Heleen

Toen ik er kwam wonen, viel Heleen me meteen op. En niet zozeer vanwege haar uiterlijk, al was ze met haar blonde pagekapsel, atletische gestalte en gezonde teint een aantrekkelijke vrouw.
De woongroep was een verzameling zonderlinge figuren, waar zij niet tussen paste. De meeste bewoners waren Greenpeace-aanhangers die reden in Berlingootjes en twintig jaar oude Volvo’s en er een uitgesproken maatschappijkritische mening op na hielden. Heleen was opvallend onopvallend aanwezig in de woongroep. Ze observeerde de wereld om zich heen en oordeelde nooit.
De voorstanders van complottheorieën daarentegen – en die waren hier genoeg – waren al gauw tot de conclusie gekomen dat Heleen door overheidsinstanties in de woongroep moest zijn geplaatst om subversieve elementen op te sporen.
Mijn vermoedens waren minder achterdochtig van aard: omdat ik haar eens betrapte op het maken van aantekeningen terwijl ze hevig discussiërende bewoners observeerde, hield ik haar voor een stiekeme journalist, die materiaal verzamelde voor een baanbrekend artikel in Psychologie Magazine.

Tijdens een gezamenlijke maaltijd in de gemeenschapsruimte daalde het verlichtingsniveau tot de helft, om even later op normale sterkte verder te branden.
Bertram keek niet eens op van zijn bord. “Dat krijg je als…,” sprak hij nauwelijks hoorbaar.
“Dat krijg je als de commerciële sector zeggenschap krijgt over nutsbedrijven,” zei Karin luid. “Onbetrouwbare energielevering.”
Bertram haalde laconiek zijn schouders naar me op. “We hebben ook regelmatig spanningspieken waardoor apparaten doorbranden. Dat heeft ons al twee koffiezetapparaten en een broodrooster gekost.”
“Hoe komt dat?”
“Wat Karin zegt. Onbetrouwbare energielevering.”
Plotseling klonk een scherpe knal en vaag glasgerinkel uit de gang. Ik voelde de echo van klap in mijn onderbuik. Nieuwsgierig verzamelden de bewoners zich bij Heleen’s kamer, de bron van het geluid. Ik zag een blauwgroen schijnsel onder haar deur wegtrekken.
“Heleen?” riep ik tegen de deur. “Is alles goed?”
Het bleef stil.
Ik aarzelde geen moment en zette mijn schouder tegen de deur.
Heleen’s appartementje was leeg, het raam vertoonde een groot, ovaal gat. Behoedzaam liep ik erheen; dit was geen gewoon gat. Op de grond lagen glasscherven, maar van een vaas. De rand van het gat was niet versplinterd, maar glad, gesmolten. Ondanks dat het net gebeurd moest zijn gaf het glas geen warmte af.
Ik keek naar buiten. Alles leek normaal. Auto’s reden door de straat, mensen liepen op het trottoir.
“Heleen?” verhief ik mijn stem, al verwachtte ik geen antwoord.
Op de gang verzamelden zich meer mensen.
“Ze is ontvoerd door buitenaardsen,” concludeerde Karin.
“Jij kijkt teveel films,” merkte Bertram op.
“En jij steekt je kop in het zand.”
Anderen mengden zich in de discussie en de gemoederen raakten verhit, maar ik liet het niet tot me doordringen. Plotseling begreep ik Heleen. Haar observerend vermogen, haar waarnemingen, haar integriteit.
“Nee,” zei ik hardop. “Ik weet het.”
Onmiddellijk stopte het gekibbel.
“Heleen is terug naar huis.”

Advertenties

3 thoughts on “Heleen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s