Vrij

Imagination Einstein

Ik verheug me al enige tijd op een vrije dag – met de nadruk op ‘vrij’ – en dus laat ik een griepje mij op deze frisse, maar zonnige verlofdag de kans niet ontnemen. Ik zou thuis kunnen blijven zitten, mezelf warm inpakken en me ziek gaan zitten voelen, maar ik doe het tegenovergestelde. Omdat ik er van overtuigd ben dat niet de temperatuur, maar een virus de oorzaak is van mijn gesteldheid hoop ik mijn bacillen ervan te overtuigen dat ze in de vrije natuur beter op hun plaats zijn dan in mijn lijf.
In wandelschoenen en bermudashort maar met voldoende aangekleed bovenlijf – ik wil het noodlot niet helemaal tarten – besluit ik een nieuw stuk van het Noord-Hollands duinreservaat te gaan verkennen. Nieuw, bij wijze van spreken, want het lag er waarschijnlijk al voordat ik bestond.
In het gezelschap van een fris zonnetje trek ik met mijn analoge tablet het bos in, hopend op wat inspiratie. Het enige dat ik van mezelf moet, is mijn hoofd leegmaken van elke vorm van verplichting. Het bos blijkt daarvoor een uitstekende plek: opgefokt door een overdaad aan prikkels, als een kind dat stijf staat van de suikers, slaat mijn verbeeldingskracht op hol en krijg ik spontaan schrijfdiarree.
Een Stonehenge-achtige heksenkring van kleine, dorre, boomrestanten en een heidevlakte met hier en daar een boom die de takken laat hangen, nog steeds treurend om het verlies van zijn bladeren. De Serengeti in Noord-Holland.
Ik nader een t-splitsing en loop tussen de bomen vandaan de volle zon in. Ik stop en rits mijn bodywarmer los. Ik absorbeer het weldadige zonlicht zoals Nintendo’s Mario power-ups absorbeert. En net als bij het parmantige loodgietertje zie ik in gedachten mijn energiebalkje aanzwellen naarmate ik langer in het zonlicht vertoef.
Na een kort treffen met een pensionado-echtpaar dat mij vanwege mijn hoed, bodywarmer en schrijfblok houdt voor een medewerker van Staatsbosbeheer ben ik geruime tijd helemaal alleen. Niet verwonderlijk, want met mijn blafhoest jaag ik waarschijnlijk het laatste klein wild weg dat zich nog in mijn gezichtsveld had kunnen ophouden.
Hoewel ik de tijd aan mezelf heb, begin ik toch te twijfelen aan de juiste werking van mijn richtingsgevoel, omdat het me langer kost mijn auto terug te vinden dan ik had verwacht. Maar net voordat ik me zorgen zou kunnen gaan maken merk ik dat ik op de juiste weg terug zit. Eén voor één passeer ik de herkenningspunten die ik op de heenweg al tegenkwam: de sprookjesboom uit de Efteling, het konijnenhol waar Alice en het witte konijn in tuimelden en de omgevallen boom waaronder ik de vergeetput van Antanneke de heks verwachtte aan te treffen.
Wie heeft er nu GPS nodig met zo’n fantasie?

Ik besluit het gevoel van vrijheid nog even vast te houden en ga langs de buurtsuper, om thuis onder het genot van een microgolfmaaltijd de opgeschreven flarden van dit stukje tot een leesbaar geheel te breien. Want dat moet ik wel.