening aan de voorzijde van het pand werd zijn aandacht opgeëist door het schouwspel dat zich binnen afspeelde: langs het plafond dansten kleine vlammen hem in een hypnotiserend ballet enthousiast tegemoet, en dichter bij de grond tuimelden vuurbollen over elkaar heen, op weg naar de zuurstofrijke buitenlucht achter hem. Terwijl het vuur hem begon in te sluiten, de hete lucht aan zijn luchtwegen vrat en zijn ogen brandden van de rook, dwong hij zichzelf nog iets langer van het moment te genieten. Het had hem genoeg moeite gekost dit vurige crescendo te componeren.
Het was een gebruikelijke verzekeringsfraudefik voor een vastgoedbeheerder, al was in dit werk nooit sprake van routine. Een klus die vroeg om maximale schade, met minimale kans op slachtoffers. Hij verstond zijn vak en dus zou ook deze brand op een ongeluk lijken. Hij zou rijkelijk beloond worden van het opgestreken verzekeringsgeld, maar dat was niet zijn drijfveer. Zijn beloning was een zitplaats op de eerste rij van de voorstelling die hijzelf had geregisseerd; een muziekstuk dat alleen voor zijn oren eenmalig werd opgevoerd, een schilderij dat na voltooiing werd vernietigd, zodat geen andere ogen het konden bezoedelen. Hij was de ultieme kunstenaar, en zijn vloek was dat niemand zijn werk ooit op waarde zou schatten.
Plotseling werd hij opgeschrikt uit zijn euforie.
“Verburgt! Sta niet te dromen, man,” brulde zijn commandant. “Pak die spuit en versla dat beest voordat we de hele klerezooi hier op ons kop krijgen.”

Deurtje

In mijn hart zit een deurtje
en dat deurtje is heel klein
wie het weet te vinden
moet dus heel bijzonder zijn

als je de juiste sleutel hebt
en door het kleine deurtje past
ben je niet alleen welkom
je bent mijn eregast

ben je eenmaal binnen
doe dan voorzichtig aan
want anderen die hier waren
zijn flink tekeer gegaan

en besluit je zelfs te blijven
loop rond met fluwelen tred
zo niet, dan ben je de laatste
die ik liefdevol buiten zet

wil je toch mijn hart verlaten
doe het dan rustig aan
beloof me dat je op de terugweg
niet te hard met het deurtje zal slaan
 

Paul Bastiaansen

Heleen

Toen ik er kwam wonen, viel Heleen me meteen op. En niet zozeer vanwege haar uiterlijk, al was ze met haar blonde pagekapsel, atletische gestalte en gezonde teint een aantrekkelijke vrouw.
De woongroep was een verzameling zonderlinge figuren, waar zij niet tussen paste. De meeste bewoners waren Greenpeace-aanhangers die reden in Berlingootjes en twintig jaar oude Volvo’s en er een uitgesproken maatschappijkritische mening op na hielden. Heleen was opvallend onopvallend aanwezig in de woongroep. Ze observeerde de wereld om zich heen en oordeelde nooit.
De voorstanders van complottheorieën daarentegen – en die waren hier genoeg – waren al gauw tot de conclusie gekomen dat Heleen door overheidsinstanties in de woongroep moest zijn geplaatst om subversieve elementen op te sporen.
Mijn vermoedens waren minder achterdochtig van aard: omdat ik haar eens betrapte op het maken van aantekeningen terwijl ze hevig discussiërende bewoners observeerde, hield ik haar voor een stiekeme journalist, die materiaal verzamelde voor een baanbrekend artikel in Psychologie Magazine.

Tijdens een gezamenlijke maaltijd in de gemeenschapsruimte daalde het verlichtingsniveau tot de helft, om even later op normale sterkte verder te branden.
Bertram keek niet eens op van zijn bord. “Dat krijg je als…,” sprak hij nauwelijks hoorbaar.
“Dat krijg je als de commerciële sector zeggenschap krijgt over nutsbedrijven,” zei Karin luid. “Onbetrouwbare energielevering.”
Bertram haalde laconiek zijn schouders naar me op. “We hebben ook regelmatig spanningspieken waardoor apparaten doorbranden. Dat heeft ons al twee koffiezetapparaten en een broodrooster gekost.”
“Hoe komt dat?”
“Wat Karin zegt. Onbetrouwbare energielevering.”
Plotseling klonk een scherpe knal en vaag glasgerinkel uit de gang. Ik voelde de echo van klap in mijn onderbuik. Nieuwsgierig verzamelden de bewoners zich bij Heleen’s kamer, de bron van het geluid. Ik zag een blauwgroen schijnsel onder haar deur wegtrekken.
“Heleen?” riep ik tegen de deur. “Is alles goed?”
Het bleef stil.
Ik aarzelde geen moment en zette mijn schouder tegen de deur.
Heleen’s appartementje was leeg, het raam vertoonde een groot, ovaal gat. Behoedzaam liep ik erheen; dit was geen gewoon gat. Op de grond lagen glasscherven, maar van een vaas. De rand van het gat was niet versplinterd, maar glad, gesmolten. Ondanks dat het net gebeurd moest zijn gaf het glas geen warmte af.
Ik keek naar buiten. Alles leek normaal. Auto’s reden door de straat, mensen liepen op het trottoir.
“Heleen?” verhief ik mijn stem, al verwachtte ik geen antwoord.
Op de gang verzamelden zich meer mensen.
“Ze is ontvoerd door buitenaardsen,” concludeerde Karin.
“Jij kijkt teveel films,” merkte Bertram op.
“En jij steekt je kop in het zand.”
Anderen mengden zich in de discussie en de gemoederen raakten verhit, maar ik liet het niet tot me doordringen. Plotseling begreep ik Heleen. Haar observerend vermogen, haar waarnemingen, haar integriteit.
“Nee,” zei ik hardop. “Ik weet het.”
Onmiddellijk stopte het gekibbel.
“Heleen is terug naar huis.”

Virtual Reality

“Het was zó cool. Mijn hart ging tekeer als een jokko toen ik voetje voor voetje naar het randje liep. Het angstzweet brak me uit toen ik de diepte in keek. Ik voelde de aders van mijn slapen kloppen. En de adrenalinekick die ik kreeg toen ik naar beneden flikkerde, ook al duurde het maar een paar seconden, daar kan geen bungeejump tegenop.”
Ik kijk toe hoe de verpleegster zijn gips controleert en zijn monitor bijstelt. “Jammer dat je VR–bril nog niet aan stond, hè?”